2.e.3 Samengevat

Onderwijs Alfrinkcollege: Samengevat

Mieke meer dan 40 jaar geleden begonnen op Sancta Maria. En Pieter precies 40 jaar. Steeds op dezelfde school gebleven. Vastgeroest? Wij kunnen beiden stellen dat dit allerminst het geval is.

Door de verhuizingen hebben we toch beiden het gevoel op drie scholen gewerkt te hebben.

Waarom drie verschillende scholen? In januari 2001 werd het team van Elkervoorde samengevoegd met het team van Bernard Alfrink. In de Jozefstraat. Voor groepen geldt een zekere wetmatigheid: zet een verzameling mensen bij elkaar  en het groepsproces zal zich langs een aantal vaststaande fases voltrekken. Het begint altijd met het zoeken van je plaats. Aftasten. Het duurt altijd even voordat er weer een nieuwe trein op de rails staat en dat alle teamleden hebben besloten dat hij die ene richting moet uitgaan. Intussen zijn er teamleden weggegaan zoals in 2003 het geval was. Er komen vervolgens 17 nieuwe teamleden bij die volkomen blanco zijn wat betreft het fusieproces tot dan toe. In 2006 vertrekt opnieuw een groep van 25 personen van het Alfrinkcollege in het kielzog van de Basisberoepsgerichte Leerweg die bij het Hub van Doornecollege wordt ondergebracht. In 2006 verhuizen we naar ons derde gebouw en komen er opnieuw een aantal nieuwe collega’s over van het Hub van Doornecollege. De derde school min of meer. Allemaal veranderingen waar de andere deelscholen bijna geen last van hebben gehad. Zodoende zat het Alfrinkcollege vaak in een knelpositie. Telkens wagons aan en – afkoppelen. En ook wordt er meerdere keren van machinist gewisseld. Het heeft dan ook (te) lang geduurd voordat we eindelijk eens goed in de fase van presteren kwamen te zitten. ‘Voortschrijdend inzicht’ is de afgelopen jaren vaak gebruikt om  besluiten te vergoelijken of  erop terug te komen. Het is buitengewoon jammer dat tijdens dit rangeren zoveel (oud) collega’s beschadigd zijn geraakt.

Drie verschillende teams, maar wel met hetzelfde hart. Hart voor het werk; aanpakken. Vooruitkijken en denken in oplossingen. Wel moeten we stellen dat de schoolorganisatie zelf, vooral sinds de fusie in 1997 van start ging, heel anders is geworden. En ook op onze school geldt, net zo als bij zoveel instellingen en bedrijven, dat de schaalvergroting een aanslag heeft gepleegd op de betrokkenheid van mensen binnen het team. Vooropgesteld kun je zonder meer stellen dat zonder de fusie afdelingen binnen het Vmbo gesloten hadden moeten worden. Alleen al wegens gebrek aan financiële middelen of tengevolge van onderbezetting wat betreft het  aantal leerlingen voor een afdeling. Echter schaalvergroting en, zoals wij het wel eens benoemen, het saneren van de betrokkenheid, gaan vaak hand in hand.  En ondanks het feit dat de kleinschaligheid tijdens het fusieproces hoog in het vaandel heeft gestaan en door alle betrokken deelscholen goed bewaakt is, geldt ook hier dat de organisatie de laatste jaren over veel te veel schijven loopt. En onherroepelijk lijdt dit tot miscommunicatie. Dat is zo voorspelbaar. Daar kunnen we beiden heel veel voorbeelden van geven. Dat los je niet op met een interim-communicatiedeskundige zoals die in 2001 in huis werd gehaald. En ook geen extern bureau die de organisatie wel eens even zal doorlichten.

Gezien bovenstaande hebben Mieke en ik, samen met een aantal collega’s, vaak overlegd. Steeds vaker ging de schoolleiding niet mèt ons maar over ons praten en beslissen. En wij deden vervolgens precies hetzelfde over de schoolleiding. Te veel top-down en te weinig bottum-up, ook na de invoering van de kerngroepen. In de Kruisstraat hadden we in al die jaren een bepaalde cultuur van betrokkenheid ontwikkeld en inspraak bevochten die we niet zonder meer prijs wilden geven. En terecht. In talloze brieven heb ik dat verwoord en Mieke las ze altijd als eerste kritisch door.En vervolgens paste ik de brief aan. Deze kritische houding is ons in al die jaren niet altijd in dank afgenomen. Voor ons was het meer het ijveren voor het behoud van een recht, dan kritiek uitoefenen op de leiding of het plegen van verzet. Herman Geenen had het niet treffender kunnen verwoorden in december 2000 tijdens het laatste jubileumfeest in de Kruisstraat.

 

In de regel begon de laatste alinea van onze brieven meestal met ‘Denkend in oplossingen’, gevolgd door een opsomming van suggesties om het probleem op te lossen.

Terugkijkend op het onderwijs  kan ik zonder meer stellen dat wij beiden met veel plezier les hebben gegeven. Hoewel vanwege gezondheidsredenen het voor Mieke te  lastig was om het vak Huishoudkunde te blijven geven, heeft ze de laatste jaren via het vak Verzorging in de onderbouw, en dan met name bij de Schakelklassen, toch met veel genoegen het onderwijs verzorgd. Daarnaast heeft ze intensief gewerkt als  preventiemedewerker, arbo- en veiligheidscoördinator . Ikzelf was het beste in mijn element als ik iets aan innovatie bij kon dragen. Het schrijven van wiskundemethodes, zeker het verzorgen van cursussen en voorlichting bij het APS te Utrecht. Destijds, ergens in 2001, moest elke kaderdocent van wiskunde een motto kiezen voor op de website. Ik heb toen gekozen voor ‘liefdevol verwaarlozen’ waarmee ik mijn lesaanpak nog steeds het beste kan samenvatten. Maar daarnaast ook het opzetten (en helaas weer ontmantelen) van een documentatiecentrum en een wiskundewerklokaal tijdens het experiment W12-16. En niet te vergeten het opzetten van het DAL (Dagdeel Anders Leren) project een aantal jaren geleden binnen onze kerngroep. Helaas vanwege bezuinigingen afgeserveerd. En nog maar onlangs het coördineren van de twee Vmbo-deelscholen wat betreft het examen. En ook het gebruik van het Digibord en het neerzetten van een Rekenbeleid binnen onze eigen wiskundesectie.

Gezien onze jarenlange ervaring zouden we graag de volgende tips nog mee willen geven:

·         Zonder relatie geen prestatie.

·         Koester de dingen en de momenten die je naast je werk met collega’s doet. Daar hebben wijzelf de meest dankbare herinneringen aan. En dat kun je zelf sturen!

·         Zet betrokkenheid hoog in het vaandel.

·         Geef mensen het volledige eigenaarschap als ze een bepaalde koptaak moeten doen.

Tenslotte nog dit. Wij hebben elkaar via de school leren kennen. Dat is bijzonder. Dat is een van de redenen waarom wij iets speciaals met de school hebben. Bij deze danken wij alle collega’s die samen met ons hebben gestreden; voor hun betrokkenheid; belangstelling; collegialiteit en samenwerking  in al die jaren. Het Alfrinkcollege is voor ons een team dat veel voor de kiezen heeft gehad maar waarbij collega’s ertoe doen. Een warm team van mensen. Wij kunnen het niet beter samenvatten dan met een aantal tekstregels uit een van de cabaretliedjes die ik heb geschreven.