2.a.2 Onderwijs

1. De tijd tot de officiële oprichting: vóór 1946

Pastoor Roes (1864-1941) wilde vanwege de armoede de gang van zaken in de huishoudens verbeteren. De verzorging van de maaltijden en de kleding kregen bijzondere aandacht. Hij richtte daartoe in de twintiger jaren de ‘voorloper’ van de huishoudschool op. Aanvankelijk voor nood gestart in het Patronaatgebouw ‘Rust Roest’ – gebouwd in 1924 om dienst te doen als onderkomen voor de vele verenigingen en in eigendom van de kerk –  en later ondergebracht in het voormalige huize St.Joseph, later Sancta Maria genaamd, aan de Visser 8 in Deurne. De zusters Franciscanessen verzorgen het onderwijs. Daarnaast ook nog het gewoon lager onderwijs, de zorg voor ouden van dagen, de ziekenverpleging in ziekenhuis en in de wijk en dan is er ook nog het pension. Zo staat het beschreven in het feestnummer van het tijdschrift ‘Rust Roest’ uit 1939, uitgegeven b.g.v. het 50-jarig priesterschap van pastoor Roes (bron DeurneWiKi). In deze jubileumuitgave wordt ook stilgestaan bij de beweegredenen van de pastoor om de huishoudschool van de grond te krijgen. Lees in dit verband onderstaand tekstgedeelte: 1939 Rust Roest huishoudschool c In 1924 liet Pastoor Roes een muur bouwen (architect Jan Stuijt) rondom kerk, klooster, gasthuis en scholen, gelegen aan de Visser. Samen met torentje ‘Het Eeuwig Licht’. Per 23 december 1925 betrokken de zusters een nieuw klooster aan de Kruisstraat. Het gehele gebouwencomplex aan de Visser kreeg in 1926 dan de naam ‘Sancta Maria’ met min of meer als hoofdbestemming bewaarschool en huishoudschool. Achter de beide scholen van toen ligt nu het Pastoor Roespark. Er staat een buste van de boerenapostel.

In de jaarverslagen van de Boerenbond Deurne werd steevast gesproken over ‘huishoudschool oude parochie’. Die huishoudschool, waar veel boerenmeisjes onderricht ontvingen, was in 1938 in drie klassen verdeeld met in totaal 52 leerlingen en waar drie zusters aan verbonden waren. De vakken die gegeven werden waren: naaien, knippen van onder- en bovengoed, koken en ‘behandeling van de wasch’. Onderstaande luchtfoto uit de jaren 30 (bron DeurneWiKi, voorzien van toelichtende tekst door Pieter Willems) licht de situering van de scholen destijds toe.

In het schooljaar 1939-1940 bezochten 48 leerlingen de huishoudschool. Door de mobilisatie 1939-1940 waren de examens wat verlaat. Uiteindelijk konden aan 7 leerlingen het diploma ‘Lingerie en koken A’ (Cursus I) en aan een leerling het diploma ‘costumière en koken B’ (Cursus II) uitgereikt worden. Voor het nieuwe schooljaar 1940 – 1941 hadden zich 66 leerlingen ingeschreven. Naast de cursussen I en II kon er in het derde leerjaar het diploma ‘coupeuse’ worden gehaald. Aan de huishoudschool werden ook afzonderlijke cursussen in naaien, knippen en koken gegeven aan meisjes die niet in de gelegenheid waren ‘om de volledige huishoudschool te volgen’ en een ‘verstelcursus’ voor oudere personen. Daarnaast werd er elke week kookles gegeven aan de kinderen van de hoogste klas der lagere school.

2.De R.K. Huishoudschool in de Visser: 1946 – 1959

Op 28 februari 1946 kwam de huishoudschool pas officieel tot stand: Roomsch Katholieke Stichting voor bevordering van het Nijverheidsonderwijs te Deurne en Omstreken. Ze is nog steeds in het gebouwencomplex aan de Visser ondergebracht onder aanvoering van directrice zuster Mechtilda en telt 60 leerlingen in de tweejarige, primaire opleiding. De leerlingen krijgen 9 lessen huishoudvakken (huishoudkunde, wassen, koken en theorie), 9 lessen naaldvakken, 9 lessen AVO (algemeen vormend onderwijs), 2 lessen gymnastiek, 1 les stofversieren, 1 les tekenen en 1 les zingen. Totaal dus 32 lesuren en eventueel nog 1 lesuur godsdienstonderwijs. De lessen werden door in totaal zes docenten verzorgd. Na de tweejarige opleiding bleven veel leeerlingen thuis of gingen werken. Dat verandert in 1955 toen een nieuwe wet verbood dat 14-jarige kinderen gingen werken. Om deze kinderen op te vangen  ging in dat jaar de Assistentenklas (A,N en H ) van start. Dit leerjaar gaf wat uitbreiding van de leerstof en leidde op tot huishoudassistent. Door deze verlenging en uitbreiding werden de Mater Amabilisscholen – in 1952 met scholing in de avonduren voor 17-25 jarige meisjes gestart –  min of meer overbodig. En wat de huisvesting betreft, tot aan de verhuizing in 1958 was er sprake van een ‘moeilijke, schamele huisvesting; een uitgeleefd en somber gebouw’. In de opleiding van de huishoudschool werd er gewerkt met zogenaamde werkboekjes. Hieronder een voorbeeld van zo’n werkboekje uit de 1e klas.

Hieronder enkele foto’s van de Primaire opleiding, de Assistentenklas en rapporten  (bron: Corry Mutsaers van Helmond, zus van Mieke eveneens uit Deurne).

In 1954/1955 start ook de bouw van ‘Sint-Maria’, de meisjes-Mulo in de Kruisstraat, toen nog 5 lokalen groot. Dit gebouw wordt halverwege de 60-er jaren uitgebreid tot 10 klaslokalen. Later wordt dit gebouw onderdeel van huishoudschool ‘Sancta Maria’. In 1957 komt de eerste mannelijke docent in dienst van de huishoudschool: Matern Gijsen. Hieronder een aantal foto’s over ‘Mater Amabilis’ en ‘Sint Maria’.

3.Huishoudschool ‘Sancta Maria’ in de Kruisstraat 1959 – 1970

Gezien de schamele behuizing en de toename van het aantal leerlingen werd in de Kruisstraat, tegenover het nieuwe huize St.Joseph, een nieuw schoolgebouw opgetrokken. Het was gelegen tussen de woning (met hondenasiel) van de fam. Stokman (Kruisstraat 30) en het gebouw van de meisjes-Mulo Sint Maria (Kruisstraat 28). Aanvankelijk was dit de groentetuin van de zusters.

Het gebouw is een ontwerp van architect van Halteren uit Den Bosch.Hoewel in 1958 al enkele lokalen van de nieuwbouw in gebruik zijn, is het gebouw in 1959 helemaal klaar en wordt het met 19 klassen betrokken. Pas vanaf dit moment voert de huishoudschool officieel de naam ‘Sancta Maria’, gevestigd op Kruisstraat 28a. Op 4 juni 1959 wordt het nieuwe schoolgebouw plechtig ingewijd en geopend (zie foto hiernaast). In het najaar wordt het Madonnabeeld, van de hand van Niel Steenbergen, officieel geplaatst en onthuld. Van dit Madonnabeeld is er trouwens een apart hoofdstukje, zie 2.a.3. Hieronder een fotogalerij  van de verhuizing in 1958 en de inwijding in 1959 door mgr. Bekkers: ‘opdat zij de heilzame lessen in hun verstand opnemen, in hun hart bewaren en in hun daden doorzetten!’

Zuster Mechtilda nam in 1959 afscheid en Zuster Martini nam haar taak over. In 1961 werd Riet Angenendt, al vanaf 1955 in dienst, adjunct-directrice van de school. Huisvestingsproblemen bleven ook na de nieuwbouw continue aanwezig. Voor alle duidelijkheid: bij de totstandkoming was er niet overal een tweede bouwlaag! De administratie was er toen nog niet, evenmin de docentenkamer en de lokalen 13 en 14. Pas in 1969, samen met de (eerste) nieuwe gymzaal wordt die verbouwing uitgevoerd. Hieronder een een teamfoto die gemaakt is in de eerste personeelskamer, de latere administratieruimte Daaronder een galerij van foto’s uit die 60-er beginjaren: de school en haar omgeving en een kijkje in de klassen.

Deze teamfoto is beginjaren 60 genomen in de allereerste personeelskamer. V.l.n.r.: Zr. Leonora (handwerken); Matern Gijsen (algemene vakken); staand Zr. Editha (zorg voeding woning kleding en gezondheid); Nel Beumers (naaldvakken); staand Jos Eevers (algemene vakken); Riet Angenendt (eveneens zorg voeding woning kleding en gezondheid); Yvonne Meereboer (naaldvakken); directrice Zr. Martini; Wies Bollen (naaldvakken) en tenslotte Leny Roelofs (naaldvakken).

En de schoolbevolking blijft maar groeien, mede doordat VGLO-scholen werden opgeheven. Daartoe werden leerlingen ondergebracht in de Mater Amabilisschool (clubgebouw ‘de Muggenhoek’) ; in noodlokalen van de oude fratersschool in de Visser; in lokalen van de lagere school voor meisjes Sint-Anna werden 4 klassen ondergebracht. Deze laatste lokalen werden nog warm gestookt met turfkachels. Ook enkele oude barakken achter het ziekenhuis Sint-Joseph deden dienst als leslokalen. Voor de gymlessen vond de school aanvankelijk onderdak bij de LTS, later bij de HBS en aansluitend in de gymzaal van de jongens Mulo aan de Zandbosweg. In 1962 is er al een urgentieverklaring verleend voor de noodzakelijke uitbreiding zoals blijkt uit nevenstaand krantenartikel.

Destijds wordt ook aan de culturele vorming aandacht besteed. In de assistentenopleiding wordt de leerling tevens belangstelling bijgebracht voor kunst zoals letterkunde, schilder- en beeldhouwkunst, film, toneel, muziek, ballet enz. Ook woninginrichting komt aan de orde en men leerde het gebruik van nieuwe apparaten zoals de stofzuiger, het fornuis en de ijskast. In de fotogalerij hieronder zie je enkele voorbeelden van de culturele verkenningen, van zowel de leerlingen als het personeel zelf.

Op school wordt in die tijd jaarlijks een tentoonstelling gehouden. Deze heeft als doel om een breed en duidelijk beeld te geven van de mogelijkheden die de huishoudschool biedt. Zie verder onderstaande fotogalerij.

In 1963 was er voor het eerst zelfs openbare les. Tegenwoordig heet dat de ‘open dag’. Geleidelijk aan ontstaat de wens voor meer beroeps- en opleidingsmogelijkheden. Tot dan toe was eigenlijk alleen het beroep van onderwijzeres of lerares min of meer geaccepteerd. Beroepsoriëntatie gaat een steeds grotere plaats innemen. Gelijktijdig zien we in de jaren ’60 dat de teloorgang van de huishoudschool is begonnen. In die tijd hoorde je regelmatig de term ‘spinazieacademie’ maar daarmee werd absoluut geen recht gedaan aan het gegeven onderwijs op de huishoudschool. Er moeten meer kansen komen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Het is tijd voor nieuwe ideeën over het huwelijk en het gezin. Na de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 is het nu tijd voor wat men wel de ‘tweede feministische golf’ noemt. ‘Dolle mina’ en ‘Baas in eigen buik’ laten van zich horen.

In 1966 werd de opleiding driejarig en was opnieuw uitbreiding noodzakelijk. Pas in 1968 kan de uitbreiding, opnieuw onder aanvoering van architect van Halteren, gerealiseerd worden met een gymzaal, lokalen (een extra verdieping) een docentenkamer en een ruimte voor de administratie. In datzelfde jaar 1968 wordt de nieuwe onderwijswet, de Mammoetwet, ingevoerd. HBS en MMS verdwijnen; zo wordt MULO dan MAVO. Het nijverheidsonderwijs wordt opnieuw geregeld.  Er is voortaan sprake van het Lager Beroeps Onderwijs (LBO) en zo is het LHNO niet alleen voor meisjes maar ook voor jongens! Het duurde wel lang voordat de eerste jongens zich losgemaakt hadden van het vastgeroeste idee dat dit onderwijs alleen voor meisjes was. Het huishouden werd zo langzamerhand ook door de mannen gezien en beroepen in de verzorgende sector lokten hen aan.

De eerste tien jaren onderwijs in het nieuwe schoolgebouw zitten erop. Zr.Martini heeft bijna 11 jaar leiding gegeven aan het team van ‘Sancta Maria’. En ook voor de belangrijke sfeer gezorgd binnen dat team. Neem bijvoorbeeld de sinterklaasviering in 1969, met als thema de Fabeltjeskrant. Zie voor een impressie de foto’s hieronder.

Hoewel zuster Martini op 19 maart 1970 met pensioen ging en ook afscheid nam hebben we dit item toch onder de 60-er jaren geplaatst. Daar hoort het als afsluiting ook thuis. Toen zuster Martini kwam was de nieuwbouw amper voltooid en maakte de school een geweldige groei door. Tijdens haar bewindsperiode verdubbelde het aantal leerlingen van ruim 200 naar ruim 400. Dat was mede te danken aan de verschillende nieuwe opleidingen die onder de leiding van zuster Martini tot stand zijn gekomen. Na haar afscheid bleef ze echter betrokken bij het onderwijs en in februari 1973 werd ze benoemd tot overste van het huis in de Kruisstraat (tot eind 1978). Op 27 maart 1980 overleed ze in het Sint-Willibrordusziekenhuis in Deurne. Zie verder hieronder de foto’s van haar afscheidsreceptie, de bijeenkomst in zaal van Moorsel en het diner in het schoolgebouw.

In 1970 kwam het pand van de Sint-Maria Mulo (van dezelfde architect van Halteren) vrij en kreeg de huishoudschool er in één keer 10 lokalen bij. In maart 1970 deed de eerste leken-directrice in de persoon van Elly Sweere haar intree.

 

 

 

 

2.a.3 Madonnabeeld

Een goede ‘laatste steen’
Toen het kunstwerk, ‘Getaste Tassen’, van oud-docent Geert Meijer in 2007 een nieuwe plek had gekregen binnen het onderwijsvierkant, heb ik de eerste poging gedaan om óók het Madonnabeeld van Sancta Maria op het grasveldje tussen De Sprong en het Alfrinkcollege geplaatst te krijgen. Dat grasveldje zou later de binnen- of beeldentuin gaan heten. Om voor mij onduidelijke redenen is dat destijds niet gebeurd. ‘Men was er mee bezig’. Het gebouw in de Kruisstraat was toen al enkele jaren in gebruik door kunstenaars van ‘De Stat’. Wie was toen de eigenaar van het gebouw: de gemeente of toch nog Ons Middelbaar Onderwijs?

In september 2014 doe ik, met ondersteuning van enkele andere oud-collega’s, een tweede poging. Daar was alle reden voor. Per email benader ik de directieleden en de directeur staf om het kunstwerk alsnog naar het onderwijsvierkant te verplaatsen. Een citaat uit het emailbericht:

Zoals jullie waarschijnlijk gehoord/gelezen hebben moet op 10 november a.s. zowel het voormalige gebouw van Sancta Maria aan de Kruisstraat – nu in gebruik door kunstenaars van ‘DeStat’ – als het voormalige gebouw van Hub van Doornecollege – thans door legio instanties onder de naam ‘De Uitkomst’ in gebruik –  leeg zijn. Dan volgt t.z.t. afbraak van de gebouwen. Het gebouw aan de Kruisstraat staat wat dat betreft als eerste op de planning.

Al snel wordt duidelijk dat de schoolleiding aan de verplaatsing wil meewerken om zodoende het Madonnabeeld in de binnentuin te plaatsen. Heel positief. Wat weten we eigenlijk van dit Madonnabeeld? Wanneer is het geplaatst en wie heeft het gemaakt?

Bij de opening van een nieuwe school werd er, zoals toen gebruikelijk bij nieuwe gebouwen, een toepasselijk kunstwerk geplaatst.

Hieronder een krantenfoto van de inwijding en onthulling op 26 oktober 1960 door pastoor van Dinter, toen voorzitter van het schoolbestuur.

 

De pastoor hield een toespraak waarin hij zei dat het schoolbestuur bij het overhuizen naar de nieuwe school (in het voorjaar van 1959) het oude beeld van Sancta Maria niet had meegenomen, omdat men van mening was dat dit beeld niet bij het nieuwe gebouw zou passen.

 

 

Het beeld is gemaakt door Niel Steenbergen (1911-1997). Hij was een productief Brabants kunstenaar die destijds in Teteringen woonde. Hij was beeldhouwer, medailleur en tekenaar. Hij heeft meerdere kunstwerken vervaardigd voor de gemeente Deurne. Zo is het oorlogsgedenkmonument ‘Jager die het zwijn doodde’ in Helenaveen van zijn hand (1956). Voor de Maria Vredeskapel gelegen nabij het Klein Kasteel in Walsberg – door vernieling en vandalisme moest het Mariabeeld meerdere keren gerestaureerd of vervangen worden – vervaardigde hij zelfs tot twee keer toe een Mariabeeld. Het allereerste (1944) was van zijn hand maar ook zijn allerlaatste gebeeldhouwde Mariabeeld (1997) is door hem gemaakt.

Na de onthulling en inzegening werd onder leiding van muziekleraar Scheepers een aantal Maria-liederen gezongen.

 

Aansluitend gaf de heer Steenbergen een korte uiteenzetting omtrent de voorstelling van het kunstwerk. Het gedenkteken moest in zijn ogen een goede ‘laatste steen’ van het gebouw, van bouwmeester van Halteren uit Den Bosch, worden.

Hieronder de letterlijke tekst:

Zeer eerwaarde Zr.Martini

 

Mogelijk hebt u later, of thans iets aan de gedachten die mij aanspoorden tot het vervaardigen van een gedenkteken voor uw nieuwe huishoudschool. Op de eerste plaats wilde ondergetekende een goede, ‘laatste’ steen maken, die ten opzichte van het gebouw van de bouwmeester de heer van Halteren een verantwoord teken zou zijn.

In het officie van Maria wordt gesproken, zoals u wel zult weten over ‘Maria de Tempel des Heren – Maria, dus het huis van de Logos’ – de Hoogste Wijsheid – vandaar de tekst die op het voetstuk is gebeiteld.

De Madonna is omgeven door Engelen, staande voor een krans rozen, terwijl de Lieve Vrouw rust op een duivelse figuur, die geboeid onder haar ligt. Het touw houdt de Engel vast.

Het gegeven is vrij en misschien wat apocrief, maar het Bijbelverhaal over de zondeval spreekt van de vrouw.

Daar wordt de vrouw belóófd, wier zaad de kop van de slang zal verpletteren. Hier wordt het plechtig woord opnieuw  in steen gebruikt en Jesus past het toe op zijn eigen Moeder.

Zo is het ‘woord’ de vervulling van een oeroude profetie en heeft daarom een bijzonder plechtige klank. Niet alleen is het verleden vervuld, maar er is óók een nieuwe toekomst aangebroken, een nieuwe tijd begonnen.

En in deze nieuwe tijd, moeten degenen, die tot dit nieuwe Volk Gods behoren, een bijzondere verhouding van liefdevolle eerbied voor de Moeder des Heren hebben.

Overal waar Christus is, en men hem liefheeft, daar is ook Maria en houdt men van haar.

Moge het zo ook zijn in uw school.

 

Met alle hoogachting,

Niel Steenbergen

‘In het officie van Maria wordt gesproken, zoals u wel zult weten over ‘Maria de Tempel des Heren – Maria, dus het huis van de Logos’ – de Hoogste Wijsheid – vandaar de tekst die op het voetstuk is gebeiteld’, licht de kunstenaar toe.

Deze tekst luidt: SAPIENTIA AEDIFICAVIT SIBI DOMUM

Letterlijk vertaald betekent dit: ‘De wijsheid heeft zich een huis gebouwd’.

De tekst is ontleend aan het boek der Spreuken (9) van het Oude Testament waarin we worden aangespoord om wijsheid te verwerven.

Tot slot defileerden enkele honderden leerlingen van de huishoudschool langs het nieuwe beeld. Ter afsluiting was er nog een samenkomst van genodigden, bestuur en docenten.

In de jaren 60 en 70 werden er veel theelepeltjes vervaardigd met bijzondere voorstellingen. Ook het Madonnabeeld van Niel Steenbergen bij huishoudschool Sancta Maria is destijds ‘in productie’ genomen. In 1986, bij gelegenheid van het 40 jarig bestaan van de school èn de komst van staatssecretaris Nel Ginjaar-Maas werd het beeld gereinigd.

 

 

Op donderdag 13 november 2014 is het dan zo ver. ‘Van Horssen wegenbouw’ zal omstreeks 7.30 uur starten met het handmatig  vrijmaken van de fundering. Dit werk zal ongeveer anderhalf uur in beslag nemen. Vervolgens zal op vrijdag 14 november rond de klok van 8.00/8.30 uur het beeld worden gelicht en worden vervoerd richting Burg.Roefslaan 11. Daar zal aansluitend het beeld herplaatst worden in de binnentuin van het Alfrinkcollege’, laat Hans Verwasch, die de verplaatsing coördineert, weten.

 

 

De heer Steenbergen sprak destijds in 1960 de hoop uit dat het beeld tot in lengte van dagen voor de school zou mogen blijven staan. En daar staat het nu dan weer! Uiteindelijk toch een definitieve plek binnen het onderwijsvierkant. Goed werk heeft tijd nodig.

Intussen is Bergopwaarts opnieuw eigenaar van het schoolgebouw. Plannen voor afbraak zijn er voorlopig nog niet. Integendeel, er worden/zijn op dit moment zelfs enkele vaste bewoners gehuisvest!

 

 

Met dank aan de directie, Hans Verwasch en fotografen. De foto’s in bovenstaande galerij zijn gemaakt door Hans Verwasch, Hein van den Heurik, Sjaak Cornelissen en Pieter Willems.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.a.4 Wandreliëf P.Wiegersma

Kunstwerk Pieter Wiegersma behouden

De aanleiding

Zondag 19 oktober 2014. Pieter en Mieke Willems hebben het besluit genomen om, wellicht voor de laatste keer, nog een kijkje te nemen in de voormalige schoolgebouwen van Sancta Maria, later Elkervoorde genaamd. Alle kunstenaars van DESTAT moeten op korte termijn de gebouwen verlaten hebben en wegens de dreiging van sloop komt hoogstwaarschijnlijk de kans niet meer voorbij om hier oude herinneringen op te halen. Dit speelt ongeveer een maand voorafgaande aan de overplaatsing van het andere kunstwerk, een Madonnabeeld vóór de school, naar het onderwijsvierkant.
Ook nemen we nog een kijkje in de oude gymzaal met eronder de fietsenkelder. Tenminste voor zo ver dat mogelijk is want vandalen hebben hier al flink huisgehouden. Onvoorstelbaar. Het verbaast ons dat in het trapportaal van het bijgebouw nog steeds het kunstwerk hangt van de hand van Pieter Wiegersma. We hadden gedacht dat dit keramieken wandreliëf al lang veilig gesteld zou zijn. Dus niet !! Hiernaast de foto van het trapportaal ten tijde van de laatste rondgang.

Het kunstwerk is in 1969 door Pieter Wiegersma zelf aangebracht nadat hij samen met de toenmalige directrice zr. Martini en huishoudkundige Francien van Oosterhout Munsters deze plek had uitgezocht. In 1969 kwam de uitbreiding van de huishoudschool, zijnde een tweede bouwlaag op de zij- en achtervleugel èn een vrijstaande gymzaal met fietsenkelder, klaar. Het was toen gebruikelijk om 1% van de bouwkosten te reserveren voor een kunstwerk. Tegenwoordig ligt dan anders. De heer van Halteren is ook nu weer de architect van deze uitbreiding. De notulen van de bestuursvergadering vermeldt het volgende:

De kunstenaar

Pieter Wiegersma (1920-2009) was de 2e zoon uit het huwelijk van Hendrik Wiegersma en Nel Daniëls. Zijn beroep was in feite glazenier. Talrijke glas-in-lood-ramen heeft hij ontworpen en gemaakt voor kerken en kapellen totdat er steeds minder religieuze gebouwen nodig waren. Mensen gingen steeds minder naar de kerk. Daarom schakelde hij in de 60-jaren over op andere technieken: wandtapijten, sieraden, keramiek, aquarellen enz. voor allerlei openbare gebouwen zoals gemeentehuizen, scholen, ziekenhuizen enz. In die tijd is ook het kunstwerk voor ‘Sancta Maria’ gemaakt. Ook in het Lorentz Casimir college te Eindhoven hangt een dergelijk keramieken wandreliëf, eveneens gemaakt in de periode 1963 – 1974. Zo ontwierp hij o.a. ook een keramische vis, een spuitfiguur voor in de vijver gelegen nabij de allereerste bejaardenwoningen in de St.Jozefparochie nabij de St.Jozefkerk, gebouwd begin 60-er jaren. Hieronder nog een aantal toelichtende foto’s.

Het wandreliëf

Het kunstwerk is een wandreliëf en is in delen gemaakt. Alle 15 stukken zijn aan de achterkant uitgehold vanwege het bakproces. Bij het plaatsen – dat deed hij meestal met een vaste equipe – zijn de holle gedeeltes met cementspecie gevuld en vervolgens middels keilbouten in de muur van het trapportaal verankerd. Degelijk werk. Ook voor ons was de vraag wat het reliëf nu precies voorstelt. Kortom: wat is de iconografie ? In ieder geval heeft het met ‘groei’ te maken. Zo wordt dat ook beschreven in het jaarverslag van het bestuur, opgesteld door de voorzitter van het schoolbestuur, Herman Allard (1913-1986). Hij was de eerste conservator van museum het Dinghuis, waar hij destijds ook woonde.

Op 15 december 2015 heb ik over de voorstelling van het wandreliëf een telefoongesprek met de zoon van Pieter te weten Tjerk Wiegersma. Hij beheert in Brussel een kunsthandel onder de naam ‘Wiegersma Fine Art’.

‘Het is een ontspruiting, een thema dat hij vaker hanteerde net als bij het wandtapijt in het Deurnese ziekenhuis destijds. Een dergelijk idee zat er vaker achter: de uivorm; een knop die ontspruit, bloeit. Je ziet de rode stampertjes. Het groeit omhoog, naar buiten, naar de zijkant. Er zijn zichtbare vertakkingen. Een kern dat eerst een zaadje is geweest. Het staat symbool voor de school, de jeugd’.

Verder vermeldt hij dat het werk gemaakt kan zijn in Tegelen in Limburg. Of misschien bij Flos in Steyl maar daar werd hoofdzakelijk glas-in-lood gemaakt. Volgens Lex van de Haterd, de conservator van museum De Wieger, werkte hij het wandkeramiek uit bij Russel Tiglia in Tegelen. Hij liet hij zich bij het vervaardigen ervan adviseren door een specialist op dit gebied, Mathieu Oehlen. Die had op zeker moment in Reuver ook een eigen atelier.
Zijn zoon Wim trekt dat sterk in twijfel. Zijn vader had volgens hem geen relatie met Russel Tiglia. Hij gaf leiding aan een ‘concurrerend’ sierkeramiek-atelier. Hij schrijft mij hierover het volgende:

‘Gezien de tijd van totstandkoming en de baktechniek (met name de kleuren rood en geel op onderdelen) lijkt het me niet waarschijnlijk dat dit reliëf in het vroegere sierkeramiek-atelier van de Greswaren Industrie Teeuwen (GIT) in Reuver is gemaakt. Eind jaren zestig werden er nog maar weinig werken uitgevoerd. Uitgesloten is het echter niet. Assistentie heeft mijn vader niet gegeven, hooguit toestemming om het werk in Reuver uit te voeren. Als Pieter Wiegersma contact met mijn vader had gezocht in die tijd, dan zou mijn vader dat waarschijnlijk toen wel aan mij hebben verteld. En zeker iets later, bij ons op bezoek in Deurne, want ik ben in 1970 in Deurne als jonge leraar (Latijn en geschiedenis) op het Peellandcollege aan de slag gegaan en heb daar tot 1977 met veel plezier gewerkt. Ik herinner me echter niets van zo’n verhaal’.

Kortom, het is op dit moment nog niet geheel duidelijk waar het wandreliëf nu precies vervaardigd is.
Wellicht dat dit in de toekomst nog eens opgelost zal worden.

Op zoek naar achterliggende documentatie

Op het einde van het kalenderjaar 2015 en tevens in de eerste maanden van het nieuwe jaar 2016 doe ik intussen allerlei pogingen om meer gegevens te verkrijgen van het keramieken kunstwerk. Waar is het gemaakt? Is er nog documentatie beschikbaar in het atelier waar het gemaakt is? Is er soms nog een ontwerp in het archief? Lex van de Haterd (li) en Pieter Willems (re) bij het bekijken van het carton in museum De WiegerZo heb ik contact met Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen alwaar een heleboel kunstwerken en documentatie over keramiek gemaakt in Limburg is ondergebracht. Het onderzoek gedaan door de conservator van het keramiekcentrum, Sacha Odenhoven, levert jammer genoeg niets op. Daarom krijg ik adressen door van familieleden van Mathieu Oehlen. Lex van de Haterd, sinds 1 januari 2016 de nieuwe conservator van museum De Wieger in Deurne, vraagt aan mij om even geduld te oefenen. Hij is op dat moment druk bezig met de afronding van een boek en de voorbereiding van drie nieuwe tentoonstellingen i.v.m. het jubileumjaar van De Wieger. Begin maart 2016 krijg ik van hem een reactie op zijn zoektocht:

‘Ik heb de hele map met krantenartikelen die ik over Pieter Wiegersma heb, nagekeken, en helaas niets gevonden over het keramisch werk in ‘Sancta Maria’. Tjerk vertelde je dat hij alle documentatie aan De Wieger heeft gegeven, dat klopt ook, maar De Wieger heeft alles aan mij doorgegeven in 2014, althans wat de documentatie betreft. Alle kunstwerken van PW hebben ze natuurlijk gehouden. Ik heb meer dan 200 kleine ontwerpschetsen van PW, maar dit ontwerp zat er niet bij. Ik heb slechts enkele cartons op ware grootte en wat schetst mijn verbazing: het ontwerp van dit werk zit erbij. Helaas zonder iconografie. Ik denk dat je achter de iconografie van dit werk overigens niet te veel moet zoeken. Volgens mij stelt het werk een gestileerde plant/bloem voor, een geliefd thema van PW, en symboliseert het groei/leven/vitaliteit. Zo past het weer bij jeugd en sport in een gymzaal van een school’.

Hieronder nog een aantal toelichtende foto’s.

De eerste poging mislukt

In het najaar van 2014 heeft het Alfrinkcollege via Rinie van de Leur te kennen gegeven om t.z.t. het kunstwerk een plaats te willen geven in de aula van de school. De school heeft echter niet de financiële mogelijkheden om het verwijderen en plaatsen van het kunstwerk te bekostigen. Het verplaatsen van het Madonnabeeld heeft al het nodige geld gekost. De vraag is dan ook of ik vrijwilligers kan inschakelen. Op dat moment is het ook erg onduidelijk of nu de gemeente dan wel woningbouwvereniging Bergopwaarts het eigenaarschap heeft van de schoolgebouwen. Na maandenlange stilte komen de gebouwen opnieuw in handen van Bergopwaarts. Pas in mei 2015 wordt het duidelijk dat de hoofdgebouwen intact blijven en alleen de bijgebouwen, waaronder de gymzalen, gesloopt zullen worden. Intussen heb ik een werkgroepje gevormd: Ad van de Corput (voormalig collega en vakgenoot), Cor Verhoeven (voormalig conciërge van Sancta Maria), Hennie van den Heurik (een zwager van me die altijd de logistiek aanstuurde bij WILMA-bouw) en ikzelf. Ik leg contact met de betreffende teamleider van Bergopwaarts, Thijs Heuff, om een afspraak te maken voor een eerste verwijderingspoging. Het wordt donderdag 28 mei 2015. De poging mislukt echter. Een flinke teleurstelling. Volgens Ad zijn de afzonderlijke delen met steenkit vastgezet. En…er zitten twee lagen baksteen achter; je kunt er niet goed bij. We zouden het kunstwerk ruïneren als we de poging gaan doorzetten. Dat doen we dus zeker niet! Er moet een andere oplossing gezocht worden. Zie verder de toelichtende foto’s hieronder.

Wat nu te doen?

Nog voor de zomervakantie informeer ik bij Bergopwaarts of het sloopbedrijf eerst de achterste muur achter het kunstwerk zou kunnen verwijderen zodat we een betere toegang hebben. De sloper laat desgevraagd weten dat dit heel wat extra werk gaat kosten en dan nog is het maar de vraag of het kunstwerk behouden kan blijven. ‘Deze kosten wil Bergopwaarts niet voor haar rekening nemen, dus als jullie het kunstwerk willen behouden dan zal je het zelf op redelijk korte termijn moeten verwijderen’, aldus de reactie van teamleider Thijs Heuff.  De werkgroep onderzoekt ook nog of een speciaal gereedschap, een buigzame trekzaag, wellicht uitkomst biedt. Ook dat blijkt geen haalbare kaart. Intussen meldt de teamleider ons dat het sloopbedrijf na de bouwvakvakantie op 24 augustus 2015 met de sloop van de gymzalen begint. Hein van den Heurik neemt contact op met de uitvoerder van sloperij Jansen. Die zit mogelijkheden om, als de afbraak ver genoeg gevorderd is, via een professionele slijper het kunstwerk uit te slijpen. Maar… daar hangt wel een prijskaartje aan. Pas op het allerlaatste moment vinden we een geldschieter die bereid is de kosten hiervan voor haar rekening te nemen. Die geldschieter zijn we nog steeds heel erg dankbaar! Zie verder de foto’s van de situatie ter plekke op dat moment.

Eindelijk is het zo ver !

Het is 2 december 2015. Het kunstwerk zal uit de muur gezaagd worden. We zijn heel erg benieuwd. Via de uitvoerder is er een bedrijf uit Eersel gecharterd dat gespecialiseerd is in boor- en zaagwerkzaamheden. Steen, graniet, beton, asfalt enz. Nadat de bescherming is weggenomen worden er eerst een tweetal cilindervormige gaten geboord. Daar doorheen worden de banden bevestigd om het geheel straks te kunnen hijsen. Vervolgens wordt de muur 2x verticaal en 1x horizontaal ingezaagd zodat het kunstwerk, samen met de twee lagen baksteen, vrij komt te liggen. Boren en zagen is inderdaad geen enkel probleem voor dit bedrijf. Vervolgens wordt het opgetild en op de vrachtwagen van Cosentino, een natuursteenhandel in Deurne, gezet. Een succesvolle operatie. Chauffeur Berry Goossens brengt het veilig naar de hal van het bedrijf alwaar het kunstwerk binnenkort gestript en gerestaureerd zal worden. Nu volgt een kort videoverslag van de berging.

Hieronder de fotorapportage van alle werkzaamheden.

Restauratie van start

In de hal van ‘Cosentino’ Deurne krijgen we alle ruimte, tijd en medewerking om het kunstwerk te strippen en te restaureren. Onze werkgroep is inmiddels van samenstelling gewijzigd. Naast Hein van den Heurik en Pieter Willems; de twee vrijwilligers van museum De Wieger, Cor Verhoeven en Harrie Biemens, is ook Hans van Hoek toegetreden. Buiten zijn onderwijsloopbaan was hij ook pottenbakker en gezien het keramiek een welkome aanvulling. Tenslotte Herre Obbema. Hij is meerdere keren betrokken geweest bij restauraties van kunstwerken in heel Nederland en dus een man met veel expertise. 
Intussen heb ik in januari 2016 het bestuur van de Stichting Vriendenkring Ons Deurne benaderd voor financiële ondersteuning bij de restauratiewerkzaamheden. Via o.a. projecten zoals dit probeert deze stichting er voor te zorgen dat de gemeente Deurne vaker op positieve wijze in beeld komt.   Onze aanvraag wordt positief beantwoord en daarom gaan we gauw aan de slag. De eerste weken doen Hein en Pieter het kapwerk. Heel voorzichtig van achteruit, laag voor laag zonder het kunstwerk te beschadigen. Een container vol met puinafval. En wat blijkt? Elk deel zit met één of meer keilbouten vast een direct erachter gelegen steenlaag. Ik denk dat we in totaal ruim 40 keilbouten hebben verwijderd. Gelukkig zitten de afzonderlijk delen niet aan elkaar vastgelijmd. Vrijwel koud tegen elkaar. Na enkele weken kappen hebben we alle afzonderlijke stukken ‘bevrijd’. Zonder beschadigingen. Stuk voor stuk leggen we ze op weegschaal om het totaalgewicht te kunnen bepalen, ongeveer 205 kg. Nu blijkt pas echt dat het uitzagen de enige juiste manier is geweest om het kunstwerk te kunnen behouden. Hieronder een aantal foto’s van de eerste stripwerkzaamheden.

De afzonderlijke stukken behandelen

Weer een nieuwe fase. We hebben het resolute besluit genomen om het kunstwerk op een houten plaat te bevestigen. Middels een stalen strip in de achterzijde van de houten plaat kan die straks overal opgehangen worden, maar ook heel belangrijk, er weer vanaf gehaald worden. Koste wat kost willen we een bevestiging zoals die in de Kruisstraat is toegepast, vermijden. Volgens Herre moet de bevestiging op hout geen enkel probleem opleveren. We gebruiken daarvoor een kit die onder invloed van luchtvochtigheid uithardt tot een duurzaam elastisch rubber.Dat houdt in dat alle stukken aan de achterzijde goed vlak moeten zijn. Dat betekent veel (buiten)slijpwerk. Restanten keilbouten maar ook uitgeharde specie verwijderen. Ook reinigen we meteen de voor- en zijkanten. Beschadigingen – hoewel er die maar sporadisch zijn – worden hersteld en Hans van Hoek schildert alle stukken ‘bij’. Dat is bij hem in professionele handen. En dan wordt het tijd om een houten plaat te zagen waarop we het kunstwerk gaan aanbrengen. We nemen een 25 mm dikke multiplex plaat. Middels lamellen moet de plaat verbreed worden. Dat is een klusje voor Cor Verhoeven. Hieronder nog meer detailfoto’s.

De wederopbouw

De opbouw verloopt voorspoedig. Als alle delen aan de achterkant vlak zijn gemaakt, gerepareerd en bijgeschilderd, gaan we de omtrek bepalen. We willen namelijk een enigszins terugvallende LED-lichtstrip aan de zijkant bevestigen. Dan wordt het kunstwerk straks mooi uitgelicht. Vervolgens worden de delen op de houten plaat gelegd en afgetekend. We zagen de contouren van het werkstuk iets kleiner uit i.v.m. de strip. De decoupeerzaag komt er aan te pas. De rand wordt goed geschuurd.  Vervolgens wordt de roestvrijstalen ophangstrip in de plaat gefreesd en vastgeschroefd. . Als de rand zwart geschilderd is worden de afzonderlijke stukken op de plaat vastgekit en geplakt. Aansluitend wordt er een bok gemaakt waaraan het werkstuk wordt opgehangen zodat het straks met bok en al vervoerd kan worden. Aan de achterkant worden alle stukken nog eens apart met keramische ankers aan de houten plaat vastgezet. Veiligheid voor alles. Tenslotte wordt de metalen strip aangebracht. Hierop wordt t.z.t. de Ledverlichting geplakt. Nu volgt eerst een kort videoverslag van de opbouw.

Hieronder de fotorapportage van alle opbouwwerkzaamheden.

Molens draaien langzaam

Het is inmiddels najaar 2016. Onze restauratiewerkzaamheden zijn op een oor na gevild. Het wachten is op goedkeuring van de schoolleiding van het Alfrinkcollege om het kunstwerk in de aula te mogen ophangen. Over de plek zijn we het al eens geworden: rechtsboven tegen de muur, boven het podium van de aula.  De Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs heeft te kennen gegeven dat er plannen ontwikkeld mogen worden om het gebouw van AC onderwijskundig aan te passen. Aangezien de schoolleiding zodoende geen zicht heeft op hoe het AC aangepakt gaat worden wil men het ophangen van kunstwerk voorlopig nog niet uitvoeren. Het kan immers nog wel anderhalf jaar duren alvorens alle plannen gerealiseerd kunnen worden. Dat is een flinke teleurstelling voor de werkgroep. Vandaar dat we nog enkele andere opties voor het plaatsen van het kunstwerk onderzoeken maar ook die blijken niet haalbaar.
Ruim een jaar later, november 2017 – molens draaien dus inderdaad langzaam – krijgen we te horen dat door de Raad van Bestuur het besluit is genomen om voor het Alfrinkcollege en De Sprong een nieuw gebouw neer te gaan zetten!  De realisatie ervan gaat nog wel enkele jaren duren. Er wordt zelfs over 4 jaar gesproken. Dat houdt dat we alsnog de gelegenheid krijgen om het kunstwerk in de bestaande aula van het AC op te hangen, en wel op de plek die we daarvoor aanvankelijk ook hadden uitgezocht. Is de nieuwbouw klaar dan kan het t.z.t. opnieuw geplaatst worden.
De werkgroep komt wederom in actie en tijdens de kerstvakantie van schooljaar 2017-2018, op woensdag 3 januari 2018 om precies te zijn, wordt het werkstuk naar het onderwijsvierkant vervoerd en daar in de aula opgehangen. Overigens, nog een hele bijzondere operatie !

Dag van de waarheid

In de hal van Cosentino wordt de operatie voorbereid. Er worden aan de achterkant (tijdelijk) 2 draagbalken gemonteerd. Verder een hijsoog om het werkstuk straks gemakkelijk naar boven te kunnen hijsen. Dan de dag van de waarheid. Het KNMI heeft storm voorspeld voor deze 1e woensdag van januari. Nadat chauffeur Johan het kunstwerk keurig op de parkeerplaats bij De Sprong en het Alfrinkcollege heeft ‘afgeleverd’, wordt het vervolgens op een glaswagen getild. De eerste tegenvaller dient zich weldra aan: De stoeptegels onder de onderdoorgang liggen richting het schoolgebouw een stuk hoger.  Het kunstwerk kan er daardoor niet onderdoor. De conciërge Toon Kuunders, biedt een oplossing. Omlopen, helemaal achter de sportzalen om. En inderdaad binnen enkele minuten staan we bij de ingang van het Alfrinkcollege. De hoogte van de voetsteun van het kunstwerk voorkomt dat we de glaswagen binnen kunnen rijden. Daar moet dus eerst met de decoupeerzaag een stuk vanaf gezaagd worden. Nu volgt eerst een kort videoverslag van het transport en de ophanging.

Hieronder een aantal foto’s van de werkzaamheden tot in de benedenhal van het schoolgebouw:

Vervolgens moet een trappenwagen het kunstwerk een verdieping hoger brengen. Aanvankelijk gaat dit goed maar doordat het werkstuk steeds schuiner wordt gehouden gaat het gewicht ervan een grotere rol spelen.  Halverwege de trap moeten we het werkstuk neerleggen. Gestrand! Wat nu? Inmiddels hebben we versterking van Martine en Tom. Er wordt van een paar extra balken een soort glijbaan gemaakt die we onder het kunstwerk steken en en die we met zeep insmeren.

Na een aanzienlijk oponthoud zijn we ‘boven’. Vervolgens nog een te nemen trap van slechts enkele treden. Dit doen we op dezelfde manier.  Via de steiger zijn inmiddels de 2 gaten geboord waarin de keramische ankers worden bevestigd om het kunstwerk aan op te hangen. Ook het hijsapparaat wordt (tijdelijk) net onder het plafond gemonteerd. Tegen de klok van 17.00 uur hangt het kunstwerk van Pieter Wiegersma weer op dezelfde gele steen als voorheen in de Kruisstraat. En de huidige conciërge van AC, Toon Kuunders, poseert met trots onder het werkstuk dat hij destijds zo vaak in de gymzaal van de Kruisstraat heeft moeten afstoffen !

Hieronder nog een aantal foto’s van de hele operatie.

 

De laatste hand

Op 1 maart 2018 hebben Hein en Pieter tenslotte de verlichting aangesloten en het tekstbordje geplaatst. En de LED-verlichting werkt getuige onderstaande foto’s.

Dank

Het wandreliëf is gelukkig behouden en heeft weer een nieuwe plek gekregen en…is nu gemakkelijker te verplaatsen ! Daarmee is eindelijk de klus geklaard. Op de eerste plaats wil ik alle werkgroepleden bedanken die al die tijd met veel toewijding aan de restauratie gewerkt hebben. Vervolgens een dankwoord aan onze sponsoren: de sponsor die verder anoniem wenst te blijven maar met de geldelijke bijdrage het wel mogelijk heeft gemaakt om het kunstwerk te kunnen bergen. Aansluitend de Stichting Vriendenkring Ons Deurne die ons de mogelijkheid heeft geboden om met hun bijdrage de restauratie uit te kunnen voeren.

Ook dank aan Cosentino Nederland die het vervoer voor haar rekening nam en waar we al die tijd in hun hal aan de restauratie hebben kunnen werken. Tenslotte dank aan al die mensen die bij toeval of gelegenheid hand- en spandiensten hebben verleend; tijdens de berging, de restauratie en bij de plaatsing in het Alfrinkcollege.

Het is te hopen dat dit kunstwerk t.z.t., zodra de nieuwbouw van het Alfrinkcollege een feit is, een mooie plek zal krijgen waar het nog beter tot haar recht zal komen. ‘Zonder voortdurende groei en vooruitgang hebben woorden als verbetering, prestaties en succes geen enkele betekenis’, aldus de wijze woorden van een Amerikaans staatsman. Iets dergelijks moet Pieter Wiegersma destijds ook gedacht hebben.

Pieter Willems, maart 2018.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.b.2 Onderwijs

Onderwijs in de 70-er jaren

1. Tijdsbeeld

In ‘the Seventies’ was er sprake van veel veranderingen. Een decennium van protesten en opkomen voor je eigen rechten. Denk aan de Dolle Mina’s die strijd gaan voeren voor de gelijkberechtiging van man en vrouw. Veel veranderingen in de politiek. Daarnaast is er de oliecrisis in 1973 met de autoloze zondag en later nogmaals in 1979. Het terrorisme grijpt om zich heen, vliegtuigkapingen.

In de huiskamers zie je gehaakte versieringen, visnetten, zitzakken en biezen matten. Bruin, paars en oranje zijn de modekleuren. Wat outfit betreft zien we lang haar, mini-rok, later hot pants, wijde pijpen en puntkragen. En niet te vergeten de hippiebeweging en de disco. De overheid gaat allerlei zaken regelen: valhelmen voor bromfietsers, autogordels voor automobilisten. De periodieke autokeuring APK wordt ingevoerd; het blaaspijpje. En dan zijn er nog een heleboel nieuwe dingen, in willekeurige volgorde: roddelbladen zoals de Story, de glasbak, het koffiezetapparaat, de ligboxenstal, het dekbed, de kleurentelevisie en de meubelboulevard.

2. Onderwijs golft

Inderdaad, dat hebben wij  in die 40 jaren wel ondervonden. In de 70-er jaren groeit de school aanzienlijk en onder leiding van de nieuwe directrice Elly Sweere wordt er flink aan de weg getimmerd. Aan haar manier van leiden moet het team wel wennen. Er worden diverse vernieuwingen ingevoerd, gebouwelijk maar ook organisatorisch en onderwijskundig. De maandagmiddag wordt het wekelijkse vergadermoment. Op den duur ontstaat er door de nieuwe aanpak steeds meer onvrede en wrevel. In 1975 is de nood zo hoog dat dit aan de hand van een enquête ook besproken en geëvalueerd wordt: 74 vragen en 152 kantjes met antwoorden. Een lijvig boekwerk. In het eerste schooljaar van Pieter was er meteen feest. De school bestaat 25 jaar. Het schoolbestuur kiest er voor om er niet te veel ruchtbaarheid aan te geven. Dat bestuur vergadert regelmatig en het voorzitterschap was toen in handen van dhr. Allard. In 1974 wordt hij opgevolgd door dhr. Harrie Kanters. Op een heel rustige en wijze manier heeft hij daarna jarenlang de school bestuurd. Betrokkenheid onder het personeel was er zeker wel. Om maar een voorbeeld te geven, de verjaardag van een collega ging nooit onopgemerkt voorbij. De directie wenste je zelfs nog een goed uiteinde op de vooravond van je geboortedag! En iedere keer moest je bij alle collega’s een gulden ophalen en de eerstvolgende jarige daarvan een cadeau aanbieden. Zie hieronder voor een impressie uit die beginjaren.

3. Schoolwerkplan (afgekort SWP)

Begin jaren 70 werd de directie uitgebreid met een persoon die verantwoordelijk werd gemaakt voor het onderwijsgebeuren. Dat was een goede zaak. Henk van Wijk werd benoemd. Het schoolwerkplan, afgekort met SWP, deed zijn intrede. Daarin werd het hele onderwijsproces vastgelegd en verantwoord richting inspectie. Dat was een crime en het heeft veel tijd gekost in het begin. We gingen werken met een planning; er volgden jaarlijks evaluaties. Zonder meer een vooruitgang. In het SWP stond letterlijk alles in: plattegronden, huisregels voor personeel en leerlingen, de huistelefooninstallatie enz. Achteraf gezien veel te veel. Het werd steeds meer een papieren tijger die je nadien, vakmatig gezien, nog maar zelden raadpleegde.

Hieronder een voorbeeld van een evaluatie uit 1972-1973 en een fotogalerij over het SWP.

4. Projectonderwijs

In het begin van de 70-er jaren gaf ik als AVO-docent les aan drie tot 4 klassen. Een heleboel verschillende vakken. Projectonderwijs dat thematisch was opgezet was toen heel erg in. Moderner kon niet. Ik kan me herinneren dat we op school met de methode ‘Perspectief’ van Ten Brink werkten. Binnen zo’n thema waren er raakvlakken met Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie.

Naast de methode ‘Gedachte, klank en teken’ werden via ‘Dieseloefeningen’ de werkwoordsvormen ingeslepen als tijdens de normale les was gebleken dat een leerling hiaten had op dit gebied. Van lokaal wisselen was een zeldzaamheid voor zowel docenten als leerlingen. Destijds kwam ook het volgen van cursussen in zwang. Je moest ‘breder’ worden zoals dat heette. Ook in bevoegdheden. De ene applicatie na de andere. Dat had dan als voordeel dat je weer enkele schalen in salaris hoger kwam.

In die tijd gaf Mieke het vak Zorg voor de voeding, woning, kleding en gezondheid. Heel in het kort leerden de leerlingen koken, wassen, strijken, poetsen en alle andere huishoudelijk werk. Onder de gezondheid viel de persoonlijke verzorging maar ook allerlei ziektes enz. In een later stadium ging men voortaan van huishoudkunde en gezondheidskunde spreken. Hieronder wederom een fotogalerij met bijzondere momenten uit die tijd.

5. Doe-dag

Ook de creativiteit kreeg in de 70-er jaren een impuls. Kinderen moeten zelfstandig(er) worden. Je moet ze daarom niet te veel beperken in hun wensen. Laat ze verkennen, meepraten en meebeslissen. Kinderen zullen dan ook creatiever worden. Op de schrikkeldag van 1972 organiseert de BAD-commissie o.l.v. Martien Verberne daarom een creatieve dag ofwel de DOE-dag genaamd. Leerlingen kunnen zich opgeven voor het maken van sieraden, het bewerken van hout, emailleren, iets bakken enz. Er zijn die dag verschillende keuzemomenten. In elk lokaal is wel iets te doen. En … de jaren erna wordt er jaarlijks zo’n dag georganiseerd! De overige foto’s hieronder zeggen genoeg.

6. Differentiatie

De maatschappelijke ontwikkelingen zorgen er ook voor dat leerlingen langer naar school gaan. Ouders vragen meer en langer onderwijs zodat ze meer inzicht krijgen in het eigen kunnen en kennen van hun kinderen. Het Lager Beroepsonderwijs wordt daarom 4-jarig. Elly Sweere zit in de werkgroep die deze uitbreiding voorbereidt. Ook moet elke leerling kans krijgen zich op eigen niveau en in eigen tempo te kunnen ontwikkelen. Daarom kun je op het einde van leerjaar 4 examen doen op verschillend niveaus. Dat houdt in dat je leerlingen in leerjaar 2 en leerjaar 3 op drie niveaus (A, B of C) moet indelen. Er worden daarvoor criteria opgesteld. Dit speelt rond 1975. De docent moet op zeker moment dan ook gedifferentieerd les gaan geven. In dit verband worden nieuwe didactische werkvormen geintroduceerd zoals Mastery Learning. Immers, we hadden ook het Individuele Beroepsonderwijs, in dit geval het IHNO. We werkten op het gebied van differentiatie nauw samen met ‘St.Bernadette’, een LHNO school uit Valkenswaard waar een vriendin van onze directrice, Door Braam, toen leiding gaf. Bij Mastery Learning wordt de leerstof in mootjes gehakt en worden heel nauwkeurig doelen geformuleerd. Vooral zwakkerpresterende leerlingen hebben baat bij deze aanpak. Elke leerling kan op eigen tempo door de leerstof gaan; er is geen onnodige herhaling en tussentijds wordt er regelmatig (diagnostisch) getoetst. Ook werden een aantal bijzondere klassen opgestart: de determinatie- en de schakelklas en wel vanaf het schooljaar 1975-1976. Deze klassen zijn in het leven geroepen om een betere en ook gefundeerde onderwijskeuze te kunnen maken. Hieronder nog een voorbeeld van een leerstofthema van huishoudkunde volgens Mastery Learning van Mieke en Zr.Ernestine. 

. Zie voor een verdere impressie de volgende foto’s.

7. De allereerste schoolkrant

Een schoolkrant is een tijdschrift dat op reguliere basis uitgegeven wordt door een school. Dat is zeg maar de meest bondige omschrijving. Meestal wordt de krant door en voor de leerlingen gemaakt. En soms zitten er ook personeelsleden in de redactie. Vaak speelde op de achtergrond ook de mening van de schoolleiding een rol maar tegenwoordig is er toch een soort redactionele vrijheid. In de 70-er jaren werd een schoolkrant meestal gestencild maar tegenwoordig, anno 2018, wordt er vaak een externe drukkerij ingeschakeld. De mogelijkheden zijn wat betreft legio. Hieronder in zijn geheel de 1e schoolkrant. Tip: gebruik de ‘pop-out’ rechtsboven om de krant in een groter formaat te kunnen bekijken.

In de jubileumuitgave van schoolkrant nr. 44 van maart 1980 wordt stilgestaan bij het 10 jarig bestaan van de schoolkrant.

De schoolkrant, aldus adjunct directeur Riet Angenendt in haar voorwoord, is 10 jaar geleden geboren om het contact tussen de school en de ouders van onze leerlingen te bevorderen. De school bestond in 1970 uit 400 leerlingen en 35 personeelsleden. U begrijpt dat een schoolkrant in een school met deze omvang niet mag ontbreken.

In de loop der jaren veranderde hij meerdere malen van naam (toen Het Sproetje en nu De Inktvlek), van jasje, van dikte, van inhoud van illustratie en van kwaliteit. Dit kwam doordat men steeds meer interesse toonde, men werd handiger en op de administratie kwam betere apparatuur, waardoor een waardevoller product kon worden aangeboden.

Op ouderavonden is de reactie over de schoolkrant erg positief. Als de schoolkrant uitkomt is het op de docentenkamer erg rustig want iedereen is vol belangstelling. Kom je in de klas en heb je de schoolkrant bij je, dan is het verstandiger om die uit te delen na de les, anders zou de belangstelling wel eens anders gericht kunnen zijn! Voor de redactie moeten dit redenen zijn om door te gaan met de krant. Moge wij U daarbij veel succes toewensen.

In de 80-er jaren wint de school zelfs een 1e prijs met de schoolkrant. Zie in onderstaande fotogalerij ook de foto van ‘de geboorte van de schoolkrant’, een artikel geschreven door een van de eerste redactieleden, Martien Verberne.

8. Het documentatiecentrum

Leerlingen moet je leren om zelf informatie te vinden voor een bepaald onderwerp,een spreekbeurt, een boekverslag. Daar leren ze meer van dan wanneer de docent het allemaal voorgekauwd aandraagt. Die onderwijsgedachte kreeg begin jaren 70 steeds meer vorm door op school een documentatiecentrum in te richten. Niet alleen boeken, naslagwerken maar ook dia’s, kaarten, folders, foto’s en films. Daarom verzorgde ik ook de audio-visuele middelen op school.  Martien Verberne en ik hadden samen de taak toebedeeld gekregen om zo’n documentatiecentrum in onze school gestalte te geven. Wekelijks waren daar overleguren voor ingeroosterd. Eerst wed het centrum ondergebracht in lokaal 21, het vroegere overblijflokaal van de Trip. Later werd het ondergebracht in een nieuwe lesruimte deel uitmakend van de fietsenkelder, onder de 1e gymzaal gelegen.

We gebruikten, net als bijna alle openbare bibliotheken een classificatiesysteem dat bekend staat onder de naam SISO. Het is de afkorting van Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken. Het systeem is gebaseerd op wetenschapgsgebieden: 100 = wijsbegeerte; 200 = godsdienst enz. Elk boek, naslagwerk, diaserie of wat dan ook kun je via een code rangschikken.

Van het potje geld dat we ter beschikking hadden werden metalen boekenkasten gekocht. En verder kochten we hele series naslagwerken, encyclopedieën enz. en uiteraard werden ook de bestaande boeken in dit systeem ondergebracht. Het personeel heeft diverse middagen – als je toch moest wachten op een volgende rapportvergadering –  besteed aan het plastificeren van boeken.  En zo maakte menig docent voor zijn vak gebruik van dit centrum. Om een boek te raadplegen voor een werkstuk of voor het bekijken van een diaserie. Er werd zelfs een speciaal lokaalrooster voor gemaakt. Van heinde en verre kwamen scholen kijken en mochten Martien en ik ze voorlichten over de gebruiksmogelijkheden maar ook over de knelpunten. Zoals het niet juist terugzetten van een boek volgens dat coderingssysteem. Een grote ellende was dat. Maar intussen kregen we zodoende al regionale bekendheid. Wij waren immers op dat moment koploper, zeker in het Zuid-Nederland. Hieronder het instructieboekje dat de leerlingen wegwijs moest maken in het documentatiecentrum. Zie verder de fotogalerij, eveneens hieronder.

In de daaropvolgende jaren 80 kwamen accenten in het onderwijs al weer anders te liggen. Het documentatiecentrum werd ontmanteld en werd de ruimte overgenomen door het simulatiebedrijf Homed ‘RADO’ van kantoorpraktijk. Dit oefenbedrijf werd in 1988 officieel geopend.

9. Vormingsdagen

Op de middelbare school maken jongeren over het algemeen grote veranderingen mee. Het lichaam verandert. Ze doen ook nieuwe ervaringen op in relaties, in het omgaan met elkaar. Hoe denk je ergens over? Het maken van afspraken, gedragsregels, aandacht voor pesten. Je standpunt leren bepalen. En vooral: hoe leer je omgaan met die verschillen? De school en het team biedt daarbij de helpende hand. Ook wordt soms externe hulp ingeschakeld zoals bij ‘vormingsdagen’ het geval is. Op ‘Sancta Maria’ gebeurde dat, begin 70-er jaren, aanvankelijk in leeerjaar 3. Leerlingen en klassendocenten gingen naar groepsaccommodatie ‘Zonnewende’ in St.Michielsgestel. De BAD (buitenschoolse activiteiten dienst) commissie onder leiding van Martien Verberne had daar een dienende rol in. En ook het godsdienstige aspect mocht niet verwaarloosd worden.

Enkele jaren later viel de keuze op een vormingscentrum in Zuid-Limburg. Vormingscentrum ‘Wormdael’ in Eygelshoven, op het voormalige terrein van de mijnen Laura en Julia. Daar konden meerdere klassen tegelijk naar toe. En ook het kostenaspect speelde destijds een grote rol. Later verhuisde het vormingscentrum naar nieuwbouw in het centrum van Sittard.

Er werd op school altijd een ouderavond georganiseerd waarbij de leiders van het vormingsinstituut toelichting kwamen geven op het doel en het programma. ‘Uw dochters – de jongens volgden pas later –  worden toevertrouwd aan een aantal bekwame mensen, die goed op de hoogte zijn van de problemen van deze tijd en van onze jeugd’ wordt in de uitnodigingsbrief vermeld. In deze 70-er jaren zijn Mieke en ik heel wat jaren als begeleiders mee geweest naar ‘Wormdael’. De onderwerpen kwamen in de regel neer op ‘relaties’, tussen ouders en kinderen maar ook ‘jongen-meisje’, het rolgedag dan met name. Verslaving en dan met name ‘drugs’ stond op het programma. De gesprekken met politie, dealers en ex-verslaafden lieten meestal een diepe indruk na. Daarnaast was er ook nog tijd voor ontspanning en sport. Judo, een dropping, kegelen waren geliefde items. Over het algemeen was deze week een heel nuttige week aangezien deze op zeker moment aan het begin van het vierde leerjaar werd gepland. Dat kwam de kennismaking binnen de nieuwe klassensamenstelling prima van pas. Hieronder een voorbeeld van een verslag van zo’n week en een aantal foto’s.

Eind jaren 70 ging Henk van Wijk – het onderwijsgebeuren stond al behoorlijk op de kaart – naar een school in Best.  Henk ging en Frans Hendriks kwam. Geen onbekenden van elkaar; studiejaargenoten dacht ik. Waar Henk was gebleven ging Frans verder. Je kunt stellen dat in dit decennium de basis werd gelegd, door de directie goed aangestuurd, om binnen afzienbare tijd tot de top van Nederland te gaan behoren. Ook zal me altijd bijblijven dat in deze periode inspraak in diverse zaken op touw werd gezet zoals het chremium ‘de Staf’ waarin elke vakgroep zijn of haar vertegenwoordiger had zitten. Mieke zat daar als vakgroephoofd van een aantal beroepsgerichte vakken ook in. En ook dat ging met vallen en opstaan. Elke maandagmorgen werd er vergaderd.

 

2.b.3 Wiskunde

Wiskunde 70-er jaren

Wiskunde zoals we dat tegenwoordig kennen, werd toen niet gegeven. Er werd via ‘Wikken en wegen’ nog volop gerekend. Veel vraagstukjes maar ook het hoofdrekenen kreeg de aandacht. Rekenmachines waren er nog niet voor het onderwijs. Redactiesommen. Geleidelijk aan zag je dat er meer Statistiek in het programma werd ingebouwd. En ook de Verzamelingenleer deed zijn intrede: de elementen, de Natuurlijke getallen, de doorsnede, de deelverzamelingen enz. Rond 1975 gingen we bij de bestaande NCB wiskundemethode extra leerstofmateriaal schrijven.  Daarbij hanteerden we Mastery Learning als differentiatiemodel. Als snel kwamen we er achter dat, wanneer we van methode zouden veranderen, ook al het extra materiaal ergens diep achter in de kast kon verdwijnen. We waren veel te afhankelijk. En zo ontstond het idee, samen met de LHNO school St. Bernadette te Valkenswaard– daar was de huisvriendin van Elly Sweere de directrice – een nieuwe wiskundemethode te schrijven. Henk van Wijk zou samen met Wilbert Reuter het proces begeleiden. Ruud Ivens, Wim van Dongen en ik, Pieter Willems waren de auteurs. Samen met collega René Cober bedachten we een eenvoudig figuurtje dat in alle plaatjes de teksten en begrippen kon verduidelijken: Bolleboosje. In de bovenbouw zijn er nog enkele andere auteurs aan toegevoegd zoals Piet Koorevaar uit Schoonhoven. Wilbert Reuter had inmiddels al lang een andere baan. Talloze avonden van overleg volgden. Vooral in Middelbeers bij Henk van Wijk thuis. En met de nodige trots zijn we een keer, ik dacht ergens in Ede, op een conferentie geweest waarbij wij namens onze uitgeverij, Nijgh & VanDitmar, de methode mochten presenteren. Onze doelstelling was om een goede wiskundemethode te schrijven. Dat is ook gelukt. Maar om daarmee een groot marktaandeel van andere uitgeverijen (Moderne Wiskunde en Getal en Ruitme) af te snoepen valt niet mee in onderwijsland. Ook ons is dat destijds niet gelukt. Het aantal gebruikers bleef relatief laag. En ook ons was toen al snel duidelijk dat je voor het geld geen methode moet gaan schrijven. Een zeilboot is altijd een droom gebleven! In ieder geval voor Henk van Wijk.

Hieronder een gedeelte uit een artikel n.a.v. ‘Meten van Lengte’ (auteur Pieter Willems) uit de methode Wiskunde in Uitvoering  die ik op het Internet een aantal jaren geleden tegenkwam. Enkele stukken ontleend aan het artikel (Kieskleurig, handleiding intercultureel lesmateriaal van Ineke Mok & Peter Reinsch d.d. 1999)

Dit boek was in de jaren tachtig nog in omloop. Het loont de moeite om er even in detail naar te kijken. Om te beginnen een kleinigheid waar je licht overheen leest: ‘Dicht bij de kust van Afrika’. Waar zou dat zijn? De kust van Afrika is enkele tienduizenden kilometers lang. Blijkbaar vindt de auteur een nauwkeuriger plaatsaanduiding niet nodig, hetgeen past bij het beeld van Afrika als ongedifferentieerd, diffuus en ver weg. Het is ironisch dat deze plaatsaanduiding voorkomt in de openingstekst van een hoofdstuk dat nu juist het meten van lengte en afstand tot onderwerp heeft.

Het eiland droeg vroeger de naam ‘Rimboea’; hoe het nu heet is blijkbaar niet van belang. De naam kan niet anders dan afgeleid zijn van ‘rimboe’. Rimboe roept twee associaties op, afhankelijk van het perspectief dat je kiest. Een westerling die de rimboe ingaat, is onverschrokken en tegen ontberingen opgewassen. Maar mensen die in de rimboe wonen zijn primitief en achterlijk.

De tweede zin bevat een stevig waardeoordeel: ‘bepaalde gewoontes waar ze niet van af wilden stappen’. Was dat dan nodig? Heeft iemand geprobeerd ze ervan af te brengen?

De rest van de tekst beschrijft drie van die gewoontes, ontsproten aan het brein van de auteur. Bij wijze van uitsmijter zet de tweede zin van de opdracht de Rimboeanen nog even extra op hun plaats: ‘Gebruiken wij die maten nu nog?’

Het is onwaarschijnlijk dat je in leerboeken van nu iets van het kaliber van Rimboea zult tegenkomen. Ik heb het hier besproken als uitvergroting van verschijnselen die in subtielere, meer verborgen vorm in recente schoolboeken wél zijn aan te treffen.

Wat moet een docent met een tekst als deze? Algemeen geldende adviezen zijn lastig te geven, want een aanpak die in de ene klas werkt hoeft in een andere klas volstrekt niet aan te slaan. Toch geef ik enkele adviezen voor het geval de leerkracht van mening is dat de gewraakte passage niet zonder correctie aan de leerlingen voorgehouden kan worden. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan pogingen om leerlingen de passage zelf te laten ‘doorprikken’ door een richtvraag te stellen die past bij het karakter van het stuk in kwestie. Bij Rimboea zou ik vragen: ‘Wat denk je, is dit stukje echt, of is het verzonnen? Waar zie je dat aan?’

Rond de beantwoording van die vragen is een klassegesprek te voeren waarin de elementen uit de eigen analyse van de leerkracht ongetwijfeld opduiken. Pas daarna is het tijd voor een oordeel. Geef leerlingen de kans om zich uit te spreken, maar oefen geen zware druk uit. Eventueel kan de docent de leerlingen voorhouden dat dit stukje leerstof in het boek niet behandeld wordt. Het is moeiteloos te vervangen door ander materiaal.

2.b.4 Examen

Examen 70-er jaren

Het Examen in de 70-er jaren was heel anders geregeld. Er was maar één examentijdstip en dat was toentertijd ook al in de maand mei. Alles hing van dat ene moment af. Schoolexamens kenden we niet. Geen schoolexamenweken; gewoon les. De leerlingen maakten dan een P-examen of T-examen. De ‘P’ stond voor de meer praktijkgerichte leerlingen; de ‘T’ voor de meer theoretisch gerichte leerlingen. Ook toen waren er al leerlingen die voor een bepaalde vak een zogenaamd aanvullend T-examen aflegden. Dan was in de loop van het schooljaar gebleken dat de leerling wel bepaalde kwaliteiten had voor dat vak.

Ik kan me nog herinneren dat in het schooljaar 71-72, ergens in april – ik denk tijdens de Paasvakantie –  Elly Sweere, Matern Gijsen en ik een middag naar school kwamen om het rooster samen te stellen voor het centraal examen. Op dit moment kost dat avonden werk maar deze klus was vrij snel geklaard. Ook mondelinge examens werden gepland. Ik dacht voor Nederlands.

De leidraad voor het examen was een lichtblauw boekje: het eindexamenbesluit. Dat is nog heel lang geldig gebleven.

In de loop van de 70-er jaren werd alles anders. Er kwamen niveaus: A, B en C. Het D-niveau was voorbehouden voor de Mavo-leerlingen. Je moest per niveau een apart examen maken en daarbij vooral de leerdoelen bewaken. Leerlingen konden op dubbelniveau examen afleggen. Zodoende waren in veel gevallen twee cijfers achter een vak zichtbaar op het rapport. En op het einde werd dan het hoogste niveau gekozen. Mits je met die cijfers slaagde!

Diplomauitreikingen vonden in die tijd op verschillende locaties plaats. Er was immers nog geen aula.

Aanvankelijk werden de diploma’s uitgereikt in De Vierspan, de gemeenschapsruimte van Deurne-centrum. Ook toen traden  de docenten al op met een stukje: de schnitzelbank.

Later in gemeenschapshuis  Den Deel in Zeilberg, waar door docenten het toneelstuk ‘Loop naar den duvel’ werd opgevoerd. En Joh Coolen had dan vaak met leerlingen iets muzikaals ingestudeerd en Martien Verberne was altijd , namens de BAD-commissie, de ceremoniemeester.

T.z.t. volgt hier in ieder geval een geluidsopname van de opvoering van dit toneelstuk en als de techniek het toelaat aangevuld met  8mm filmopnamen.

2.c.1 Historie puntsgewijs

jaar Puntsgewijs de historie 80-er jaren
1980 Eindelijk een aula erbij en deze wordt geopend door Zr.Ernestine.  Koperen jubileum Zr. Ernestine, C.v.Driel ,Ricky v Oosterhout en 25-jarig (dubbel) jubileum van R.Angenendt.
1981 Eerste UV klas in leerjaar 3. In dit jaar de start van de 1e LEAO-klas op Sancta Maria. Met daarin Robert van de Wallen, later voorzitter van de leerlingenraad.
1982  Wet op Medezeggenschapsraad van kracht. Tevens oprichting Pastorale Werkgroep (identiteit). Er wordt een sponsorwandeltocht voor een kinderziekenhuis gehouden: ’ Lopen voor Opele te Polen’.
1983 In dit jaar o.a. de jubilea van M.Gijsen, Ch.vd.Wegen en Joh Coolen in zaal van Moorsel.
1984 Verbouw keuken tot groothuishouden en restaurant. Er komt een lokaal ‘Algemene Technieken’ in het hoofdgebouw.Ook het afscheid van Zr.Ernestine, de laatste zuster franciscanes van Sancta Maria. Verder het zilveren ambtsjubileum van M.Gijsen.
1985 De lagere school en de kleuterschool gaan samen op in de basisschool. Sancta Maria telt nu ongeveer 60 docenten; De school wordt prijswinnaar van het beste schoolblad, mede onder redactie van René Cober.
1986 Van 23 tot 28 februari  wordt het 40-jarig jubileum van Sancta Maria gevierd in de aula en is er ook open huis. Dhr. Pierik van KPC spreekt en E.Sweere krijgt uit handen van burgemeester van Genabeek de  zilveren legpenning van de gemeente Deurne.  De school krijgt een  verlichtingsinstallatie voor de aula.  De nieuwe schoolvlag wappert. Mw. Ginjaar-Maas komt op bezoek maar maakt helaas geen gebruik van het nieuw toilet.  We hebben ook 5e jaars zoals bij de afdeling Uiterlijke Verzorging: Uv2. In dit jaar ook het afscheid van M.Verberne en M.Gijsen.
1987 Thea de Rijcke wordt in april directeur (1987-2000) en verdedigt het lhno in het  NCRV televisieprogramma ‘Welles-Nietes’ op 28 april. Het roosteren met de computer (programma Malmberg  ‘School +’) wordt verkend door W.v.Dongen; later geassisteerd door P.Willems. Op dat moment is het systeem met de borden en de gekleurde blokjes nog leidend. In dit jaar afscheid E.Sweere, J.Coolen, C.v.Driel en E.vd.Wouw. Tevens wordt door Thea ‘de vrijdagmiddagborrel’ ingesteld.
1988 We nemen afscheid van Harrie Kanters als voorzitter van bestuur. R.Angenendt maakt gebruik van de DOP-regeling.  En het oefenbedrijf voor administratie gaat als Edufirm Rado van start.
1989 Het afscheid van Piet Diebels na 15 jaar bestuur. In dit jaar, do 21 december, ook de lesmarathon van klas 3h o.l.v. mentor Wim van Dongen.  Duur 12 uur; opbrengst fl. 10.000 voor de Chili actie Onderdak (pater Nico Coolen, de broer van muziekdocent Joh Coolen).

2.c.2 Onderwijs

Onderwijs 80-er jaren

 Huishoudkunde

Op 25 januari 1980 ging ik met zwangerschapsverlof.

Wij kregen 3 kinderen en in deze periode was ik moeder en huisvrouw. Omdat Pieter op de school werkte, bleef ik op de achtergrond betrokken bij school en het onderwijs.

Op 20 januari 1988 heb ik een gesprek met de toenmalige directrice om te gaan vervangen voor een collega, die toen met zwangerschapsverlof ging.  In die tussentijd, dat ikzelf in de kleine kinderen zat, is er op school het een en ander veranderd. Te beginnen met de naam van het vak. In 1980 heette  het vak allemaal huishoudkunde. In 1988 heette het in de onderbouw: techniek Verzorging en in de bovenbouw nog huishoudkunde. De inhoud hiervan was anders geworden. Er kwam nu groothuishouding bij. Een heleboel administratie maar ik heb het omarmd en vond het zeer uitdagend.

In het restaurant kwamen voornamelijk bejaarde mensen uit de bejaardenhuisjes uit de buurt om te eten. Naar verloop van tijd waren ze zo ‘thuis’, dat zij probeerden uit te maken hoe het allemaal moest verlopen. Zij wilden  perse op dezelfde plaatsen zitten, brachten zelf mayonaise mee, als deze niet door school werd verstrekt, zetten het servies al vast op een hoop, terwijl de leerlingen moesten leren om het uit te halen etc.  Een schitterende periode, waarin leerlingen veel leerden , al was het alleen al over omgangsvormen.

In 1989 kwam ik opnieuw vervangen voor zwangere collega’s. Het werk was niet minder geworden, maar meer. In het derde leerjaar kwam er stage bij. Ook dit vond ik een uitdaging en heel leuk. Vanaf die tijd  ben ik weer meegegaan in alle veranderingen.