4.a.1 Examen

Cabaret en examen

Wordt er nog een stukje gedaan?’ Een vraag die bij ons op school volstrekt overbodig is. Er wordt altijd een stukje gedaan of het nu een jubileum, een afscheid of een diploma-uitreiking is. Dat is een ingeslepen traditie die vanuit de Kruisstraat is meeverhuisd. Ouders bij het examencabaret of gasten van jubileumfeesten spreken daar altijd hun waardering voor uit. ‘Dat doen ze niet op elke school.’

Maar op het Alfrinkcollege wel! Daar is dat de cultuur. De kerngroep of voorheen de vakgroep of nog andere geledingen dragen altijd wel een steentje bij en dat meestal onder leiding van de activiteitencommissie.

 

Ikzelf schreef in de 70-er jaren incidenteel wel eens een liedje. In de jaren 80 gebeurde dat steeds vaker en ging vervolgens ook actief optreden in het cabaret. Ik schreef ook liedjes voor het cabaret. Dat vormde een soort uitdaging om een bepaald thema goed voor het voetlicht te brengen of een bepaalde persoon met de juiste tekst te typeren. Maar dan moet het metrisch wel kloppen en lopen als je het gaat zingen of spelen. Dat was een harde eis die ik mezelf dan oplegde. Zodoende kan ik op dit moment bij wijze van spreken een bundel samenstellen van al die nummers. In de Jozefstraat is Kitty Schirru zelfs op haar knieën ons kantoor binnengekropen met de smeekbede om een liedje te schrijven.

In de aula van de Kruisstraat waren toneelmatig gezien de mogelijkheden maar heel beperkt. Een paar kratten en wat planken erop. Dat was het podium. En veel hoger dan 40 cm kon niet want dan raakte je het plafond. Omkleden onder het afdak dat met een paar oude gordijnen was omgetoverd tot kleed- en schminkruimte. En dan via de hoofdingang de zaal binnenkomen waar je door de warmte werd overvallen. Zelfs een hele dag de tuinsproeier op het auladak kon de temperatuur dan niet doen dalen. Peentjes zweten. In de Jozefstraat was het heel wat luxer. Een heus podium. Zelfs volop plek voor het orkest. Royale ruimte (in de keuken en het UV-lokaal)  om om te kleden en te schminken. En een grote zaal! En ook in het huidige gebouw van het Alfrinkcollege maken we gebruik van de mooiste ruimte van dit gebouw: de aula. Die biedt alle mogelijkheden.

Ons optreden was bij voorbaat al een succes omdat we al die jaren over een ijzersterk orkest beschikten: Piet van de Rijt, Joh Coolen, Marion Brinkman, Marc van Hoof, René Cober, Hans van Rutte, Henk Heuts en Kees Bouwmans later nog aangevuld met Pieter Seuren en Jos Sieben. En ongetwijfeld zal ik iemand vergeten. Ze speelden alles. En aanvankelijk oefenden we veel en regelmatig maar met het vorderen van de tijd werden we steeds vaardiger. Nou ja, we eisten niet langer dat we alle teksten van buiten kenden. Dat deden we aanvankelijk wel. Het ‘Klikolied’ en de ‘Restaurantscène’ waren vaste onderdelen en scoorden altijd. En wat te denken van het ‘fotolied’ en het ‘slotlied’ en het optreden van Normaal? Op zeker moment heb ik de gitaren en het keyboard  – in het begin nog gemaakt door onze twee zonen – moeten reviseren!

4.a.2 Jubilea

Cabaret en jubilea

 Er is ook nog een periode geweest dat ik naast de liedjes ook een programmaboekje samenstelde. Soms een heleboel onzin bij elkaar maar dat droeg er wel aan bij dat er tijdens een feest voldoende gespreksstof was. En ook de stukjes bij jubilea of welke gelegenheden dan ook gaven veel genoegdoening. En zo heb ik menig typetje gespeeld, voorzien van rokje en/of piercing en mijn vaste pruik. Kapper Els heeft er allengs wel een kort modelletje van gemaakt. De laatste jaren voornamelijk met maatje Dick samen als de rode draad, vele teksten en stukjes geschreven. Bovenal veel plezier aan beleefd. Gewoon…de ‘jus van het werk’ maar vooral de kracht van het team van het Alfrinkcollege. Ik kan het alleen maar aanbevelen. Daarom is wellicht de band binnen het team zo hecht.

De eerste serie foto’s

De tweede serie foto’s

4.a.3 Alle goeds!

Nieuwjaarscabaret

Dit cabaret is ‘geboren’ in 1995. Toentertijd moest er door de school jaarlijks een verslag gemaakt worden. Per kalenderjaar. Om het niet alleen bij een opsomming van droge feiten te laten verzocht Thea de Rijcke aan enkele collega’s om de presentatie ervan aan te kleden. Gelijktijdig met de nieuwjaarsborrel. We mochten min of meer kritische kanttekeningen maken maar wel luchtig. De cabaretgroep bestond aanvankelijk uit de leden Joke ter Steeg, Ivo Verhagen, Dick Doezé en ikzelf Pieter Willems. Toen Joke op zeker moment met vervroegd pensioen ging is Sjaak Cornelissen die rol over gaan nemen. Dat was in 1998. Toen de teams van Elkervoorde en de BAM werden samengevoegd is Pieter Seuren de groep komen versterken. Daardoor kregen we zelfs muzikale ondersteuning. Dat bood meer mogelijkheden. De groep heeft onder verschillende namen geopereerd. Achtereenvolgens:

Erratum

Errata

PACT (Persiflage Alfrink College Toegevoegd)

‘5 van de rooie’

Toen eenmaal het fusieproces van start ging was deze cabaretgroep goed geoefend en greep dan ook elk jaar de gelegenheid te baat om de ontwikkelingen van een kritische noot te voorzien. In de Kerstvakantie kwamen we dan bij Dick Doezé in Lierop bij elkaar. Een middag. Vrijwel iedereen had dan denkwerk verricht of zaken in de loop van het schooljaar opgespaard. En dan begon het brainstormen, door Petra voorzien van een drankje en een hapje. Tijdens die middagen hebben we heel wat voorstellen gedaan maar ook vooral zien sneuvelen. ‘Nee, dat kunnen we niet maken’. Er was een soort gezamenlijk cabaretgeweten dat het niveau van ons optreden bewaakte. Maar we waren wel opgelucht als het tijdens die middag als voorstel aan bod kon komen. We hebben wat afgelachen! Voorpret.

En dan was het de beurt aan Dick of mij om het stuk – meestal toch wel 10 A4’tjes – te gaan schrijven. Aanvankelijk deden Dick en ik dat beurtelings maar de laatste jaren waren we samen de schrijvers van het stuk. Eerlijk gezegd, het kostte wel 1 of 2 dagen van de vakantie en mocht de inspiratie wat minder zijn, dan nog wel even langer. Vervolgens werd versie 1 naar de leden rondgestuurd voor aanvullend commentaar. Pieter Seuren voorzag het stuk van een refreintje of lied en het cabaret kon weer gepresenteerd worden. Op den duur had het dus niets meer met het jaarverslag te maken.

De toeschouwers waren altijd wel benieuwd of ze in de ‘roddelrubriek’ waren verwerkt. Dat was min of meer een jaarlijks terugkerend vast onderdeel. Voor bepaalde collega’s brachten wij dan wereldnieuws! ‘Dat wist ik helemaal niet!’ Vanaf 2002 is er een ander vast onderdeel aan toegevoegd: de Medewerker van het jaar (ervoor). Dat is altijd een goed initiatief gebleken.

jaar Medewerker van het jaar
2002 Truus Lutters
2003 Henny Sloots
2004 Piet van Sambeek
2005 Rolf Bloks
2006 Niemand;  stil optreden ‘5 van de Rooie’
2007 Toon Kuunders
2008 Annalies Nijenhuis
2009 Audrey Paikoen & Maria van Lieshout
2010 Dick Doezé & Pieter Willems
2011  

In 2007 hebben we een stil optreden gehad. Zie de bijgevoegde foto. ‘Men’ vond dat de cabaretgroep soms op de man speelde. Maar middels onze toevallig goed gekozen Aai-opener heeft de groep dit weersproken. In 2011 hebben Dick en ik – in het kader van de afbouw – andere collega’s gevraagd het werk van ons over te nemen. Samen zijn we tot Medewerker van het jaar benoemd. Daar waren we heel erg mee vereerd.

Tot slot een stukje ontleend uit het cabaret van 2010: een gedicht en een lied. De afronding van het onderwijsvierkant is in zicht. De rector heeft zijn afscheid aan die afronding gekoppeld. Het fusieproces viert bijna haar koperen jubileum.

AFSCHEID VAN EEN SCHOOLLIJDER’

Een oude rector vond in Deurne dermate het ULTIEME GENOT

Gedroeg zich in zijn vierkant vaak als DÉ OPPERGOD

Het personeel sprak daarentegen van een bedrijfsblinde BESCHAAMDHEID

Wanneer is nu eindelijk zijn AFSCHEID?

Dan sprak de rector vol overtuiging: ‘’Ik heb nog zo’n JEUK aan mijn IVOD

 

 Allen: (wijze: ‘ Ja zuster, Nee zuster’)

Doe wat ik van je vraag

Ja rector nee rector

Zo zie ik’t altijd graag

Ja rector nee rector

Inspraak heel nu en dan

Ja rector nee rector

Als het niet anders kan

Ja rector nee rector

Laten we doen zoals ik het zou willen

Zonder protesten en zonder te gillen

Lijkt het soms niet te gaan

Ja Peelland nee Peelland

Pas ik mijn plannen aan

Ja Peelland nee Peelland

Ja rector nee rector

Ja rector nee rector

4.a.4 Palmvrijdag

Palmvrijdag

 Het is ergens in 1987 begonnen. Op vrijdag, na afloop van lesuur 8.

Het was een idee van de nieuwe directeur Thea de Rijcke. ‘Niets Bourgondisch is ons vreemd’ was min of meer haar lijfspreuk. Met die opmerking èn het op haar vingers kunnen fluiten had ze toch een bepaald statement gedaan. Ik kan me nog herinneren dat een aantal collega’s dat fluiten maar heel ordinair vond. In de zin van: Dat hoort toch niet!

Ze deed het voorstel om de week met een glaasje af te sluiten. Het bleek een gouden greep. En zo begonnen we met een flesje wijn en een glaasje Palmbier. Dit Belgische bier was op dat moment de Nederlandse markt aan het veroveren. En daarnaast knabbelden we dan een zakje zoute pinda’s op.

 

 

We zaten dan altijd aan de tafel die parallel stond met de buffetkast, destijds op maat gemaakt door Jan Elbers. Deze tafel stond bij het raam aan de kant van ‘Zonneland’. De kant van de bejaardenhuisjes zeg maar. De bejaarden, altijd wakend over auto’s van het personeel maar ook als er zich bijzondere zaken voordeden. Het was een tafel voor zes personen. Onder in de buffetkast stond een doos met knabbels. Toen nog een doosje. Tegenwoordig is het een verhuisdoos! Bovenin verzamelden wij allerlei glaswerk, voornamelijk Palmglazen die Ivo dan weer gratis bij het Wijnhuis meegeleverd kreeg. Echter al snel moest er op vrijdagmiddag een tafel aangeschoven worden. Steeds meer collega’s schoven aan. Het bleek een succesformule. Tot de harde kern behoorden Ivo Verhagen, Dick Doezé, Piet van de Rijt, Thea de Rijcke, niet te vergeten Sjaak Cornelissen en ikzelf, Pieter Willems. Ivo nam de taak op zich – hij was dat gewend vanuit de BAD-commissie (buitenschoolse activiteiten dienst) – om voor de drank te zorgen. Ikzelf nam de taak op me om voor de knabbels te zorgen. Er werd ook ‘een pot’ aangelegd. De zon ging immers niet voor niets op. Sjaak Cornelissen deed regelmatig kascontrole en kon mooie stapeltjes met muntstukken maken. Of hij spaarde de kroonkurken om weer met een of andere Palmactie mee te doen. Het is echter nooit iets geworden!

 

Alle spullen verhuisden in 2000 mee naar de Jozefstraat. Echter, de verhuisdoos met glazen, dobbelspelletjes en diverse cryptogramboekjes is nooit meer teruggevonden. Maar er was nog steeds een Palmvrijdag. De groep groeide. De samenstelling wisselde afhankelijk van de lesroosters die docenten hadden. De harde kern bleef. En op de Jozefstraat werd Pieter Seuren een vertrouwd gezicht en niet te vergeten Michel Buijtenweg. En ook Rob Schellens zat in de groep. Soms ging er bij bepaalde collega’s nog een partijtje badminton aan vooraf.

In 2006 opnieuw een verhuizing. Ik geloof zelfs dat de koeling is mee verhuisd. Maar het Palmbier raakte enigszins uit de mode. Steeds meer regionale merken waaronder de brouwsels uit Arcen en Lieshout. Maar ook gewoon Cola. Doordat collega’s op vrijdag of vrijdagmiddag vrij zijn of juist les hebben tot en met het achtste lesuur wordt het groepje kleiner. Dat was ook een gevolg van het feit dat in 2004, bij de invoering van de kerngroepstructuur,  zo’n 20 collega’s naar het HC verhuisden. Het assortiment is met de loop der jaren wel uitgebreid. Met kaas en worst. De laatste jaren fietste ik tweewekelijks op de vrijdagmorgen met een volle tas knabbels naar de school. Of Mieke bracht de boodschappen. Heel vaak vroeg men aan mij waar ik die knabbels bewaarde. Dat kan ik nu gerust onthullen. Alsof het examenstukken waren. In die kast. Voor bijna niemand toegankelijk en dat was maar goed ook.

Maar er zit nog steeds een groepje in de uiterste hoek van de personeelskamer. Een vertrouwd gezicht en er zijn er bij die tot 17.30 uur moeten blijven, zeggen ze.

Ik kan hier een heleboel verhalen en voorvallen opschrijven. Er is veel geëvalueerd. Er zijn diverse ‘bomen’ opgezet hoe de organisatie moest zijn. Hoe de begeleiding van leerlingen het beste tot stand gebracht kon worden. Hoe het beter kon. En soms kregen we bij toeval informatie uit de hoogste hand aangereikt. Maar niettemin het waren zalige middagen voor mij. Geen betere weekafsluiting dan dit. Een ontspannen moment. En er is veel gelachen. Om grappige voorvallen en anekdotes. Situaties werden op viltjes getekend. Schuldbekentenissen in het potje gedaan. Er is 1 anekdote die ik hier graag wereldkundig wil maken. Een soort bekentenis. Een aansporing voor de collega’s die ook zo’n borrelverhaal kennen?

Wieringerwerf

 

In de Elkervoorde-tijd hebben we diverse ballonnenacties gehad. Ik meen in 1993 bij de onthulling van het pauzeplein en ook b.g.v. het 50-jarig jubileum in 1996. Ik kan me nog herinneren dat we op de dag waarop de ballonnen waren losgelaten, in ons gezelschap het idee lanceerden om eens een geintje uit te halen met die ballonnenactie. We hadden die middag ook al vanuit het raam een overgebleven ballon, voorzien van een lunchpakketje dat was blijven liggen, doen laten opstijgen. Met kaartje. En met succes.

In datzelfde weekend besloot ik een briefkaart naar de organisatie te sturen. Ik had een willekeurige naam bedacht en het adres vermeld in de nabijheid van een collega-auteur van mijn wiskundemethode . Die woonde destijds in het bovenste puntje van de provincie Noord-Holland. Wieringerwerf om precies te zijn. Ik had de briefkaart ergens in de omgeving van Helmond gepost.

Enkele weken later hoorde ik Kees Bouwmans – hij zat destijds in de organisatie ervan – in de nabijheid van lokaal 2 zeggen: ‘Wist je dat die ballonnen nog heel ver terecht zijn gekomen. Ik heb nu een melding van een ballon die gevonden is in Wieringerwerf. Ik wist niet eens waar het lag. En gezien de windrichting is dat toch wel heel bijzonder’. Een en al binnenpret had ik. En vooral omdat hij het verhaal zo serieus en overtuigend bracht. Pas enige tijd later heb ik het voorval gedeeld met mijn ‘Palmgenoten’.Ik moet zeggen dat ik nog enkele weken gevreesd heb dat de betreffende fictieve persoon had gewonnen maar er waren ballonnen die het toch nog verder hadden gebracht. Ik geloof ergens in Duitsland.