2.d.3 Wiskunde

Wiskunde 90-er jaren

Ere wie ere toekomt. Het is Wim van Dongen geweest die het wiskundeproject W12-16 heeft binnengehaald. Onder deze naam opereert begin 90-er jaren een samenwerkingsgroep in Nederland. In die samenwerkingsgroep zitten hogescholen; het CITO; het team W12-16 en niet te vergeten de proefscholen waaronder Sancta Maria. En dit dan onder leiding van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum ofwel het APS: Hans Pouw en Marja Meeder.

De opdracht van de samenwerkingsgroep is om een leerplan voor VBO, MAVO en de eerste drie leerjaren van HAVO en VWO te ontwikkelen en vorm te geven, daarbij ook rekening houdend met de invoering van de basisvorming per 1 augustus 1993. Daarnaast moet er een examenprogramma VBO/MAVO op C en D niveau ontwikkeld worden. En ook heel belangrijk is het verzorgen van de opleiding en nascholing. En dit alles naar aanleiding van een verzoek al in 1986 gedaan door de toenmalige staatssecretaris van onderwijs, mevrouw Ginjaar-Maas.

Onze school wordt een C-school, zeg maar de derde tranche. Wim – die namens onze school het overleg zal bijwonen – krijgt 4 taakuren en ikzelf 2 taakuren. Op een aantal A-scholen, waaronder Greydanus te Zwolle, waren op dat moment al leerstofpakketjes uitgeprobeerd. En deze school was zelfs daardoor in 1991 door Newsweek  uitgeroepen tot ‘the best school of the world’. Kortom, hele goede reclame voor het nieuwe wiskunde-onderwijs.  Veelbelovend reist Wim in het najaar van 1990 regelmatig naar Utrecht voor overleg binnen de projectgroep. Maar Wim koos met ingang van het nieuwe kalenderjaar echter voor een nieuwe uitdaging aan het Technisch Lyceum te Eindhoven want zo schreef Wim: ‘het is jammer voor de scholen maar ook voor de leerkrachten dat iedereen op zijn positie vastgepind zit; iedereen dreigt op deze manier in te soezen!’. Dat hield in dat ik na de Kerstvakantie voortaan de afgevaardigde was van Sancta Maria en dat ik het project op onze school ging leiden. Het was een bewuste schoolkeuze die geheel paste in de traditie van de school toentertijd. Kiezen voor vernieuwing en verandering en daarmee landelijk koptrekker zijn. Het hield in dat we vier jaar lang naast de methode ‘Wiskunde in uitvoering’  hoofdzakelijk met pakketjes gingen werken in de les. Experimenteren. En ook allemaal nieuwe toetsen. We kregen begeleiding van het Moller-instituut te Tilburg. Berry Heerebout werd zodoende een vertrouwd gezicht op school maar vooral ook in de les. Hij heeft heel wat lesbezoeken afgelegd. Intussen was Sjaak Cornelissen de sectie komen versterken. Hij kwam rechtstreeks van de opleiding maar wist zich snel in te werken en bovenal van zijn taak te kwijten.

En zodoende gaan we in Nederland steeds meer de Realistische Stroming volgen die zijn grondslag in Wiskobas heeft gevonden.  Er wordt een andere didactiek gevolgd. Van groot belang zijn het ontdekken, het toepassen en met name het realistische gehalte van de opdrachten. Het is de kunst om zo veel mogelijk verschillende oplossingsmethoden te oogsten tijdens een les. Heel langzaamaan wordt er een wiskundewerklokaal tot stand gebracht met een heleboel concrete leermiddelen die tijdens de les ingezet kunnen worden. Zoals glasplaten. Allerlei meetinstrumenten. Het door mij ontworpen kijktafeltje! Gedurende die tijd vertoef ik vele uren in mijn schuur om bijvoorbeeld blokjes te zagen. Ik bezoek diverse rommelmarkten om concreet materiaal te verzamelen. En op den duur hebben we er een kast, verspreid over zo’n 100 plastic kratten, van vol.

De bijgevoegde foto’s ontleend aan diverse voorlichtingsbijeenkomsten die ik destijds verzorgd heb geven een goed beeld hoe er in het wiskundeonderwijs een omslag wordt gemaakt. Voorlichting aan leerkrachten, betrokken bij het overleg Basisonderwijs-Voortgezet Onderwijs, destijds nog op de BAM te Deurne. Maar ook meerdere keren aan onderwijsgezelschappen en niet te vergeten de ouders van onze school. Die hadden ook volop belangstelling en wilden graag weten hoe ze thuis een helpende hand konden bieden.

En zodoende waren we al snel bekend met de vier leerstofgebieden Algebra, Meetkunde, Rekenen en Informatieverwerking & Statistiek. Daarnaast had je dan nog de plicht om actuele en lokale problemen met het geleerde uit die leerstofgebieden te benaderen. Geintegreerde Wiskundige Activiteiten, afgekort GWA.

Door deze ontwikkelingen werd ik voor de tweede keer auteur van een wiskundemethode. Immers, alle bestaande methodes moesten naar het nieuwe (examen)programma toegeschreven worden. Persoonlijk vond en vind ik nog steeds dit een van de leukste dingen van het onderwijs: Leerstof ontwikkelen en de lijnen die je daarbij moet bewaken. Hoe valt dat in de klas? Hoe kun je vervolgens de leeropbrengst verhogen? Samen met Bertus van Etten, Luc Kuyk, Marianne Lambriex, Bert Driessen en niet te vergeten Henk Staal schrijven we voor Malmberg een geheel nieuwe wiskundemethode: Realistische Wiskunde. Voor zowel VBO/MAVO als voor HAVO/VWO. Dat betekent heel vaak naar Den Bosch voor overleg. Pakketten schrijven; opsturen; van commentaar voorzien en zelfs bij deel 4BC ben ik eindredacteur. En gelukkig kiest onze sectie ervoor om de methode ook bij ons op school te gaan gebruiken. Voorzien van allerlei contexten. In het laatste deel, een hoofdstuk examenvoorbereiding, heb ik als een soort eerbetoon aan onze school alle voornamen van de toenmalige collega’s opgenomen in contexten.

Het meewerken aan het samenwerkingsverband W12-16 heeft er wel voor gezorgd dat ik uiteindelijk kaderdocent ben geworden bij het APS. Dat betekende dat ik op de woensdag gedetacheerd werk deed voor dit Pedagogisch Studiecentrum. Dat betekende vaak een cursus nascholing verzorgen. Maar ook cursussen ontwikkelen. Zelfstandig leren; het gebruik van het wiskundewerklokaal en de daarbij behorende concrete middelen. Die cursus heb ik ook een aantal keren in ons eigen wiskundewerklokaal mogen geven. Achteraf gezien was dit het fijnste werk om te doen. Ik kreeg een goed beeld hoe er in den lande wiskundeonderwijs werd gegeven. Waar pijnpunten lagen en wat de wensen van de docenten waren. Directies die niet mee wilde werken aan vernieuwing. Ik vergeet nooit de docent die me vertelde dat hij elke dag zijn lokaal moest ontmantelen omdat er ’s avonds een commerciële activiteit plaats vond. Het was een genot om koploper te mogen zijn en de werkwijze op onze school te mogen presenteren. Ik besloot om een videofilm te maken over het zelfstandig leren dat steeds meer vorm kreeg in het onderwijs. In den lande is (via het APS) de film meerdere keren vertoond. Echter nooit op onze school. Ik heb diverse keren bij de directie aangeklopt echter zonder resultaat. Dat heb ik altijd betreurd. De agenda werd in die tijd bepaald door allerlei fusieperikelen.

Hieronder een aantal fragmenten uit deze videomontage.

Fragment intro

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Kad5bcNDT5k[/youtube]

Fragment 1

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=49xShqf_XZQ[/youtube]

Via het samenwerkingsverband geraakte ik ook in een groepje docenten die het niveau moest bewaken van het nieuwe centrale B-examen. Zodoende ontstond er contact met het Examenbureau VBO. Ook dat was leuk maar vooral leerzaam werk. Door dit bureau werd je regelmatig bijgeschoold hoe je goede toetsvragen moest maken. Onze taak als constructiegroep van de Landelijke Examen Commissie (LEC) was om de opdrachten te toetsen aan het voorafbepaalde kader en ook vooral na te gaan of er  sprake was van een evenwichtige verdeling. Dat betekende regelmatig naar de Muntkade in Utrecht waar het bureau gezeteld was en waar toentertijd de heren Krosenbrink en Rasenberg leiding gaven aan dit Examenbureau. Al met al een heel boeiende en leerzame onderwijsperiode.

2.c.2 Onderwijs

Onderwijs 80-er jaren

 Huishoudkunde

Op 25 januari 1980 ging ik met zwangerschapsverlof.

Wij kregen 3 kinderen en in deze periode was ik moeder en huisvrouw. Omdat Pieter op de school werkte, bleef ik op de achtergrond betrokken bij school en het onderwijs.

Op 20 januari 1988 heb ik een gesprek met de toenmalige directrice om te gaan vervangen voor een collega, die toen met zwangerschapsverlof ging.  In die tussentijd, dat ikzelf in de kleine kinderen zat, is er op school het een en ander veranderd. Te beginnen met de naam van het vak. In 1980 heette  het vak allemaal huishoudkunde. In 1988 heette het in de onderbouw: techniek Verzorging en in de bovenbouw nog huishoudkunde. De inhoud hiervan was anders geworden. Er kwam nu groothuishouding bij. Een heleboel administratie maar ik heb het omarmd en vond het zeer uitdagend.

In het restaurant kwamen voornamelijk bejaarde mensen uit de bejaardenhuisjes uit de buurt om te eten. Naar verloop van tijd waren ze zo ‘thuis’, dat zij probeerden uit te maken hoe het allemaal moest verlopen. Zij wilden  perse op dezelfde plaatsen zitten, brachten zelf mayonaise mee, als deze niet door school werd verstrekt, zetten het servies al vast op een hoop, terwijl de leerlingen moesten leren om het uit te halen etc.  Een schitterende periode, waarin leerlingen veel leerden , al was het alleen al over omgangsvormen.

In 1989 kwam ik opnieuw vervangen voor zwangere collega’s. Het werk was niet minder geworden, maar meer. In het derde leerjaar kwam er stage bij. Ook dit vond ik een uitdaging en heel leuk. Vanaf die tijd  ben ik weer meegegaan in alle veranderingen.

2.b.3 Wiskunde

Wiskunde 70-er jaren

Wiskunde zoals we dat tegenwoordig kennen, werd toen niet gegeven. Er werd via ‘Wikken en wegen’ nog volop gerekend. Veel vraagstukjes maar ook het hoofdrekenen kreeg de aandacht. Rekenmachines waren er nog niet voor het onderwijs. Redactiesommen. Geleidelijk aan zag je dat er meer Statistiek in het programma werd ingebouwd. En ook de Verzamelingenleer deed zijn intrede: de elementen, de Natuurlijke getallen, de doorsnede, de deelverzamelingen enz. Rond 1975 gingen we bij de bestaande NCB wiskundemethode extra leerstofmateriaal schrijven.  Daarbij hanteerden we Mastery Learning als differentiatiemodel. Als snel kwamen we er achter dat, wanneer we van methode zouden veranderen, ook al het extra materiaal ergens diep achter in de kast kon verdwijnen. We waren veel te afhankelijk. En zo ontstond het idee, samen met de LHNO school St. Bernadette te Valkenswaard– daar was de huisvriendin van Elly Sweere de directrice – een nieuwe wiskundemethode te schrijven. Henk van Wijk zou samen met Wilbert Reuter het proces begeleiden. Ruud Ivens, Wim van Dongen en ik, Pieter Willems waren de auteurs. Samen met collega René Cober bedachten we een eenvoudig figuurtje dat in alle plaatjes de teksten en begrippen kon verduidelijken: Bolleboosje. In de bovenbouw zijn er nog enkele andere auteurs aan toegevoegd zoals Piet Koorevaar uit Schoonhoven. Wilbert Reuter had inmiddels al lang een andere baan. Talloze avonden van overleg volgden. Vooral in Middelbeers bij Henk van Wijk thuis. En met de nodige trots zijn we een keer, ik dacht ergens in Ede, op een conferentie geweest waarbij wij namens onze uitgeverij, Nijgh & VanDitmar, de methode mochten presenteren. Onze doelstelling was om een goede wiskundemethode te schrijven. Dat is ook gelukt. Maar om daarmee een groot marktaandeel van andere uitgeverijen (Moderne Wiskunde en Getal en Ruitme) af te snoepen valt niet mee in onderwijsland. Ook ons is dat destijds niet gelukt. Het aantal gebruikers bleef relatief laag. En ook ons was toen al snel duidelijk dat je voor het geld geen methode moet gaan schrijven. Een zeilboot is altijd een droom gebleven! In ieder geval voor Henk van Wijk.

Hieronder een gedeelte uit een artikel n.a.v. ‘Meten van Lengte’ (auteur Pieter Willems) uit de methode Wiskunde in Uitvoering  die ik op het Internet een aantal jaren geleden tegenkwam. Enkele stukken ontleend aan het artikel (Kieskleurig, handleiding intercultureel lesmateriaal van Ineke Mok & Peter Reinsch d.d. 1999)

Dit boek was in de jaren tachtig nog in omloop. Het loont de moeite om er even in detail naar te kijken. Om te beginnen een kleinigheid waar je licht overheen leest: ‘Dicht bij de kust van Afrika’. Waar zou dat zijn? De kust van Afrika is enkele tienduizenden kilometers lang. Blijkbaar vindt de auteur een nauwkeuriger plaatsaanduiding niet nodig, hetgeen past bij het beeld van Afrika als ongedifferentieerd, diffuus en ver weg. Het is ironisch dat deze plaatsaanduiding voorkomt in de openingstekst van een hoofdstuk dat nu juist het meten van lengte en afstand tot onderwerp heeft.

Het eiland droeg vroeger de naam ‘Rimboea’; hoe het nu heet is blijkbaar niet van belang. De naam kan niet anders dan afgeleid zijn van ‘rimboe’. Rimboe roept twee associaties op, afhankelijk van het perspectief dat je kiest. Een westerling die de rimboe ingaat, is onverschrokken en tegen ontberingen opgewassen. Maar mensen die in de rimboe wonen zijn primitief en achterlijk.

De tweede zin bevat een stevig waardeoordeel: ‘bepaalde gewoontes waar ze niet van af wilden stappen’. Was dat dan nodig? Heeft iemand geprobeerd ze ervan af te brengen?

De rest van de tekst beschrijft drie van die gewoontes, ontsproten aan het brein van de auteur. Bij wijze van uitsmijter zet de tweede zin van de opdracht de Rimboeanen nog even extra op hun plaats: ‘Gebruiken wij die maten nu nog?’

Het is onwaarschijnlijk dat je in leerboeken van nu iets van het kaliber van Rimboea zult tegenkomen. Ik heb het hier besproken als uitvergroting van verschijnselen die in subtielere, meer verborgen vorm in recente schoolboeken wél zijn aan te treffen.

Wat moet een docent met een tekst als deze? Algemeen geldende adviezen zijn lastig te geven, want een aanpak die in de ene klas werkt hoeft in een andere klas volstrekt niet aan te slaan. Toch geef ik enkele adviezen voor het geval de leerkracht van mening is dat de gewraakte passage niet zonder correctie aan de leerlingen voorgehouden kan worden. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan pogingen om leerlingen de passage zelf te laten ‘doorprikken’ door een richtvraag te stellen die past bij het karakter van het stuk in kwestie. Bij Rimboea zou ik vragen: ‘Wat denk je, is dit stukje echt, of is het verzonnen? Waar zie je dat aan?’

Rond de beantwoording van die vragen is een klassegesprek te voeren waarin de elementen uit de eigen analyse van de leerkracht ongetwijfeld opduiken. Pas daarna is het tijd voor een oordeel. Geef leerlingen de kans om zich uit te spreken, maar oefen geen zware druk uit. Eventueel kan de docent de leerlingen voorhouden dat dit stukje leerstof in het boek niet behandeld wordt. Het is moeiteloos te vervangen door ander materiaal.

2.c.1 Historie puntsgewijs

jaar Puntsgewijs de historie 80-er jaren
1980 Eindelijk een aula erbij en deze wordt geopend door Zr.Ernestine.  Koperen jubileum Zr. Ernestine, C.v.Driel ,Ricky v Oosterhout en 25-jarig (dubbel) jubileum van R.Angenendt.
1981 Eerste UV klas in leerjaar 3. In dit jaar de start van de 1e LEAO-klas op Sancta Maria. Met daarin Robert van de Wallen, later voorzitter van de leerlingenraad.
1982  Wet op Medezeggenschapsraad van kracht. Tevens oprichting Pastorale Werkgroep (identiteit). Er wordt een sponsorwandeltocht voor een kinderziekenhuis gehouden: ’ Lopen voor Opele te Polen’.
1983 In dit jaar o.a. de jubilea van M.Gijsen, Ch.vd.Wegen en Joh Coolen in zaal van Moorsel.
1984 Verbouw keuken tot groothuishouden en restaurant. Er komt een lokaal ‘Algemene Technieken’ in het hoofdgebouw.Ook het afscheid van Zr.Ernestine, de laatste zuster franciscanes van Sancta Maria. Verder het zilveren ambtsjubileum van M.Gijsen.
1985 De lagere school en de kleuterschool gaan samen op in de basisschool. Sancta Maria telt nu ongeveer 60 docenten; De school wordt prijswinnaar van het beste schoolblad, mede onder redactie van René Cober.
1986 Van 23 tot 28 februari  wordt het 40-jarig jubileum van Sancta Maria gevierd in de aula en is er ook open huis. Dhr. Pierik van KPC spreekt en E.Sweere krijgt uit handen van burgemeester van Genabeek de  zilveren legpenning van de gemeente Deurne.  De school krijgt een  verlichtingsinstallatie voor de aula.  De nieuwe schoolvlag wappert. Mw. Ginjaar-Maas komt op bezoek maar maakt helaas geen gebruik van het nieuw toilet.  We hebben ook 5e jaars zoals bij de afdeling Uiterlijke Verzorging: Uv2. In dit jaar ook het afscheid van M.Verberne en M.Gijsen.
1987 Thea de Rijcke wordt in april directeur (1987-2000) en verdedigt het lhno in het  NCRV televisieprogramma ‘Welles-Nietes’ op 28 april. Het roosteren met de computer (programma Malmberg  ‘School +’) wordt verkend door W.v.Dongen; later geassisteerd door P.Willems. Op dat moment is het systeem met de borden en de gekleurde blokjes nog leidend. In dit jaar afscheid E.Sweere, J.Coolen, C.v.Driel en E.vd.Wouw. Tevens wordt door Thea ‘de vrijdagmiddagborrel’ ingesteld.
1988 We nemen afscheid van Harrie Kanters als voorzitter van bestuur. R.Angenendt maakt gebruik van de DOP-regeling.  En het oefenbedrijf voor administratie gaat als Edufirm Rado van start.
1989 Het afscheid van Piet Diebels na 15 jaar bestuur. In dit jaar, do 21 december, ook de lesmarathon van klas 3h o.l.v. mentor Wim van Dongen.  Duur 12 uur; opbrengst fl. 10.000 voor de Chili actie Onderdak (pater Nico Coolen, de broer van muziekdocent Joh Coolen).

2.d.1 Historie puntsgewijs

jaar Historie puntsgewijs 90-er jaren
1990 Start experiment W12-16 (wiskunde) via APS. Onze school loopt nog steeds voorop als het vernieuwingen betreft.
1991 Het 45-jarig jubileum wordt gevierd met een 1e symposium, mede georganiseerd door Jac Worms. Er is een midi-playbackshow en op 1 juni komt de AVRO Road-show op bezoek met o.a. Bam to Bam Bam enz. In maart neemt de school afscheid van C.Goossens. Voor de eerste keer laten 3e jrs leerlingen aan ouderen zien wat ze leren: Jong geleerd, oud geniet!Het vak Maatschappelijke Beroeps Vorming wordt voor het IVBO ingevoerd afgekort Mabevo.

Per 1 augustus wordt de ARBO-wet in het onderwijs van kracht. Er komt een lift in het hoofdgebouw.

1992 In 1992 is het LHNO met andere vormen van lager beroepsonderwijs opgegaan in het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO). IHNO , ITO enz heten voortaan IVBO.De basisvorming wordt ingevoerd. Vanaf nu afbouw determinatieklas. Op 29 april komt R.Cober te overlijden. We vieren het koperen jubileum van Joke ter Steeg en in oktober het zilveren jubileum van Ricky van Oosterhout. De school viert carnaval in den Deel.
1993 In het schooljaar 1993-1994,nadat de nieuwe leergangen op de markt kwamen, wordt de basisvorming voor alle scholen verplicht. De kerndoelen worden voor het eerst vastgelegd.Tijdens de open dag wordt de naam Sancta Maria veranderd in Elkervoorde. Geliktijdig met het zilveren onderwijsjubileum van Thea de Rijcke wordt  het Pauzeplein (ballonnen) in gebruik genomen. Op 26 november volgt de receptie met aansluitend een gedenkwaardig diner in lokaal 13.Opnieuw carnaval in Den Deel.
1994 Afbraak van bejaardenhuis en verpleeghuis St. Joseph tegenover de school in de Kruisstraat; begin van ‘de Nieuwenhof’. Thea zit inmiddels in de commissie van Veen.
1995 Tijdens de open dag wordt in de ‘fietsenkelder’ een nieuw computerlokaal  met 26 computers en voorzien van een speciale vloer geopend. Tijdens de zomervakantie komt Ad  v. Helmond op Kreta bij een verkeersongeluk om het leven. Verder het 25-jarig onderwijsjubileum van Fr.Hendriks. Uitwisseling Mol in België met Deurne.De nieuwbouw van de Nieuwenhof gaat van start. Op verzoek van Thea wordt het verslag inspectie wat aangekleed, Cabaretgroep Erratum (later ‘5 van de rooie’) is geboren!

In schooljaar 9596 proefjaar Taakbeleid: het optimaal afstemmen van het werk dat op school moet gebeuren met de kwaliteiten en de beschikbare tijd van het personeel.

1996 We vieren het 50-jarig jubileum met een 2e symposium. Er wordt een soumain (onderlegger) uitgereikt. De leerlingenraad, mede onder leiding van Arjan Bevers schenkt een schoolklok. Op 29 maart is het personeelsfeest (schilderen!) in kasteel  Heeze  en op 20 april is er een reünie van alle leerlingen. In mei overlijdt R. Angenendt  plotseling. Op  11 okt jubilea J.Worms, P.vd.Rijt; P.Willems en  Diny Michels (ook afscheid). In november overlijdt zr . Ernestine. We vieren dit jaar carnaval in Zeilberg. In het schooljaar 9697 gaat het Taakbeleid definitief van start.
1997 De geboorte van IVOD Deurne als OMO-school. In maart  afscheid van  J. ter Steeg en Y.Meereboer.  Iedereen krijgt een akte van ontslag. Ook is er het afscheid van het schoolbestuur (voorzitter D.Kroesbergen en secretaris  G.v.Mierlo). Straatwerkzaamheden (drempels) in de Kruisstraat.
1998 Vertrek van directeur T.de Rijcke naar de Jozefstraat.  F.Hendriks neemt honneurs op de Kruisstraat waar. Eerste Vmbo-conferentie binnen de Instelling. In december rumoer rond het afvoeren van de naam Elkervoorde:  BAM en Elkervoorde heten voortaan Alfrinkcollege. In dit jaar het 25-jarig jubileum Hans van Rutte en Dick Doeze. In januari het  40-jarig jubileum van Tr.Ligtenberg. De constructie Studiehuis (Tweede Fase) ofwel ‘Het nieuwe leren’ doet zijn intrede. De docent wordt meer en meer coach! De eerste APW’s (Afspraken Persoonlijke Werkzaamheden) zien het licht. In schooljaar 9899 wordt als onderdeel van de begeleiding de functie ‘leerjaarcoördinator’ (LJC) in het leven geroepen.
1999 Invoer Vmbo leerjaar 1 met de 4 sectoren en de 4 leerwegen.Ook het IVBO hoort tot het verleden. Vanaf nu spreken we van leerwegondersteunend onderwijs ofwel LWOO. Geen aparte I-klassen meer!

2.e.1 Historie puntsgewijs

jaar Historie puntsgewijs (20)00-er jaren
2000 Per 1 januari zijn de namen BAM en Elkervoorde afgevoerd. Men spreekt voortaan over Alfrinkcollege: ACK en ACJ. Eerste gezamenlijke carnavalsviering bij v Bussel. In oktober 25 jarig jubileum van A.vd.Corput en J.vd.Dinter. In de zomer gaan ACK en ACJ samen golfen in België. Op 18 december een heetgebakerde vergadering in de aula rondom ‘ziekte’ van Th.de Rijcke met als aanleiding de verhuizing. In december koperen jubileum Mieke Willems; Herman Geenen en T.Laukens. Dit is het laatste feest op het voormalige Elkervoorde. Vlak voor de kerstvakantie verhuizing naar de Jozefstraat. Er is een klein afscheidsfeestje voor de leerlingen in de gymzaal.
2001 Thérèse Hanneman wordt interim-manager tot juni 2001. Daarna is Jan Oomens de nieuwe deelschoolleider. Voortaan heet de school Alfrinkcollege, zonder toevoegingen. In het voorjaar volgt het afscheid van T.de Rijcke. De jubilea van Jan Keuten, J.Pricken, J.v.der Wielen, M.Zanders en N.Raterink worden gevierd.  Ook is er het afscheid van W.Meulendijks. Intussen is het druk in de gevleugelde schoolgangen; de school is eigenlijk te klein voor zo’n grote bevolking.
2002 Uitreiking van de laatste Vbo-diploma’s. Er is het afscheid van Ricky van Steen en Tiny Laukens. T.v.Heugten komt in september te overlijden. Studiedagen beginnen o.l.v. Clemens Carrière met als thema ‘Verhoging van werkplezier door verandering en transformatie van problemen’: Je moet proactief denken. Een heleboel docenten verkiezen een nieuwe baan. Er volgt een invasie nieuwe collega’s, 17 in getal.
2003 Eerste Vmbo-diploma’s uitgereikt met leerwegen BB, KB en GL+TL; Er is het afscheid  van Ad Eymberts. In de aula van de Kruisstraat start de praktijkschool De Sprong. Pieter Willems stopt als roostermaker. Dit werk wordt overgenomen door H.Geenen en Sjaak Cornelissen.
2004 Invoering kerngroepen en Kerngroepleiders (KGL), afscheid LJC’s.  Er is het afscheid van Piet van de Rijt.  De functie ‘coördinator examens Vmbo’ gaat van start en de Leerweg BB wordt voortaan op HC gehuisvest. Zodoende verhuizen zo’n 25 collega’s naar de Haspelweg. In juni vindt het eerste AC Galabal in Zeilberg plaats.
2005 Voor het eerst presentatie sectorwerkstuk in de aula: met een modeshow op vrijdag 22 april.
2006 Graffitiactiviteit op AC Jozefstraat. In augustus 2006 intrek in het nieuwe Alfrinkcollege. De leerweg KB blijft nog een periode in het oude gebouw. B&O is nog niet helemaal klaar. Vanaf nu zijn de leerwegen KB en GL van HC toegevoegd aan het team AC.  Het fietspendelen is begonnen! In juni 2006 wordt een 1e aanvraag gedaan bij de steunstichting Elkervoorde. In dit jaar start de werkgroep DAL (Dagdeel Anders Lesgeven), daarmee vooruitlopend op het Competentiegerichte leren. In november wordt het Alfrinkcollege,  de Sprong en B&O door minister Maria van der Hoeven geopend. En….het eerste AC-blad verschijnt.
2007 Het voormalige Mavogebouw wordt afgebroken. De gymzalen blijven vooralsnog staan.  Directeur Jan Oomens maakt plaats voor Wiel Wijnen. Kitty Schirru neemt afscheid. De postverwerking binnen de Instelling verandert: bijna alles gaat open. J.Schellevis komt te overlijden. Verder in dit jaar het eerste groot Alfrinkdictee.
2008 R.vd.Leur maakt nu ook deel uit van de directie. Er is een nieuwe roostermaker benoemd: R. de Ridder start met een nulmeting. Per 1 januari is AC een rookvrije school. Scholen ontvangen geoormerkte gelden voor Taal- en Rekenbeleid.
2009 In oktober komt Toon Strijbosch  te overlijden. Projectgroep DAL ter ziele door bezuinigingen. Sjaak Cornelissen maakt voortaan de lesroosters voor 3 deelscholen.
2010 Het nieuwe Hub van Doornecollege wordt geopend.  Alsnog start de bouw van een nieuwe sporthal. In mei 2010 adviesbureau over organisatie. De directie gaat van 7-koppig naar 3-koppig. B&O heet voortaan Stafbureau.Er wordt afscheid genomen van Jan Lemmers. Het Galabal wordt naar zalen van Bussel verplaatst.Vanwege bezuinigingen moet ‘de Plus’ van het Vmbo (o.a. extra vak) worden afgeschaft.
2011 In februari is er het afscheid van Fr. Hendriks. In april dat van rector A.Cosijn. Per  1 mei is er een nieuwe rector in functie: M.v. Roosmalen. Op het einde van het schooljaar 1011 nemen Geert Hoefnagels, Mieke Willems en Pieter Willems afscheid maar daarnaast o.a. ook G.Boerkamps en M.Crompvoets. In schooljaar 1011 heeft M.Zanders  voor een andere werkkring gekozen.

2.b.2 Onderwijs

Onderwijs in de 70-er jaren

1. Tijdsbeeld

In ‘the Seventies’ was er sprake van veel veranderingen. Een decennium van protesten en opkomen voor je eigen rechten. Denk aan de Dolle Mina’s die strijd gaan voeren voor de gelijkberechtiging van man en vrouw. Veel veranderingen in de politiek. Daarnaast is er de oliecrisis in 1973 met de autoloze zondag en later nogmaals in 1979. Het terrorisme grijpt om zich heen, vliegtuigkapingen. 

In de huiskamers zie je gehaakte versieringen, visnetten, zitzakken en biezen matten. Bruin, paars en oranje zijn de modekleuren. Wat outfit betreft zien we lang haar, mini-rok, later hot pants, wijde pijpen en puntkragen. En niet te vergeten de hippiebeweging en de disco. De overheid gaat allerlei zaken regelen: valhelmen voor bromfietsers, autogordels voor automobilisten. De periodieke autokeuring APK wordt ingevoerd; het blaaspijpje. En dan zijn er nog een heleboel nieuwe dingen, in willekeurige volgorde: roddelbladen zoals de Story, de glasbak, het koffiezetapparaat, de ligboxenstal, het dekbed, de kleurentelevisie en de meubelboulevard.

2. Een nieuwe generatie

In de 70-er jaren groeit de Deurnese school flink en onder leiding van de nieuwe directrice Elly Sweere wordt er flink aan de weg getimmerd. Veel nieuwe gezichten (o.a. Diny, Piet, Jac, Kitty, Pieter, Rinus) , nieuwe inzichten en ideeën. Zo wordt de leerlingbegeleiding mede door de komst van het I.H.N.O. in 1970 anders van opzet. De driejarige opleiding voor meisjes wordt een vierjarige school voor meisjes èn jongens! We gaan in de les meer moderne hulpmiddelen gebruiken. Pieter krijgt bijvoorbeeld als taak de Audio-Visuele middelen te structureren. Als een van de eerste scholen in Nederland krijgen we een documentatiecentrum zodat leerlingen zelf op onderzoek kunnen. Kortom er worden diverse vernieuwingen ingevoerd, gebouwelijk maar ook organisatorisch en onderwijskundig. De maandagmiddag wordt het wekelijkse vergadermoment. ‘Alwéér een vergadering?’ is een vaak gehoorde vraag in de wandelgangen. Dat is ook een gevolg van de manier van leiden door Elly Sweere; daar moet het team wel aan wennen. Ook het schoolbestuur vergadert vaker. Het voorzitterschap was toen in handen van dhr. Allard. In 1974 wordt hij opgevolgd door dhr. Harrie Kanters. Op een heel rustige en wijze manier heeft hij daarna jarenlang de school bestuurd. Op den duur ontstaat er door de nieuwe aanpak en werkdruk steeds meer onvrede en wrevel. In 1975 is de nood zo hoog dat dit aan de hand van een enquête ook met het hele team besproken en geëvalueerd wordt: 74 vragen en 152 kantjes met antwoorden. Een lijvig boekwerk. In het schooljaar 1971-1972 – het eerste schooljaar van een grote groep waaronder Pieter –  was er meteen feest. De school bestaat 25 jaar. Het bestuur kiest er echter voor om er niet te veel ruchtbaarheid aan te geven. Zie verder hieronder de fotogalerij.

3. Het onderwijs van toen

In het begin van de 70-er jaren gaf ik als AVO-docent les aan drie tot vier klassen. Een heleboel verschillende vakken. Projectonderwijs dat thematisch was opgezet was op dat moment heel erg in. Moderner kon niet. Ik kan me herinneren dat we op school met de methode ‘Perspectief’ van Ten Brink werkten. Binnen zo’n thema waren er raakvlakken met Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie. Voor het vak Nederlands werd de methode ‘Gedachte, klank en teken’ gebruikt. Daaarnaast werden via ‘Dieseloefeningen’ de werkwoordsvormen ingeslepen als tijdens de normale les was gebleken dat een leerling hiaten had op dit gebied. Voor rekenen maakten we gebruik van de methode ‘Wikken en Wegen’. Er werd volop gerekend: naast hoofdrekenen veel vraagstukjes en redactiesommen. Daarnaast steeds meer Statisitiek en ook de verzamelingenleer deed zijn intrede. Van lokaal wisselen was een zeldzaamheid voor zowel docenten als leerlingen. De lesroosters van docenten, aanvankelijk allemaal met de hand geschreven door roostermaker Elly Sweere, zijn er nog het bewijs van. Destijds kwam ook het volgen van cursussen in zwang. Je moest ‘breder’ worden zoals dat heette. Ook in bevoegdheden. De ene applicatie na de andere. Dat had dan als voordeel dat je weer enkele schalen in salaris hoger kwam. In die tijd gaf Mieke het vak Zorg voor de voeding, woning, kleding en gezondheid. Heel in het kort leerden de leerlingen koken, wassen, strijken, poetsen en alle andere huishoudelijk werk. Onder de gezondheid viel de persoonlijke verzorging maar ook allerlei ziektes enz. In een later stadium ging men voortaan van huishoudkunde en gezondheidskunde spreken. In die tijd werd er ook jaarlijks de nationale ‘huishoudscholendag’ georganiseerd. Allerlei soorten schotels die dan door de vakjury beoordeeld werden. Zie verder de foto’s hieronder.

Hieronder (een gedeelte van) de schoolgids uit het schooljaar 1978-1979. Tip: gebruik de ‘pop-out’ rechtsboven om de gids in een groter formaat te kunnen bekijken.

[embeddoc url=”https://www.pieterenmieke.nl/wp-content/uploads/1978-1979-Sancta-Maria-schoolgids-1.pdf” width=”50%” height=”50%” viewer=”google”]

4. Schoolwerkplan (afgekort SWP)

Begin jaren 70 wordt de directie uitgebreid met een persoon die verantwoordelijk werd gemaakt voor het onderwijsgebeuren. Dat was een goede zaak. Henk van Wijk wordt benoemd. Eén van zijn eerste taken is om een schoolwerkplan (SWP) te realiseren: Een overzicht van de organisatie en de inhoud van het onderwijs helemaal op maat van de school. Welke doelen wil ‘Sancta Maria’ met haar onderwijs bereiken, met welke voorzieningen, werkvormen, beoordelingen, contacten met ouders enz. Hij weet het team van de noodzaak ervan te overtuigen en vooral te motiveren. 

Dat was een hele crime en het heeft veel tijd gekost in het begin. Vallen en weer opstaan. We gingen werken met een planning; er volgden jaarlijks evaluaties. Het team zet er met alle betrokkenen de schouders onder. Met veel geduld omschrijvingen opnieuw of toch anders formuleren. In dat SWP stond letterlijk alles in: beschrijvingen van allerlei taken, doelen, tabellen, plattegronden, huisregels voor personeel en leerlingen, de huistelefooninstallatie enz. Zonder meer een vooruitgang. Achteraf gezien echter veel te omvangrijk en te omslachtig. Het wordt steeds meer een papieren tijger die je nadien, vakmatig gezien, nog maar zelden raadpleegt. Pas met de kerndoelen – in 1993 ingevoerd – komt er een soort ‘revival’ van het SWP. Zie verder de foto’s hieronder. 

5. Differentiatie

De maatschappelijke ontwikkelingen zorgen er ook voor dat leerlingen langer naar school gaan. Ouders vragen meer en langer onderwijs zodat ze meer inzicht krijgen in het eigen kunnen en kennen van hun kinderen. Het Lager Beroepsonderwijs wordt daarom 4-jarig. Elly Sweere zit in de werkgroep die deze uitbreiding voorbereidt. Ook moet elke leerling kans krijgen zich op eigen niveau en in eigen tempo te kunnen ontwikkelen. Daarom kun je op het einde van leerjaar 4 examen doen op verschillend niveaus. Dat houdt in dat je leerlingen in leerjaar 2 en leerjaar 3 op drie niveaus (A, B of C) moet indelen. Er worden daarvoor criteria opgesteld. Dit speelt rond 1975. De docent moet op zeker moment dan ook gedifferentieerd les gaan geven. In dit verband worden nieuwe didactische werkvormen geintroduceerd zoals Mastery Learning. Bij Mastery Learning wordt de leerstof in mootjes gehakt en worden heel nauwkeurig doelen geformuleerd. Vooral zwakkerpresterende leerlingen hebben baat bij deze aanpak. Elke leerling kan op eigen tempo door de leerstof gaan; er is geen onnodige herhaling en tussentijds wordt er regelmatig (diagnostisch) getoetst. Ook worden in schooljaar 1976-1977  een aantal bijzondere klassen opgestart: de determinatieklas, enthousiast geleid door Diny Michels en Hans van Rutte. In de bovenbouw is er de schakelklas. Deze valt onder het IHNO waar de klassen een stuk kleiner zijn. Beide klassen zijn in het leven geroepen om een betere en ook gefundeerde onderwijskeuze te kunnen maken. Henk van Wijk is ook op het gebied van de differentiatie en de speciale klassen degene die ons wegwijs maakt. We werken nauw samen met ‘St.Bernadette’, een LHNO school uit Valkenswaard waar een vriendin van onze directrice, Door Braam, leiding geeft. Eind jaren 70 gaat Henk van Wijk – het onderwijsgebeuren staat dan al behoorlijk op de kaart – naar een school in Best. Henk gaat en Frans Hendriks komt. Geen onbekenden van elkaar; studiejaargenoten. Waar Henk was gebleven gaat Frans verder.

6. Een hecht team

De betrokkenheid en motivatie onder het personeel is hoog. Dat heeft de al eerder genoemde  enquête wel aangetoond. Een jubileum, van koper of zilver, of een andere festiviteit krijgt alle aandacht. En bijna altijd een boekje met veel zelf geschreven liedjes. En meestal orkestbegeleiding door een aantal collega’s. En al die buitenschoolse activiteiten zoals een Kerstviering, een sportdag, de orientatietocht op het einde van het schooljaar, Of het samen vieren van je verjaardag met je mentorklas. Met het personeel wekelijks samen volleyen; naar Deurne kermis;  het pauzeplein ijsvrij maken; of het toneelstuk of cabaret bij de diploma-uitreiking. En niet te vergeten de personeelsreizen en het zingen bij onze huwelijksmis in 1978. De investering in dit soort activiteiten is groot en het resultaat is een hecht team. Om nog maar een voorbeeld te geven, de verjaardag van een collega ging nooit onopgemerkt voorbij. De directie wenste je zelfs nog een goed uiteinde op de vooravond van je geboortedag. En iedere keer moest je bij alle collega’s een gulden ophalen en de eerstvolgende jarige daarvan een cadeau aanbieden. Later gevolgd daar andere varianten zoals het aanbieden van een cadeautje afkomstig van je eigen zolder, vallend in de categorie ‘prullaria’. 

Hieronder nog een geluidsfragment van de oriëntatietocht voor het personeel uit 1976. Alle teams worden uitgerust met een cassetterecorder en … een bandje ! 

 

7. Doe-dag

Ook de creativiteit kreeg in de 70-er jaren een impuls. Kinderen moeten zelfstandig(er) worden. Je moet ze daarom niet te veel beperken in hun wensen. Laat ze verkennen, meepraten en meebeslissen. Kinderen zullen dan ook creatiever worden. Op de schrikkeldag van 1972 organiseert de BAD-commissie o.l.v. Martien Verberne daarom een creatieve dag ofwel de DOE-dag genaamd. Leerlingen kunnen zich opgeven voor het maken van sieraden, het bewerken van hout, emailleren, iets bakken enz. Er zijn die dag verschillende keuzemomenten. In elk lokaal is wel iets te doen. En … de jaren erna wordt er jaarlijks zo’n dag georganiseerd! De overige foto’s hieronder zeggen genoeg.

 8. De allereerste schoolkrant

Een schoolkrant is een tijdschrift dat op reguliere basis uitgegeven wordt door een school. Dat is zeg maar de meest bondige omschrijving. Meestal wordt de krant door en voor de leerlingen gemaakt. En soms zitten er ook personeelsleden in de redactie. Vaak speelde op de achtergrond ook de mening van de schoolleiding een rol maar tegenwoordig is er toch een soort redactionele vrijheid. In de 70-er jaren werd een schoolkrant meestal gestencild maar tegenwoordig, anno 2018, wordt er vaak een externe drukkerij ingeschakeld. De mogelijkheden zijn wat betreft legio. Hieronder in zijn geheel de 1e schoolkrant. Tip: gebruik de ‘pop-out’ rechtsboven om de krant in een groter formaat te kunnen bekijken.[embeddoc url=”https://www.pieterenmieke.nl/wp-content/uploads/1970-1e-schoolkrant-wm-verb.pdf” width=”50%” height=”50%” viewer=”google”]

In de jubileumuitgave van schoolkrant nr. 44 van maart 1980 wordt stilgestaan bij het 10 jarig bestaan van de schoolkrant.

De schoolkrant, aldus adjunct directeur Riet Angenendt in haar voorwoord, is 10 jaar geleden geboren om het contact tussen de school en de ouders van onze leerlingen te bevorderen. De school bestond in 1970 uit 400 leerlingen en 35 personeelsleden. U begrijpt dat een schoolkrant in een school met deze omvang niet mag ontbreken.

In de loop der jaren veranderde hij meerdere malen van naam (toen Het Sproetje en nu De Inktvlek), van jasje, van dikte, van inhoud van illustratie en van kwaliteit. Dit kwam doordat men steeds meer interesse toonde, men werd handiger en op de administratie kwam betere apparatuur, waardoor een waardevoller product kon worden aangeboden.

Op ouderavonden is de reactie over de schoolkrant erg positief. Als de schoolkrant uitkomt is het op de docentenkamer erg rustig want iedereen is vol belangstelling. Kom je in de klas en heb je de schoolkrant bij je, dan is het verstandiger om die uit te delen na de les, anders zou de belangstelling wel eens anders gericht kunnen zijn! Voor de redactie moeten dit redenen zijn om door te gaan met de krant. Moge wij U daarbij veel succes toewensen.

In de 80-er jaren wint de school zelfs een 1e prijs met de schoolkrant. Zie in onderstaande fotogalerij ook de foto van ‘de geboorte van de schoolkrant’, een artikel geschreven door een van de eerste redactieleden, Martien Verberne.

9. Het documentatiecentrum

Leerlingen moet je leren om zelf informatie te vinden voor een bepaald onderwerp,een spreekbeurt, een boekverslag. Daar leren ze meer van dan wanneer de docent het allemaal voorgekauwd aandraagt. Die onderwijsgedachte kreeg begin jaren 70 steeds meer vorm door op school een documentatiecentrum in te richten. Niet alleen boeken, naslagwerken maar ook dia’s, kaarten, folders, foto’s en films. Daarom verzorgde ik ook de audio-visuele middelen op school.  Martien Verberne en ik hadden samen de taak toebedeeld gekregen om zo’n documentatiecentrum in onze school gestalte te geven. Wekelijks waren daar overleguren voor ingeroosterd. Eerst wed het centrum ondergebracht in lokaal 21, het vroegere overblijflokaal van de Trip. Later werd het ondergebracht in een nieuwe lesruimte deel uitmakend van de fietsenkelder, onder de 1e gymzaal gelegen.

We gebruikten, net als bijna alle openbare bibliotheken een classificatiesysteem dat bekend staat onder de naam SISO. Het is de afkorting van Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken. Het systeem is gebaseerd op wetenschapgsgebieden: 100 = wijsbegeerte; 200 = godsdienst enz. Elk boek, naslagwerk, diaserie of wat dan ook kun je via een code rangschikken.

Van het potje geld dat we ter beschikking hadden werden metalen boekenkasten gekocht. En verder kochten we hele series naslagwerken, encyclopedieën enz. en uiteraard werden ook de bestaande boeken in dit systeem ondergebracht. Het personeel heeft diverse middagen – als je toch moest wachten op een volgende rapportvergadering –  besteed aan het plastificeren van boeken.  En zo maakte menig docent voor zijn vak gebruik van dit centrum. Om een boek te raadplegen voor een werkstuk of voor het bekijken van een diaserie. Er werd zelfs een speciaal lokaalrooster voor gemaakt. Van heinde en verre kwamen scholen kijken en mochten Martien en ik ze voorlichten over de gebruiksmogelijkheden maar ook over de knelpunten. Zoals het niet juist terugzetten van een boek volgens dat coderingssysteem. Een grote ellende was dat. Maar intussen kregen we zodoende al regionale bekendheid. Wij waren immers op dat moment koploper, zeker in het Zuid-Nederland. Hieronder het instructieboekje dat de leerlingen wegwijs moest maken in het documentatiecentrum. Zie verder de fotogalerij, eveneens hieronder.[embeddoc url=”https://www.pieterenmieke.nl/wp-content/uploads/1974-instr-boekje-doc.centrum-.pdf” width=”50%” height=”50%” viewer=”google”]

In de daaropvolgende jaren 80 kwamen accenten in het onderwijs al weer anders te liggen. Het documentatiecentrum werd ontmanteld en werd de ruimte overgenomen door het simulatiebedrijf Homed ‘RADO’ van kantoorpraktijk. Dit oefenbedrijf werd in 1988 officieel geopend.

10. Vormingsdagen

Op de middelbare school maken jongeren over het algemeen grote veranderingen mee. Het lichaam verandert. Ze doen ook nieuwe ervaringen op in relaties, in het omgaan met elkaar. Hoe denk je ergens over? Het maken van afspraken, gedragsregels, aandacht voor pesten. Je standpunt leren bepalen. En vooral: hoe leer je omgaan met die verschillen? De school en het team biedt daarbij de helpende hand. In leerjaar 1 zijn er daarom al ‘kennismakingsdagen’. Ook wordt soms externe hulp ingeschakeld zoals bij ‘vormingsdagen’ het geval is. Op ‘Sancta Maria’ gebeurde dat, begin 70-er jaren, aanvankelijk in leeerjaar 3. Leerlingen en klassendocenten gingen naar groepsaccommodatie ‘Zonnewende’ in St.Michielsgestel. De BAD (buitenschoolse activiteiten dienst) commissie onder leiding van Martien Verberne had daar een dienende rol in. En ook het godsdienstige aspect mocht niet verwaarloosd worden.

Enkele jaren later viel de keuze op een vormingscentrum in Zuid-Limburg. Vormingscentrum ‘Wormdael’ in Eygelshoven, op het voormalige terrein van de mijnen Laura en Julia. Daar konden meerdere klassen tegelijk naar toe. En ook het kostenaspect speelde destijds een grote rol. Later verhuisde het vormingscentrum naar nieuwbouw in het centrum van Sittard. Er werd op school altijd een ouderavond georganiseerd waarbij de leiders van het vormingsinstituut toelichting kwamen geven op het doel en het programma. ‘Uw dochters – de jongens volgden pas later –  worden toevertrouwd aan een aantal bekwame mensen, die goed op de hoogte zijn van de problemen van deze tijd en van onze jeugd’ wordt in de uitnodigingsbrief vermeld. In deze 70-er jaren zijn Mieke en ik heel wat jaren als begeleiders mee geweest naar ‘Wormdael’. De onderwerpen kwamen in de regel neer op ‘relaties’, tussen ouders en kinderen maar ook ‘jongen-meisje’, het rolgedag dan met name. Verslaving en dan met name ‘drugs’ stond op het programma. De gesprekken met politie, dealers en ex-verslaafden lieten meestal een diepe indruk na. Daarnaast was er ook nog tijd voor ontspanning en sport. Judo, een dropping, kegelen waren geliefde items. Over het algemeen was deze week een heel nuttige week aangezien deze op zeker moment aan het begin van het vierde leerjaar werd gepland. Dat kwam de kennismaking binnen de nieuwe klassensamenstelling prima van pas. Hieronder een voorbeeld van een verslag van zo’n week en een aantal foto’s.[embeddoc url=”https://www.pieterenmieke.nl/wp-content/uploads/1976-vormdagen-4GK3-HK-wm.pdf” width=”50%” height=”50%” viewer=”google”]

11. Op vossenjacht

Op vrijdag 1 september 1978 is Elly Sweere, de directrice, 25 jaar werkzaam in het onderwijs. Dit wordt groots gevierd: op donderdag 31 augustus is het feest voor de leerlingen en de dag zelf feest voor het team, het bestuur en genodigden. Voor de leerlingen is er een vossenjacht gepland. Welk groepje leerlingen slaagt er in om de meeste ‘vossen’, die zich her en der in het centrum van Deurne ophouden, op te sporen ? Over deze activiteit wordt nog lang nagepraat ! Zie de foto’s hieronder.

Tenslotte:

Je kunt stellen dat in dit decennium de basis werd gelegd, door de directie goed aangestuurd, om binnen afzienbare tijd tot de top van Nederland te gaan behoren. Ook zal me altijd bijblijven dat in deze periode inspraak in diverse zaken op touw werd gezet zoals het gremium ‘de Staf’ waarin elke vakgroep zijn of haar vertegenwoordiger had zitten. Mieke zat daar als vakgroephoofd van een aantal beroepsgerichte vakken ook in. En ook dat ging met vallen en opstaan.