2.e.8 ‘Father Jahn’

Onderwijs (20)00-er jaren

Father Jahn

Zo heette het stukje dat een aantal collega’s opvoerden toen José van Dinter haar zilveren jubileum vierde aan Sancta Maria en Elkervoorde. In het kader van het fusieproces en met name om de eenwording van de teams van Elkervoorde en de Bernard Alfrink Mavo te vergemakkelijken, werd besloten om dit jubileum eendrachtig aan te pakken. De secties LO van beide deelscholen, aangevuld met nog enkele andere collega’s, zouden samen een stukje instuderen. Jan Lemmers had wel een idee. ‘Father Jahn’. Dat was een soort parodie op een persoon die met name in Duitsland als de vader van de gymnastiek werd beschouwd. Door de beoefening van gymnastiek, het turnen, werden fysieke en morele krachten ontwikkeld! De Turnverein zou bij hem zijn oorsprong hebben gehad.

Een goed idee. Jan Lemmers, Bernard Verhoeven , Piet Rovers ( inmiddels in 2010 overleden) van de BAM en Rob Schellens, Ivo Vehagen  van Elkervoorde aangevuld met niet LO-sectieleden Jan van der Heijden, Joost Roffelsen, Dick Doezé en ik, Pieter Willems. Ik kan me nog herinneren dat Joost en Jan speciaal aangezocht werden gezien het verschil in lengte. Dan kon dan op een grappige manier gebruikt worden.

 

En zo ging de groep aan het oefenen. Altijd van voorpret verzekerd. We spraken af in een van de gymzalen van de Jozefstraat. Het werd de linkerzaal. Als een soort drilkoning legde Jan ons allerlei exercities uit en op. Hop, hop, hop…en Stop! We moesten regelmatig een rijopstelling maken en dan precies op gelijke afstand van elkaar. Hop, hop, hop…en Stop! Hij maakte daarbij gebruik van een soort Duitse taal die goed paste bij de act die we opvoerden. En ook de intonatie was helemaal op Duits niveau. ‘En dan maken we nu allemaal een koprol’, zei de Deurnese Father Jan op zeker moment. En onmiddellijk kreeg hij reactie van Dick Doezé: ‘Jan…, dat kan ik niet; ik kan geen koprol maken’. Op dat moment ben ik in de lach geschoten en het heeft enige tijd geduurd alvorens ik mijn oefeningen kon hervatten. Ik zie de hulpeloosheid en radeloosheid nog voor me die op dat moment in mimiek werd uitgebeeld en die met name de aanleiding waren voor mijn reactie. Jan paste er al snel een mouw aan door een soort alternatieve beweging aan te bieden. De act kon weer verder. In ieder geval hebben wij daar een aantal keren met veel plezier en lol het optreden in de Kruisstraat voorbereid. We kochten een paar Duitse snorretjes, voor iedereen een maillot en een paar bretels. En jawel, laat die nou net bij het Palmbier in de aanbieding zijn! In lokaal 21, het lokaal verkooppraktijk, kleedden we ons om. En verder allemaal blote bast met een power waar je u tegen zegt! José en alle andere aanwezigen hebben van dit optreden genoten. Ikzelf het meest van de aanloop. Dit was, naast het spelletje golf in België, het begin van de eenwording tot het Alfrinkcollege. De ‘J’ van ACJ en de ‘K’ van ACK stonden op het punt om ingeleverd te worden.

2.e.2 Onderwijs

Onderwijs in 20(00) jaren

We zijn verhuisd ! Het jaar 2001 is het eerste jaar in de 21e eeuw maar ook van het 3e millennium, althans volgens de christelijke jaartelling. Een zware cafébrand in Volendam eist de nodige levens en gewonden. En in de Amerikaanse enclave Guantanamo Bay komen de eerste gevangen aan. De MKZ-crisis is in aantocht en de Nederlandse regering staat nog steeds onder leiding van premier Kok.

Heel veel leerlingen op de Jozefstraat. Op de achtergrond de noodlokalen van de F-vleugel.
Heel veel leerlingen op de Jozefstraat. Op de achtergrond de noodlokalen van de F-vleugel.

Het wordt ook het eerste kalenderjaar waarin de teams van Bernard Alfrink Mavo en Elkervoorde zijn opgegaan in het Alfrinkcollege. Net voor de kerstvakantie is er verhuisd. De laatste maanden van 2000 waren vooral op de Kruisstraat erg hectisch. Er speelden allerlei toestanden en de deelschoolleider Thea de Rijcke van het Alfrinkcollege had zich ‘ziek’ gemeld. Wij wisten wel beter. Het speelde allemaal in een tijd van ‘voortschrijdend inzicht’ en ‘het verdient niet de schoonheidsprijs’. Dat krijgt dit nieuwe team nog vaak te horen.

Samengevoegd. Wennen. Wennen aan een ander gebouw, aan de leerlingenmassa, aan noodlokalen, aan een vleugelindeling maar vooral aan elkaar. Persoonlijk hebben Mieke en ik het ervaren alsof we toen op een geheel nieuwe school zijn gaan werken.

De vleugelindeling, naar een idee van Pieter, ontstaan bij het roosteren.
De vleugelindeling, naar een idee van Pieter, ontstaan bij het roosteren.

De beide teams hadden al eerder kennis gemaakt. Naast de vele bijeenkomsten over de toekomst van het vmbo-onderwijs – die in de regel een hoog stickergehalte kenden – vond er op 16 juni 2000 ook een informele kennismaking plaats. Immers, ‘integratie’ was hét item van schooljaar 2000-2001 ! Vandaar dat we de onderwijsperiode ‘Alfrinkcollege’ hiermee laten beginnen: de activiteitencommissies hadden voor het personeel een bijzondere activiteit gepland: Een golfclinic en ‘als het golft, dan golft het goed’, zo zingt en speelt de band De Dijk. Maar…wel op tijd terug want diezelfde avond speelt het Nederlands voetbalelftal tegen Denemarken haar 2e poulewedstrijd in het kader van het Europees Kampioenschap. Nederland wint overigens met 0-3 en een aantal supporters van het nieuwe team volgen deze wedstrijd bij Thea thuis.

Hieronder een tweetal videofragmenten. Destijds gefilmd door Marius Brzoskowski. Het is al een hele poos geleden. Naast ruim zittende kleding, (oud)collega’s die intussen niet meer roken zien we ook (oud)collega’s die er helaas niet meer zijn of het onderwijs/de school hebben (moeten) verlaten.

Deel A

Deel B

 

 

 

 

 

 

2.e.3 Samengevat

Onderwijs Alfrinkcollege: Samengevat

Mieke meer dan 40 jaar geleden begonnen op Sancta Maria. En Pieter precies 40 jaar. Steeds op dezelfde school gebleven. Vastgeroest? Wij kunnen beiden stellen dat dit allerminst het geval is.

Door de verhuizingen hebben we toch beiden het gevoel op drie scholen gewerkt te hebben.

Waarom drie verschillende scholen? In januari 2001 werd het team van Elkervoorde samengevoegd met het team van Bernard Alfrink. In de Jozefstraat. Voor groepen geldt een zekere wetmatigheid: zet een verzameling mensen bij elkaar  en het groepsproces zal zich langs een aantal vaststaande fases voltrekken. Het begint altijd met het zoeken van je plaats. Aftasten. Het duurt altijd even voordat er weer een nieuwe trein op de rails staat en dat alle teamleden hebben besloten dat hij die ene richting moet uitgaan. Intussen zijn er teamleden weggegaan zoals in 2003 het geval was. Er komen vervolgens 17 nieuwe teamleden bij die volkomen blanco zijn wat betreft het fusieproces tot dan toe. In 2006 vertrekt opnieuw een groep van 25 personen van het Alfrinkcollege in het kielzog van de Basisberoepsgerichte Leerweg die bij het Hub van Doornecollege wordt ondergebracht. In 2006 verhuizen we naar ons derde gebouw en komen er opnieuw een aantal nieuwe collega’s over van het Hub van Doornecollege. De derde school min of meer. Allemaal veranderingen waar de andere deelscholen bijna geen last van hebben gehad. Zodoende zat het Alfrinkcollege vaak in een knelpositie. Telkens wagons aan en – afkoppelen. En ook wordt er meerdere keren van machinist gewisseld. Het heeft dan ook (te) lang geduurd voordat we eindelijk eens goed in de fase van presteren kwamen te zitten. ‘Voortschrijdend inzicht’ is de afgelopen jaren vaak gebruikt om  besluiten te vergoelijken of  erop terug te komen. Het is buitengewoon jammer dat tijdens dit rangeren zoveel (oud) collega’s beschadigd zijn geraakt.

Drie verschillende teams, maar wel met hetzelfde hart. Hart voor het werk; aanpakken. Vooruitkijken en denken in oplossingen. Wel moeten we stellen dat de schoolorganisatie zelf, vooral sinds de fusie in 1997 van start ging, heel anders is geworden. En ook op onze school geldt, net zo als bij zoveel instellingen en bedrijven, dat de schaalvergroting een aanslag heeft gepleegd op de betrokkenheid van mensen binnen het team. Vooropgesteld kun je zonder meer stellen dat zonder de fusie afdelingen binnen het Vmbo gesloten hadden moeten worden. Alleen al wegens gebrek aan financiële middelen of tengevolge van onderbezetting wat betreft het  aantal leerlingen voor een afdeling. Echter schaalvergroting en, zoals wij het wel eens benoemen, het saneren van de betrokkenheid, gaan vaak hand in hand.  En ondanks het feit dat de kleinschaligheid tijdens het fusieproces hoog in het vaandel heeft gestaan en door alle betrokken deelscholen goed bewaakt is, geldt ook hier dat de organisatie de laatste jaren over veel te veel schijven loopt. En onherroepelijk lijdt dit tot miscommunicatie. Dat is zo voorspelbaar. Daar kunnen we beiden heel veel voorbeelden van geven. Dat los je niet op met een interim-communicatiedeskundige zoals die in 2001 in huis werd gehaald. En ook geen extern bureau die de organisatie wel eens even zal doorlichten.

Gezien bovenstaande hebben Mieke en ik, samen met een aantal collega’s, vaak overlegd. Steeds vaker ging de schoolleiding niet mèt ons maar over ons praten en beslissen. En wij deden vervolgens precies hetzelfde over de schoolleiding. Te veel top-down en te weinig bottum-up, ook na de invoering van de kerngroepen. In de Kruisstraat hadden we in al die jaren een bepaalde cultuur van betrokkenheid ontwikkeld en inspraak bevochten die we niet zonder meer prijs wilden geven. En terecht. In talloze brieven heb ik dat verwoord en Mieke las ze altijd als eerste kritisch door.En vervolgens paste ik de brief aan. Deze kritische houding is ons in al die jaren niet altijd in dank afgenomen. Voor ons was het meer het ijveren voor het behoud van een recht, dan kritiek uitoefenen op de leiding of het plegen van verzet. Herman Geenen had het niet treffender kunnen verwoorden in december 2000 tijdens het laatste jubileumfeest in de Kruisstraat.

 

In de regel begon de laatste alinea van onze brieven meestal met ‘Denkend in oplossingen’, gevolgd door een opsomming van suggesties om het probleem op te lossen.

Terugkijkend op het onderwijs  kan ik zonder meer stellen dat wij beiden met veel plezier les hebben gegeven. Hoewel vanwege gezondheidsredenen het voor Mieke te  lastig was om het vak Huishoudkunde te blijven geven, heeft ze de laatste jaren via het vak Verzorging in de onderbouw, en dan met name bij de Schakelklassen, toch met veel genoegen het onderwijs verzorgd. Daarnaast heeft ze intensief gewerkt als  preventiemedewerker, arbo- en veiligheidscoördinator . Ikzelf was het beste in mijn element als ik iets aan innovatie bij kon dragen. Het schrijven van wiskundemethodes, zeker het verzorgen van cursussen en voorlichting bij het APS te Utrecht. Destijds, ergens in 2001, moest elke kaderdocent van wiskunde een motto kiezen voor op de website. Ik heb toen gekozen voor ‘liefdevol verwaarlozen’ waarmee ik mijn lesaanpak nog steeds het beste kan samenvatten. Maar daarnaast ook het opzetten (en helaas weer ontmantelen) van een documentatiecentrum en een wiskundewerklokaal tijdens het experiment W12-16. En niet te vergeten het opzetten van het DAL (Dagdeel Anders Leren) project een aantal jaren geleden binnen onze kerngroep. Helaas vanwege bezuinigingen afgeserveerd. En nog maar onlangs het coördineren van de twee Vmbo-deelscholen wat betreft het examen. En ook het gebruik van het Digibord en het neerzetten van een Rekenbeleid binnen onze eigen wiskundesectie.

Gezien onze jarenlange ervaring zouden we graag de volgende tips nog mee willen geven:

·         Zonder relatie geen prestatie.

·         Koester de dingen en de momenten die je naast je werk met collega’s doet. Daar hebben wijzelf de meest dankbare herinneringen aan. En dat kun je zelf sturen!

·         Zet betrokkenheid hoog in het vaandel.

·         Geef mensen het volledige eigenaarschap als ze een bepaalde koptaak moeten doen.

Tenslotte nog dit. Wij hebben elkaar via de school leren kennen. Dat is bijzonder. Dat is een van de redenen waarom wij iets speciaals met de school hebben. Bij deze danken wij alle collega’s die samen met ons hebben gestreden; voor hun betrokkenheid; belangstelling; collegialiteit en samenwerking  in al die jaren. Het Alfrinkcollege is voor ons een team dat veel voor de kiezen heeft gehad maar waarbij collega’s ertoe doen. Een warm team van mensen. Wij kunnen het niet beter samenvatten dan met een aantal tekstregels uit een van de cabaretliedjes die ik heb geschreven.

2.b.4 Examen

Examen 70-er jaren

Uit onderzoek in de jaren 60 was gebleken dat het IQ van de leerlingen van de huishoudschool sterk varieerde. Er zaten ook leerlingen met talent op dit soort scholen ! Om de doorstroommogelijkheden te vergroten ging men vanaf toen differentiëren. Zo kwam er een P‑stroom en een T‑stroom, respectievelijk voor de zogeheten meer praktisch en meer theoretisch ingestelde meisjes. Leerlingen uit de T-stroom hadden meer in hun mars.

De examinering van het huishoudonderwijs – en ook van alle andere vormen van beroepsonderwijs – stond nog in de kinderschoenen. Lange tijd kregen de leerlingen van de tweejarige primaire opleiding een getuigschrift. In 1968 krijgt het huishoudonderwijs een plaats in de Mammoetwet en gaat dan officieel LHNO heten. Hoewel er facultatief al een derde ‘assistente’-leerjaar was, wordt de opleiding vanaf dat moment driejarig en voor alle leerlingen verplicht. Ook het aantal algemeen vormende vakken, ten koste van het urenaantal voor de praktijkvakken, werd daardoor uitgebreid.

In mijn eerste jaar (schooljaar 1971-1972) als docent op Sancta Maria, was ik meteen mentor en gaf ook meteen les aan drie eindexamenklassen. Ik was zodoende ook meteen lid van de examencommissie ! Dat was allemaal min of meer vanzelfsprekend; meteen voor de leeuwen dus. Het eindexamen begin 70-er jaren was heel anders geregeld. Het LHNO was zoals gezegd driejarig. Er waren (nog) geen schoolonderzoeken; gewoon les. En uiteraard geen computers, geen zakrekenmachines. Alles ging nog schriftelijk en mondeling. Er was maar één examentijdstip en dat was toentertijd ook al in de maanden mei en juni. Alles hing van dat ene moment af. Mijn examenklassen waren PH1; PH2 en PN. De ‘H’ stond voor de richting huishoudkunde  en de ‘N’ voor naaldvakken. Daarnaast had je nog T-klassen van de T-stroom. In mei/juni werd er voor de vakken Nederlands, Engels en Rekenen een schriftelijk examen afgelegd. Een T- of een P-examen. Het schriftelijk deel werd afgenomen in lokaal 7 en 8 van het hoofdgebouw. Ik kan me nog herinneren dat we bij aanvang van het examen als surveillant werden verzocht om met een openingsgebed (het Onze Vader) te beginnen!
Er waren P-leerlingen die bijvoorbeeld voor Nederlands of een ander vak ook meer in hun mars hadden, zij deden dan een zogenaamd aanvullend T-examen voor dat vak. In 1973 verschijnt dan het besluit LBO – LAVO. Het bekende lichtblauwe boekje. Daarin worden alle vormen van LBO onderwijs geregeld: LHNO, LTO, LEAO enz. maar ook vanaf die tijd het Individueel Onderwijs zoals I.H.N.O. Meer differentiatie en ook inspelen op de doorstroming. Vanaf schooljaar 1972-1973 ben ik voortaan de waarnemend secretaris van de examencommissie. Ergens in april – ik denk tijdens de Paasvakantie –  kwamen Elly Sweere, Matern Gijsen en ik een middag naar school om het rooster samen te stellen voor het centraal examen. Een klus die, in tegenstelling tot nu, vrij snel was geklaard. Ook mondelinge examens werden gepland en met een assessor (waarnemer) erbij ! De schooladministratie had er nog het meeste werk mee. In 1975 worden voor de laatste keer P-, T- en aanvullend T-examens afgenomen. Hieronder een aantal foto’s over de organisatie van de examens van P- en T-stroom.

Hieronder een aantal foto’s van de verschillende diploma’s en andere waardepapieren die destijds werden uitgereikt. De secretaris van het eindexamen wisselde nogal eens: Riet Angenendt, Matern Gijsen en uiteindelijk Pieter Willems. Onze welgemeende dank aan Corry, Rinie, Ineke en Truusje voor het beschikbaar stellen van deze waardepapieren. 

In schooljaar 1975-1976 worden de eamenkandidaten – Elly Sweere maakte sinds 1972 deel uit van de ‘werkgroep 4 jarig LHNO’ – voor de eerste keer in een vierde leerjaar geëxamineerd volgens de nieuwe systematiek. De niveaudifferentiatie (A, B en C niveau) is een feit. En ook worden er voortaan minstens twee schoolonderzoeken afgenomen. De docent moet per niveau een apart examen maken en daarbij vooral de leerdoelen bewaken. Leerlingen kunnen op dubbelniveau examen afleggen. Zodoende zijn in veel gevallen twee cijfers achter een vak zichtbaar op het rapport. En op het einde werd dan het hoogste niveau gekozen. Mits je met die cijfers slaagt! De vraagvorm bij veel examens is multiple choice. Dat is mede te danken aan het Centraal Instituut, het CITO, dat sinds 1968 daarvoor o.a. is opgericht. De open vraagvorm wordt nog maar zelden gebruikt. In deze tijd dient zich ook een nieuw vak aan zoals ‘kantoorpraktijk’. Ook wordt er tijdens deze jaren een begin gemaakt met de harmonisatie van het Lager Beroepsonderwijs (LTS, LHNO, LEAO enz). Er volgt meer samenhang en eenheid. Hieronder een aantal foto’s van de organisatie bij de invoering van het vierjarig LHNO en de nieuwe examensystematiek. 

Hieronder een galerij van de nieuwe waardepapieren met speciale dank aan Marga voor het beschikbaar stellen ! 

Diplomauitreikingen vonden in die tijd op verschillende locaties plaats. Er was immers nog geen aula. Die komt er pas in 1980. Aanvankelijk werden de diploma’s nog uitgereikt in het patronaatsgebouw ‘Rust Roest’, schuin tegenover de school gelegen. Later gevolgd door zaal van Moorsel (o.a. in 1970) in de Molenstraat. 

Weer later De Vierspan, de nieuwe gemeenschapsruimte van Deurne-centrum. Het werd een gewoonte dat ook de docenten op zo’n avond een optreden verzorgden: een toneelstuk, een liedje enz. Eén van de favorieten was toch wel de schnitzelbank: een stapellied waarbij een voorzanger een vraag zingt, de groep antwoordt waarna het stuk wordt toegevoegd aan het refrein. In die tijd een vorm die veelvuldig gebruikt werd op feestjes en partijen. Weer later in gemeenschapshuis  Den Draai in Zeilberg, waar bovendien door docenten het toneelstuk ‘Loop naar den duvel’ werd opgevoerd. En Joh Coolen had dan vaak met leerlingen iets muzikaals ingestudeerd en Martien Verberne was altijd , namens de commissie ‘buitenschoolse activiteiten’, de ceremoniemeester. Hieronder wordt toepasselijk met een fotogalerij het hoofdstuk ‘examen 70-er jaren’ afgesloten.

2.c.4 Examen

Onderwijs en Examen

De examensystematiek in de 80-er jaren. De uitslagberekeningen werden nog met de hand gedaan. Bij Mieke en Pieter thuis, zonder dat we gestoord werden. Ivo Verhagen heeft nog een tijdje meegeholpen. En op die dag werd er aangebeld. Een doos met gebak(jes) aangeboden door Trees Ligtenberg. Zij zat, naast een aantal andere bekenden wat dit betreft, bijna standaard in de vlaaiencommissie. T.z.t. meer over deze periode.

2.c.5 Poetscultuur

De poetscultuur op Sancta Maria en Elkervoorde

Aan het eind van de schooldag zorgden de  leerlingen bij toerbeurt  dat het lokaal werd schoongemaakt. Niet alleen proppen rapen, maar echt ‘poetsen’. Als nieuwkomend docent keek je daar in het begin van op maar al snel accepteerde je die cultuur en werd je er een onderdeel van.

Je had dagbeurten, weekbeurten en grote beurten. Deze  grote beurten werden drie keer per jaar georganiseerd, een of twee dagen voor een belangrijke vakantie. Kerstvakantie, Paasvakantie en grote vakantie. Ruim een dagdeel werd daaraan besteed. Ieder leerjaar kwam hiervoor eenmaal per jaar aan de beurt. In ieder theorielokaal stond in de ‘werkkast’ een bezem ,  stoffer en blik, een boenblok en een poetsmandje.

Het bekende poetsmandje !

De inhoud van het mandje was: een stofdoek, een werkdoekje, een wafeldoekje, een stofkwastje, een spons en een zeem en een flesje spiritus. Pas later werd de spiritus vervangen door een fles ‘Sprint’. Je had verschillende poetsbeurten. Als mentor was dat een van je eerste taken om de indeling goed te maken en vooraan in het klassenboek aan te geven. De dagbeurt  was  na het laatste uur op die lesdag en dan moest er geveegd en gestoft worden.  Alle stoelen netjes  na het vegen weer bij de tafel. De weekbeurt moest nog intensiever gebeuren. De leerlingen vonden dit niet  leuk maar deden het wel, want ging je een keer weg zonder je beurt te doen, dan kon je de week daarop  het nog een week doen.Hierbij  hoorde ook  het water geven van planten en de dorre blaadjes eraf halen. De wastafels en de spiegel netjes zonder strepen schoonmaken. Alle hoekjes en kantjes en plinten stofvrij maken. Zeker de vuilnisbakken niet vergeten! Een nieuwe plastic zak erin. Als men vond dat men klaar was, moest men Riet Angenendt waarschuwen en zij kwam dan controleren. Als het niet goed was , kreeg je dit onomwonden te horen.

De kauwgomrukker

De grote beurten waren nog intensiever. Het was gewoon een grote schoonmaak. Dit gebeurde wel allemaal m.b.v. leerlingen met als doel: ‘wie het vuil maakt ruimt het ook op’. Dat is nog steeds een goed uitgangspunt.  Aan het begin van die dag stonden er honderden emmers klaar bij het keukentje. Doeken, zemen, sponzen. Borsteltjes, radiatorborstels, bezems. Je kunt het zo gek niet bedenken of het stond er. Ergens in de 80-er jaren verscheen er echter een nieuw gereedschap. De kauwgomrukker! Je kunt het in geen enkele winkel kopen. Ze waren zeldzaam. Ik denk niet dat er meer dan 15 stuks voorradig waren. Hieronder een schets ervan. Voor zover ik weet zijn er geen (foto)opnames van beschikbaar. Tenminste niet bij ons.

Voor zover collega’s nog niet verbaasd raakten als ze deze beurt zo’n eerste keer moesten toepassen dan was dat zeker het geval als ze dit gereedschap gingen ‘inzetten’. Immers, alle tafels moesten niet alleen van boven maar ook van onder schoon gemaakt worden. Elke tafel had aan de onderkant een richel. De uitvoering was afhankelijk van de modellen die in je klaslokaal terecht waren gekomen. En leerlingen hadden de gewoonte om in die richel hun kauwgom op te bergen. Dan waren ze hem kwijt! Bij veel modellen was het lastig om die kauwgom dan te verwijderen. En dan bood de kauwgomrukker uitkomst. Je moest hem bij het handvat stevig beet nemen om vervolgens via een lange haal met een rukkende beweging de verharde bolletjes kauwgom te verwijderen. Je moest het gereedschap uiterst zorgvuldig hanteren want anders kon je je flink verwonden. Maar na een aantal poetsbeurten ging je, maar ook niet te vergeten de leerlingen zelf, die techniek beheersen. En, als er dan niet te veel kauwgombolletjes geplet waren – die waren extra lastig – dan kreeg je een soort tevredenheid over je alsof je de hele voorjaarsschoonmaak toch maar weer mooi geklaard had. Zeg maar een ‘Mister Muscle’-gevoel. Kortom, een bijzonder maar effectief en dankbaar gereedschap dat onze onderwijsloopbaan toch verrijkt heeft.

In de keukens was het nog meer werk, want  hier moest ook nog eens gedweild worden na iedere les. Alle leerlingkastjes en laatjes en alle andere kasten moesten gecontroleerd worden, want degene die na jou kwam moest het weer op de juiste manier aantreffen. De was moest gedaan worden en alle bestek moest geteld zijn. Het werd zo’n gewoonte bij mij( Mieke)  dat ik zelfs thuis mijn eigen bestek telde na het afwassen en opruimen, toen we pas getrouwd waren! Op vrijdag na de laatste les  was ik nog minstens een uur bezig om alles weer op orde en netjes te hebben. Ik heb me wat door de keuken gekropen, want rond de poten van de aanrechten moest ook het vuil verwijderd worden. De doeken moesten in een bepaalde volgorde hangen op de stangen voor de werktafels. Alle potten en pannen, schaaltjes, borden etc. moesten op dezelfde manier in de kastjes staan. Het was wel duidelijk, maar het kostte heel veel werk en tijd. Op deze manier had je wel sneller gecontroleerd en je wist meteen wat er ontbrak. En zoals zo vaak kun je dat met een gezegde of spreuk samenvatten die trouwens nog lang op het kantoor van de administratie als poster heeft gehangen:

Orde rendeert!

2.e.4 Steunstichting

‘Steunstichting Elkervoorde’ schenkt  € 70.027

Er zijn maar weinig collega’s die dit verhaal kennen. Er is nooit publiciteit aan gegeven. En het driemanschap dat hieronder wordt genoemd heeft er ook niet mee te koop gelopen. Je vindt het ook niet terug in de boeken die over het onderwijsvierkant zijn verschenen. ‘Not done’ soms?

Het was na afloop van de diploma-uitreiking in juni 2006. Vanwege brand kon deze niet in het gebouw van het Hub van Doornecollege plaatsvinden. En dus was er gekozen voor de locatie Jozefstraat waar de diploma’s van de Basisberoepsgerichte Leerweg werden uitgereikt.

Het personeel van het Alfrinkcollege stond op het punt, of men was er al mee bezig, alles in te pakken voor verhuizing naar het verbouwde schoolgebouw van het Peellandcollege. Op dat moment moest er nog veel gebeuren en iedereen vroeg zich af of het gebouw wel op tijd klaar zou zijn. Maar, zo bleek toen al, er was nauwelijks geld voor nieuw schoolmeubilair. Bijna alle tafels en stoelen moesten mee verhuisd worden. Dat zette bij veel collega’s kwaad bloed. Ook bij mij. Immers, het Peellandcollege had ook nieuw meubilair gekregen. Waarom wij dan niet? Moest ons team voor de zoveelste keer maar begrip opbrengen voor de gegeven situatie?

Als coördinator examens Vmbo was ook ik op deze avond aanwezig. En na afloop raakte ik in gesprek met de rector. Toen kwam ook ter sprake dat Elkervoorde nog over een geldpotje zou beschikken. Maar dat geld was ondergebracht in een stichting. Gerda van Mierlo en Thea de Rijcke hadden mij daar wel ooit iets over verteld maar het fijne wist ik er ook niet van. De rector had al diverse pogingen gedaan om dat geld in handen te krijgen, echter steeds tevergeefs. De andere deelscholen hadden in het verleden ook ‘een geldpotje’ gehad maar die waren allemaal in het fusiebudget meegenomen maar het geldpotje van Elkervoorde was echter niet aan te boren. Niemand wist om hoeveel geld het ging. Anderhalve ton, twee ton. Zelfs het bedrag drie ton werd genoemd. Hebben we het over guldens of toch al over Euro’s? Ook dat was onduidelijk. En wie zaten er allemaal in de Stichting?  Dat was heel onduidelijk. Maar in ieder geval bleek de heer Henselmans, voormalig bestuurslid van Elkervoorde, daarin te zitten als de penningmeester.

Op die avond deed ik ten overstaan van de rector het voorstel om van mijn kant een aanvraag in te dienen bij deze Steunstichting. Als  docent; je weet maar nooit! Meteen de volgende dag erna stond de rector bij mij op kantoor. Het was een goed idee. Maar…hoe had je dat dan gedacht?  Ik heb toen voorgesteld om eigenhandig een brief te schrijven en verder de aanvraag te verbreden door twee andere bekende ‘oude rotten’ te vragen of ook zij hun medewerking wilden verlenen. Herman Geenen en Dick Doezé heb ik toen gevraagd. Gezien het doel wilden zij graag daaraan meewerken.

Op 26 juni ging de eerste brief de deur uit. Intussen had ik links en rechts al verkenningen gedaan. Het zou zeker niet in ‘stenen’ gestoken moeten worden en ook meubilair was al twijfelachtig. De Steunstichting Elkervoorde bestond uit voorzitter Kroesbergen, oud voorzitter van het bestuur van Elkervoorde, de heren Dankers en Jansink als lid en als secretaris/penningmeester Henselmans te zitten.  Na onderling overleg wordt besloten het accent op het aan de maat brengen van vaklokalen en/of het vak technologie te leggen. Het moet echt ten goede komen aan het onderwijs van het Vmbo. Met dat doel was de Steunstiching destijds in het leven geroepen.

Al op 11 juli krijg ik persoonlijk een schriftelijke reactie. De Stichting heeft vergaderd. Men heeft nog een aantal vragen: wie doet het verzoek: drie docenten, het IVOD of OMO? Op de tweede plaats vragen wij kennelijk om het gehele vermogen van de steunstichting. ‘Dat lijkt ons wat teveel gevraagd’. Op de derde plaats krijgen we het verzoek om de zaak verder te concretiseren en/of te kwantificeren. Vervolgens schrijf ik namens het drietal een tweede brief (zie de foto). Wij doen het aanbod om ons verzoek nader toe te lichten. Op donderdag 17 augustus, de laatste vakantieweek, zitten wij met zijn drieën op het advocatenkantoor van de heer Henselmans te Deurne. Bij mij thuis hebben we ons standpunt voorbereid.

Het is een verhelderend en vooral prettig gesprek met het voormalige lid van bestuur van onze school. Van beide kanten wordt de zaak verduidelijkt. We hebben goede hoop dat er een bedrag zal worden toegekend. De week erop wordt ik opgebeld. Het Stichtingsbestuur is bij elkaar geweest en heeft flink in de buidel getast. Er wordt geen geld gegeven voor meubilair maar wel voor ICT en inrichting vaklokalen. Er is nog een voorwaarde: naar aanleiding van deze verstrekking moet er publiciteit komen voor het Vmbo. Het is uiteindelijk een totaalbedrag van € 70.027 geworden nadat desgevraagd door mij een specificatieoverzicht is verstrekt.

Vervolgens doe ik navraag bij de schoolleiding omtrent de financiële afwikkeling. De Instelling zal de betreffende zaken uit het overzicht aanschaffen op rekening van de Instelling. Zodra alles compleet is zal een declaratie, met onderliggende rekeningen, naar de Steunstichting verzonden worden.

Op 23 mei 2007 informeer ik bij de heer Henselmans of alles netjes is afgehandeld. Het Alfrinkcollege maakt dan inmiddels al lang, mede door doorsluizing van het toegekende geld van de Steunstichting, gebruik van het nieuwe meubilair dat hierdoor aangeschaft is kunnen worden.

Een dag later bericht de secretaris-penningmeester van de Steunstichting mij dat een afhandeling nog niet heeft plaatsgevonden. ‘Sterker nog, zelfs het bedrag van € 70.027 staat nog op de rekening van de Steunstichting, nu ik nooit een verzoek heb ontvangen om dit over te boeken’. Wij waren alle drie hogelijk verbaasd. En ook de publiciteit voor het Vmbo gekoppeld aan deze impuls is er nooit geweest.

Enkele jaren later deed ik opnieuw een aanvraag. Dit keer voor een aantal digiborden binnen het Alfrinkcollege. De aanvraag is toen niet toegekend want ook de rector had een aanvraag ingediend.

Uiteindelijk is naar ik meen al het resterende geld van de Stichting aan het IVOD overgemaakt.

Het leek Mieke en mij een geschikt moment om dit verhaal bij deze gelegenheid op te tekenen. In de regel haalt zo’n  verhaal het historisch overzicht in ‘de boeken’ niet. Het drietal heeft nooit een bedankje gehad. Nog geen berichtje in bijvoorbeeld AC-info kon er vanaf. Iemands eer te na? Dan doen wij het maar bij deze: Dick en Herman, alsnog bedankt!  ‘Well done’.

2.d.4 Examen

Onderwijs en Examen

Leerlingen kunnen op meerdere niveaus examen afleggen. Dat is in feite al maatwerk. In deze periode krijgen we te maken met de eerste leerlingen die een speciale aanpak vereisen. Meestal is een lichamelijke beperking (bijvoorbeeld met de ogen) de oorzaak. Hieronder een voorbeeld van een examenkandidaat die examen af moest leggen in het Zwitserse Davos. Dit vanwege haar astma. T.z.t. meer exameninformatie uit deze periode.