2.d.3 Wiskunde

Wiskunde 90-er jaren

Ere wie ere toekomt. Het is Wim van Dongen geweest die het wiskundeproject W12-16 heeft binnengehaald. Onder deze naam opereert begin 90-er jaren een samenwerkingsgroep in Nederland. In die samenwerkingsgroep zitten hogescholen; het CITO; het team W12-16 en niet te vergeten de proefscholen waaronder Sancta Maria. En dit dan onder leiding van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum ofwel het APS: Hans Pouw en Marja Meeder.

De opdracht van de samenwerkingsgroep is om een leerplan voor VBO, MAVO en de eerste drie leerjaren van HAVO en VWO te ontwikkelen en vorm te geven, daarbij ook rekening houdend met de invoering van de basisvorming per 1 augustus 1993. Daarnaast moet er een examenprogramma VBO/MAVO op C en D niveau ontwikkeld worden. En ook heel belangrijk is het verzorgen van de opleiding en nascholing. En dit alles naar aanleiding van een verzoek al in 1986 gedaan door de toenmalige staatssecretaris van onderwijs, mevrouw Ginjaar-Maas.

Onze school wordt een C-school, zeg maar de derde tranche. Wim – die namens onze school het overleg zal bijwonen – krijgt 4 taakuren en ikzelf 2 taakuren. Op een aantal A-scholen, waaronder Greydanus te Zwolle, waren op dat moment al leerstofpakketjes uitgeprobeerd. En deze school was zelfs daardoor in 1991 door Newsweek  uitgeroepen tot ‘the best school of the world’. Kortom, hele goede reclame voor het nieuwe wiskunde-onderwijs.  Veelbelovend reist Wim in het najaar van 1990 regelmatig naar Utrecht voor overleg binnen de projectgroep. Maar Wim koos met ingang van het nieuwe kalenderjaar echter voor een nieuwe uitdaging aan het Technisch Lyceum te Eindhoven want zo schreef Wim: ‘het is jammer voor de scholen maar ook voor de leerkrachten dat iedereen op zijn positie vastgepind zit; iedereen dreigt op deze manier in te soezen!’. Dat hield in dat ik na de Kerstvakantie voortaan de afgevaardigde was van Sancta Maria en dat ik het project op onze school ging leiden. Het was een bewuste schoolkeuze die geheel paste in de traditie van de school toentertijd. Kiezen voor vernieuwing en verandering en daarmee landelijk koptrekker zijn. Het hield in dat we vier jaar lang naast de methode ‘Wiskunde in uitvoering’  hoofdzakelijk met pakketjes gingen werken in de les. Experimenteren. En ook allemaal nieuwe toetsen. We kregen begeleiding van het Moller-instituut te Tilburg. Berry Heerebout werd zodoende een vertrouwd gezicht op school maar vooral ook in de les. Hij heeft heel wat lesbezoeken afgelegd. Intussen was Sjaak Cornelissen de sectie komen versterken. Hij kwam rechtstreeks van de opleiding maar wist zich snel in te werken en bovenal van zijn taak te kwijten.

En zodoende gaan we in Nederland steeds meer de Realistische Stroming volgen die zijn grondslag in Wiskobas heeft gevonden.  Er wordt een andere didactiek gevolgd. Van groot belang zijn het ontdekken, het toepassen en met name het realistische gehalte van de opdrachten. Het is de kunst om zo veel mogelijk verschillende oplossingsmethoden te oogsten tijdens een les. Heel langzaamaan wordt er een wiskundewerklokaal tot stand gebracht met een heleboel concrete leermiddelen die tijdens de les ingezet kunnen worden. Zoals glasplaten. Allerlei meetinstrumenten. Het door mij ontworpen kijktafeltje! Gedurende die tijd vertoef ik vele uren in mijn schuur om bijvoorbeeld blokjes te zagen. Ik bezoek diverse rommelmarkten om concreet materiaal te verzamelen. En op den duur hebben we er een kast, verspreid over zo’n 100 plastic kratten, van vol.

De bijgevoegde foto’s ontleend aan diverse voorlichtingsbijeenkomsten die ik destijds verzorgd heb geven een goed beeld hoe er in het wiskundeonderwijs een omslag wordt gemaakt. Voorlichting aan leerkrachten, betrokken bij het overleg Basisonderwijs-Voortgezet Onderwijs, destijds nog op de BAM te Deurne. Maar ook meerdere keren aan onderwijsgezelschappen en niet te vergeten de ouders van onze school. Die hadden ook volop belangstelling en wilden graag weten hoe ze thuis een helpende hand konden bieden.

En zodoende waren we al snel bekend met de vier leerstofgebieden Algebra, Meetkunde, Rekenen en Informatieverwerking & Statistiek. Daarnaast had je dan nog de plicht om actuele en lokale problemen met het geleerde uit die leerstofgebieden te benaderen. Geintegreerde Wiskundige Activiteiten, afgekort GWA.

Door deze ontwikkelingen werd ik voor de tweede keer auteur van een wiskundemethode. Immers, alle bestaande methodes moesten naar het nieuwe (examen)programma toegeschreven worden. Persoonlijk vond en vind ik nog steeds dit een van de leukste dingen van het onderwijs: Leerstof ontwikkelen en de lijnen die je daarbij moet bewaken. Hoe valt dat in de klas? Hoe kun je vervolgens de leeropbrengst verhogen? Samen met Bertus van Etten, Luc Kuyk, Marianne Lambriex, Bert Driessen en niet te vergeten Henk Staal schrijven we voor Malmberg een geheel nieuwe wiskundemethode: Realistische Wiskunde. Voor zowel VBO/MAVO als voor HAVO/VWO. Dat betekent heel vaak naar Den Bosch voor overleg. Pakketten schrijven; opsturen; van commentaar voorzien en zelfs bij deel 4BC ben ik eindredacteur. En gelukkig kiest onze sectie ervoor om de methode ook bij ons op school te gaan gebruiken. Voorzien van allerlei contexten. In het laatste deel, een hoofdstuk examenvoorbereiding, heb ik als een soort eerbetoon aan onze school alle voornamen van de toenmalige collega’s opgenomen in contexten.

Het meewerken aan het samenwerkingsverband W12-16 heeft er wel voor gezorgd dat ik uiteindelijk kaderdocent ben geworden bij het APS. Dat betekende dat ik op de woensdag gedetacheerd werk deed voor dit Pedagogisch Studiecentrum. Dat betekende vaak een cursus nascholing verzorgen. Maar ook cursussen ontwikkelen. Zelfstandig leren; het gebruik van het wiskundewerklokaal en de daarbij behorende concrete middelen. Die cursus heb ik ook een aantal keren in ons eigen wiskundewerklokaal mogen geven. Achteraf gezien was dit het fijnste werk om te doen. Ik kreeg een goed beeld hoe er in den lande wiskundeonderwijs werd gegeven. Waar pijnpunten lagen en wat de wensen van de docenten waren. Directies die niet mee wilde werken aan vernieuwing. Ik vergeet nooit de docent die me vertelde dat hij elke dag zijn lokaal moest ontmantelen omdat er ’s avonds een commerciële activiteit plaats vond. Het was een genot om koploper te mogen zijn en de werkwijze op onze school te mogen presenteren. Ik besloot om een videofilm te maken over het zelfstandig leren dat steeds meer vorm kreeg in het onderwijs. In den lande is (via het APS) de film meerdere keren vertoond. Echter nooit op onze school. Ik heb diverse keren bij de directie aangeklopt echter zonder resultaat. Dat heb ik altijd betreurd. De agenda werd in die tijd bepaald door allerlei fusieperikelen.

Hieronder een aantal fragmenten uit deze videomontage.

Fragment intro

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Kad5bcNDT5k[/youtube]

Fragment 1

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=49xShqf_XZQ[/youtube]

Via het samenwerkingsverband geraakte ik ook in een groepje docenten die het niveau moest bewaken van het nieuwe centrale B-examen. Zodoende ontstond er contact met het Examenbureau VBO. Ook dat was leuk maar vooral leerzaam werk. Door dit bureau werd je regelmatig bijgeschoold hoe je goede toetsvragen moest maken. Onze taak als constructiegroep van de Landelijke Examen Commissie (LEC) was om de opdrachten te toetsen aan het voorafbepaalde kader en ook vooral na te gaan of er  sprake was van een evenwichtige verdeling. Dat betekende regelmatig naar de Muntkade in Utrecht waar het bureau gezeteld was en waar toentertijd de heren Krosenbrink en Rasenberg leiding gaven aan dit Examenbureau. Al met al een heel boeiende en leerzame onderwijsperiode.