1.b.5 Het begin

Het Begin

Meteen na het behalen van de akte ‘volledig bevoegd onderwijzer’ gingen de eerste sollicitatiebrieven de deur uit.  Er was destijds behoorlijk wat perspectief om snel aan de slag te kunnen gaan. Mijn sollicitaties waren allemaal reacties richting basisscholen hier in de regio. Ik kan me nog herinneren dat leerjaargenoten bewust in het westen van het land solliciteerden. Daar was toen al de vraag groter dan het aanbod. Je was daar zeker verzekerd van werk. Maar ik verkoos een regionale start in het basisonderwijs. Totdat in juli een zekere mevrouw Eevers bij ons thuis aanbelde.

Een voor mij toch bekend onderwijspersoon die een eindje verder aan de overkant van onze straat woonde. Een tante van Maria Crompvoets. Mijn zussen hadden daar les van gehad. Of ik al werk had want je bent toch afgestudeerd? Of ik geen belangstelling had voor een baan op de huishoudschool? ‘Als AVO-docent! Denk eens na over een sollicitatie’.Een complete overval. Ik stond perplex. Een baan op de huishoudschool hier in Deurne? ‘Ja, je mag Avo-vakken geven. Je bent bevoegd voor Nederlands en rekenen!’ Die verzamelnaam AVO-vakken kende ik niet. Overigens, niemand had ons op de opleiding ooit verteld dat een ‘volledig bevoegd onderwijzer’ ook bevoegd was voor een aantal vakken in het Voortgezet Onderwijs.

En zo voegde ik de daad bij het woord. Het leek me wel iets om op dit aanbod in te gaan. Een sollicitatiegesprek maakte al iets meer duidelijk. Er waren maar liefst 7 eerstejaarsklassen en het leeuwendeel van mijn taak was het verzorgen van de lessen aan klas 1g: Nederlands, rekenen, kennis der natuur enz. Een aanstelling van 31 lesuren in de AVO-vakken. Naar later is gebleken had ik via tante zuster Edilburga, behorend tot de congregatie die met name de overkant van de Kruisstraat in hun bezit hadden, een geweldig voorspreekster gehad. Op een vrijdagmorgen, de onderwijsvakantie stond op het punt van beginnen, toog ik naar de Kruisstraat en werd ik in lokaal 6 ingeleid door Jos Eevers, het AVO-vakgroephoofd. Ik kreeg allerlei boeken mee. Ik ging ook lesgeven aan examenklassen PN en PH2. De ‘P’ stond voor praktijk. Zo had je ook T-klassen. Daarin zaten leerlingen die theoretisch meer in hun mars hadden. Ik had nauwelijks het besef dat ik als 22-jarige slechts zes tot zeven jaar ouder was dan mijn leerlingen!

Mijn lesrooster gedurende het schooljaar 1971-1972

Na een grondige voorbereiding begon ik vol enthousiasme aan mijn onderwijsloopbaan. Later hoorde ik van mijn studiegenoten dat ze nogal verbaasd waren. Die Willems durft! De meest logische gang van zaken was dat je eerst een aantal jaren in het basisonderwijs verbleef om vervolgens, na het behalen van enkele applicaties, door te stromen naar het Voortgezet Onderwijs. Ik was ook meteen de mentor van klas 1g. Ook dat was een overval maar ik wist niet beter. Er was mij in het kort verteld wat de bedoeling daarvan was. En alléén bij de introductie van de leerlingen in augustus, lokaal 18 van de Trip, zat collega Carry van de Peet op de achtergrond in mijn klas. Een mentormaatje voor de start en verder moest je maar vragen stellen als je het niet wist. ‘Mijn eigen klas’, ook dat was even wennen. Met de nodige trots gebruikte je dan het woordje ‘mijn’.Wat me ook altijd zal bijblijven is dat ik de klas die dag afhaalde op het pauzeplein. Op het pauzeplein waren met rode tegels vakken getegeld. Elke klas had zo zijn eigen vak. En ze luisterden allemaal. Dat was een heel bijzondere ervaring. Een aantal weken lang gebeurde dat, elke morgen en elke middag na de middagpauze.

Ik verkeerde in gezelschap van een heleboel nieuwkomers op ‘Sancta Maria’. Het leek wel een invasie. Piet van de Rijt, José van Sambeek, Diny Michels, Jac Worms (allen AVO); Cor Sinnema voor het vak godsdienst; Kitty Frijters als NXII en  Rinus van Gog voor het vak Engels. Bij gelegenheid van het koperen jubileum van Diny, Piet, Jac en Pieter  eindigde de toenmalige directrice Elly Sweere, in haar nog met de hand geschreven toespraak voor dit kwartet als volgt: