Oriëntatietocht, algemene informatie

Oriëntatietocht Algemeen

Alle schooljaren

‘Pap, gaan we oriënteren?’ Die vraag werd in het weekend regelmatig  gesteld in de tijd dat onze kinderen nog klein waren. Voor hen was het ‘een eindje rijden’ met kans op een ijsje of iets anders lekkers. Een heerlijke periode was dat. Na enkele jaren wisten ze precies hoe dat ging. Maar…hoe ging dat dan precies? Hoe pak je dat aan?  Hoeveel tijd ben je daar mee kwijt?  Wanneer begin je met de voorbereiding van zo’n tocht? Dit soort vragen zijn de afgelopen jaren  vaak aan mij gesteld.

Allereerst moet ik opmerken dat er in de loop van de jaren wel het een en ander is veranderd. In de beginjaren kwamen Matern, Piet en ik – en op een gegeven moment ook tijdelijk Will Dietrich – op enkele zaterdagmorgens bij elkaar op het huisadres van Matern Gijsen in de Pastoor Jacobsstraat te Deurne. Meestal ergens in juni. Ik kan me herinneren dat dit altijd gezellige bijeenkomsten waren met een paar pittige koppen koffie. Daar werd een plan bedacht en de daaropvolgende weken werd er dan uitvoer aan gegeven. Matern is in het begin nog enkele keren mee geweest maar al vrij snel liet hij de technische beschrijving over aan Piet en mij. Hij nam dan meestal de puzzel voor zijn rekening. Vanaf de eerste keer dat ik bij de organisatie kwam heb ik min of meer het ‘op papier zetten’ naar me toegetrokken. En dat is al die jaren zo gebleven. Allereerst werd er samen een eindpunt bepaald. Dat eindpunt moest wel over een bepaalde capaciteit beschikken om ons team te kunnen ontvangen. Ook wilden we natuurlijk zoveel mogelijk regio’s afwisselen. Daarnaast was een terras min of meer een stille wens. Bij aankomst moesten de deelnemers toch lekker op het terras kunnen nagenieten.

Aan de hand van stafkaarten en plattegronden – later gevolgd door een complete atlas van Zuid-Nederland – plande ik vooraf al een bepaalde route. Daarbij rekening houdend met fraaie natuur uiteraard en redelijk te berijden wegen. Secundaire wegen. Meestal deed ik dat in het weekend. Met het vorderen van de jaren is het uitzetten van zo’n oriëntatietocht per auto echter steeds lastiger geworden. Bepaalde gebieden zijn niet meer langer toegankelijk of er zijn snelheidslimieten ingesteld via 30, dan wel 60-km zones. Maar in de beginjaren hadden we van dit alles geen last. Vervolgens maakten Piet en ik afspraken voor de zaterdagmorgen of incidenteel een doordeweekse avond. Piet schreef met de hand de oriënteringspunten op een notitieblok op. En ondertussen werden ook de vragen gemaakt. In de regel altijd meer vragen dan er nodig waren. Schrappen kon altijd nog. En ook heel vaak moesten er thuis eerst nog dingen opgezocht worden. Verifiëren zogenaamd.

Vervolgens schreef ik de routebeschrijving in een verhaalvorm uit. Veel folders en boeken naslaan. Pas veel later komt ook het internet erbij als mogelijkheid. De technische beschrijving moest natuurlijk kloppend zijn. Uit een bijgevoegd voorbeeld kun je opmaken dat het soms wel eens lastig was om het handschrift te ontcijferen. Daarnaast uiteraard veel klets- en leuternieuws waarbij regelmatig werd ingehaakt op ontwikkelingen binnen het schoolse gebeuren of opmerkingen die collega’s, al of niet via het publicatiebord in de personeelskamer, maakten. Aan de hand van die beschrijving werd de te berijden route nog eens gecontroleerd en daar waar nodig werden tekst en vragen aangepast. Daarna kon ik dan pas met het tikwerk beginnen. En niet te vergeten de omslagen. In het begin was dat een heel gedoe. Alles moest op stencils getypt worden en oh wee als je dan een fout maakte. Dan kwam er rode correctielak aan te pas. Tekeningen enz. moesten allemaal met speciale pennen gemaakt worden. Daarbij gebruikte ik ook allerlei sjablonen, zeker voor de letters. In het begin hadden we dan ook nog 4 deeltjes. Met het vorderen van de jaren is dat teruggebracht naar de bekende 2 delen. En dan moest ik een geheime afspraak maken met Cor Goossens, Hans Verwasch of Toon Kuunders. Dan werden de kopieeraantallen gemaakt. En dat is in al die jaren prima geheim gehouden. Trouwens, ook al wist iemand in welke plaats we zouden eindigen dan nog had hij/zij daar geen voordeel bij.

’s Morgens vroeg op de dag van de tocht zelf controleerden Piet en ik nog even snel de tocht. Of alles nog klopte en er was. Wegwerkzaamheden, heel vaak een kermis of andersoortige omleidingen. Later, zeg maar vanaf 1990, deden Mieke en ik dit de avond voorafgaand aan de dag van de tocht. Dit soort omleidingen kwam menig keer voor en dan werd ’s morgens in allerijl nog een erratum aan de deelnemende teams meegegeven. Totdat we besloten om dit niet meer te doen en aan de regels een opmerking toe te voegen dat men bij zulke omstandigheden altijd zelf weer op de oorspronkelijke route moest zien te komen.

Toen Mieke en ik in 1978 zijn getrouwd ging zij, vanaf 1980 weliswaar op de achtergrond, een rol vervullen in de organisatie. Dat was wel handig. Alles werd door haar vakkundig gecontroleerd. Toen Mieke eind jaren tachtig weer regelmatig ging invallen op Sancta Maria nam ze uiteraard niet meer deel aan de tocht zelf en bleef toch haar steentje bijdragen. Heel langzaamaan nam ze het werk van Piet over. Verkennend oriënteren deden wij vaak in het weekend met drie kleine kinderen achter in de auto. Mieke en ik zetten samen de tocht in elkaar. Suggesties voor vragen werden al opgeschreven. En na vijf of zes verkenningen maakte ik dan met Piet een eerste afspraak om de tocht te gaan rijden en de definitieve vragen en uiteraard instinkers of strikvragen vast te stellen. De routetekst werd dan en passant gecontroleerd. Ook wat betreft het thema – vanaf 1984 ingevoerd –  kwam ik dan met een voorstel. Meestal ontleende ik het thema aan de actualiteit van de school zelf: Een studiedag; een koerswijziging in het onderwijs of een of andere typerende uitspraak. Het samenstellen van de puzzel was de laatste jaren meestal in handen van Piet. Ook nadat hij al met pensioen was gegaan. Dat was wel prettig.

De contacten met het tussen- en eindpunt worden in de regel al in mei gelegd en afspraken zo snel als kan vastgelegd. Soms, noodgedwongen, wat later. Bespreekpunten zijn dan de ontvangst van de teams; de te gebruiken maaltijd en uiteraard prijzen van eten en drank. Pas enkele dagen voorafgaand aan de tocht geef ik de juiste aantallen aan rust- en eindpunt door. Dan inmiddels hebben Mieke en ik ook toepasselijke prijsjes gekocht. In de beginjaren nam Riet Angenendt dat voor haar rekening. De boekjes worden in de allerlaatste week bij ons thuis op maat gesneden. Vergaren en nieten hoeft inmiddels niet meer vanwege de geavanceerde kopieermachine. Aanvankelijk moest dat echter allemaal geraapt en verzameld worden, een klusje waarbij onze kinderen vaak een helpende hand hebben uitgestoken. Tenslotte wordt alles in enveloppen verpakt. Klaar voor de tocht.

Op het moment dat de teamleden de tocht gaan rijden hebben Mieke en ik gemiddeld dan 600 tot 700 kilometers in de autowielen. Vele, zeg maar tientallen uren werk zijn dan verricht. En dat in de drukste tijd van het schooljaar. Maar wij hebben dan inmiddels al genoten van de voorpret of zijn we bekomen van de schrik van een bijna-ongeluk. Of de keer dat Piet en ik, midden in de binnenlanden van de Peel, met de zijkant van de auto in de sloot belandden. Piet heeft er nog een gevoelig plekje van overgehouden naar ik meen. Maar… voor 10 gulden hadden we een boer in de nabijheid bereid gevonden om met zijn trekker ons er weer uit te trekken. Dat plezier, het zij vooraf of achteraf op het terras of direct na de vakantie bij het zien van allerlei foto’s neemt niemand ons af. Dat is een ruime vergoeding voor alle investeringen in tijd en werk waar Mieke en ik (en ik denk dat ik ook voor Piet kan spreken) nog jaren met veel plezier op kunnen terugkijken. Zo geldt dat voor zo veel schoolactiviteiten.

De laatste jaren ontstond er toch weer meer druk op deze traditie. Moeten we ermee doorgaan? In 2010 werd de tocht voor het eerst in haar geschiedenis op een donderdag in plaats van een vrijdag gehouden. Dat zou meer deelnemers opleveren. Een verbetering? Hoe je het ook wendt of keert, dit soort teambuilding, of het nu het een personeelsreis is of een puzzelrit, is essentieel voor de werkplek. Enige tijd geleden vroeg een oud-collega van ons of ik nog steeds die tocht organiseerde op de laatste schooldag. ‘Uiteraard’, zei ik. Hij vond het zelf altijd het hoogtepunt van het jaar. Kun je nagaan. Toch een uniek gebeuren dat zo’n traditie het 40 jaar heeft weten vol te houden. Wie weet zijn er enkele andere ‘gekken’ bereid iets soortgelijks voor te zetten. Eén ding is zeker: het plezier dat je als organisator (vooraf al) hebt nemen ze je nooit meer af. Het is een verrijking voor jezelf. Dat geldt voor al dit soort activiteiten.